Kook de aardappelen
Was de aardappelen en kook ze met schil in ruim gezouten water in ongeveer 20-25 minuten gaar.
Giet ze af en laat ze een paar minuten uitdampen. Pel ze terwijl ze nog warm zijn en stamp ze vervolgens fijn.
Gebruik liever geen staafmixer of keukenmachine: daarmee kan de aardappel plakkerig worden.
Laat de aardappelpuree ongeveer 10 minuten afkoelen.
Maak het maakouda-mengsel
Hak de koriander en peterselie fijn en rasp of pers de knoflook.
Meng de aardappel met het ei, de knoflook, koriander, peterselie, komijn, paprikapoeder, kurkuma, cayennepeper, zout en zwarte peper.
Voeg 3 eetlepels bloem toe en meng kort.
Het mengsel moet zacht zijn, maar wel stevig genoeg om er koekjes van te kunnen vormen. Is het nog erg plakkerig, voeg dan nog 1 eetlepel bloem toe.
Zet het mengsel ongeveer 20 minuten in de koelkast. Hierdoor worden de maakouda straks makkelijker te vormen en vallen ze tijdens het bakken minder snel uit elkaar.
Bak de paprika en ui
Halveer de puntpaprika's, verwijder de zaadlijsten en snijd ze in lange, dunne repen.
Halveer de ui en snijd hem in dunne halve ringen.
Verhit de olijfolie in een ruime koekenpan en voeg ui en paprika toe.
Bak ze ongeveer 10 minuten op middelhoog vuur.
Voeg de komijn, het paprikapoeder, zout en peper toe en laat nog 5 minuten zacht bakken.
De paprika mag zacht en licht gekaramelliseerd worden, maar hoeft niet helemaal tot moes te bakken.
Houd warm.
Maak de saus
Meng de yoghurt met de mayonaise, harissa, citroensap, knoflook en koriander.
Proef en voeg eventueel wat extra harissa, citroensap of zout toe.
Zet de saus tot gebruik in de koelkast.
Vorm de maakouda
Maak je handen licht vochtig.
Neem telkens ongeveer 50-60 gram van het aardappelmengsel en vorm er eerst een bolletje van.
Druk dit vervolgens voorzichtig plat tot een koekje van ongeveer 1½ cm dik.
Leg de gevormde maakouda op een bord of bakplaat.
Strooi een klein beetje bloem op een bord en haal de koekjes vlak voor het frituren heel licht door de bloem. Klop overtollige bloem eraf.
Frituur de maakouda
Verhit een laag zonnebloemolie in een diepe koekenpan tot ongeveer 175 °C.
Heb je geen thermometer, laat dan een klein stukje van het aardappelmengsel in de olie zakken. Als het direct rustig begint te bruisen, is de olie heet genoeg.
Bak de maakouda in kleine porties.
Frituur ze ongeveer 2-3 minuten per kant, tot ze diep goudbruin en krokant zijn.
Laat ze uitlekken op keukenpapier of op een rooster.
Bak niet te veel koekjes tegelijk, anders koelt de olie te snel af en nemen ze meer vet op.
Warm het brood
Snijd de broden open en warm ze kort in een droge koekenpan, oven of rechtstreeks in de pan waarin de paprika en ui zijn gebakken.
Serveren
Verdeel wat sla over het brood.
Schep daarop de warme paprika en ui en leg er vervolgens de krokante maakouda op.
Voeg dunne plakjes komkommer toe en lepel er wat harissa-citroensaus over.
Bestrooi met extra koriander.
Serveer direct met partjes citroen en eventueel extra harissa.