Een kruidige Indonesische vleesstoof met malse schouderkarbonade en speklappen in een hartige, lichtzoete saus van ketjap manis, taotjo, gember en knoflook. Heerlijk met witte rijst of lontong.
Porties 4
Gang Hoofdgerecht
Keuken Indonesie
Ingrediënten
Voor het vlees
- 200 g speklappenin blokjes van ongeveer 2 cm
- 350 g schouderkarbonade zonder botin blokjes van ongeveer 2½ cm
- 2 sjalottenfijngesneden
- 3 teentjes knoflookfijngehakt
- 10 g verse gemberfijn geraspt
- 1 eetlepel arachideolie
Voor de saus
- 1 eetlepel taotjoheel erg bepalend voor de smaak, dus gebruiken!
Dep de speklappen en schouderkarbonade droog. Snijd beide in ongeveer gelijke blokjes.
Verhit de olie in een stoofpan op middelhoog vuur. Voeg de speklappen toe en bak ze enkele minuten tot ze licht kleuren en een deel van het vet vrijkomt.
Voeg de schouderkarbonade toe en bak het vlees rondom bruin. Doe dit eventueel in twee porties zodat het vlees bakt in plaats van kookt.
Zet het vuur iets lager. Voeg de sjalot, knoflook en gember toe en bak 2 tot 3 minuten mee.
Voeg de taotjo, ketjap manis, suiker en zwarte peper toe. Verkruimel het halve bouillonblokje erboven en roer alles goed door.
Schenk 400 ml heet water in de pan en breng rustig aan de kook. Zet het vuur laag en laat het vlees met het deksel schuin op de pan ongeveer 60 minuten zachtjes stoven.
Haal daarna het deksel van de pan en laat nog 15 tot 20 minuten zachtjes inkoken. De saus moet donker, glanzend en iets stroperig worden en mooi om het vlees blijven hangen.
Proef pas helemaal aan het einde. Taotjo, ketjap en bouillon bevatten al behoorlijk wat zout, dus voeg alleen extra zout toe als dat echt nodig is.
Serveer met warme witte rijst of lontong en eventueel wat gebakken uitjes.
Notities
taotjo verdient hier wel even een kleine uitleg. Dat is juist het ingrediënt dat dit recept interessant en zo lekker maakt. Het is een gefermenteerde sojabonenpasta/-saus met een uitgesproken hartige, zoute smaak.