Doe de bloem, droge gist en suiker in een ruime kom en meng door elkaar.
Voeg eerst ongeveer 350 ml lauwwarm water toe. Meng alles met je hand tot er een zeer zacht deeg ontstaat.
Voeg het zout toe.
Voeg vervolgens beetje bij beetje de rest van het water toe terwijl je het deeg blijft mengen. Het deeg moet uiteindelijk erg zacht en plakkerig zijn. Het hoeft absoluut geen stevige deegbal te worden.
Maak je hand nat. Pak het deeg aan één kant op, trek het omhoog en sla of vouw het terug in de kom. Draai de kom een stukje en herhaal dit.
Blijf het deeg op deze manier ongeveer 8 tot 10 minuten bewerken. Maak je hand tussendoor opnieuw nat als het deeg te veel aan je vingers blijft kleven.
Het deeg is goed wanneer het gladder en elastischer is geworden en je het behoorlijk kunt uitrekken voordat het scheurt.
Dek de kom af en laat het deeg op een warme plek ongeveer 1 tot 1½ uur rijzen. Het deeg moet duidelijk in volume zijn toegenomen en er moeten luchtbelletjes zichtbaar zijn.
Verhit een ruime laag zonnebloemolie in een diepe pan tot ongeveer 175 °C.
Zet ondertussen een kommetje met water naast je neer. Dit heb je nodig om je handen steeds nat te maken.
Maak beide handen nat. Pak voorzichtig een stuk deeg ter grootte van een kleine mandarijn uit de kom. Probeer daarbij niet alle lucht uit het deeg te drukken.
Maak met je vingers een gat in het midden en trek het deeg voorzichtig iets uit elkaar zodat er een grove ring ontstaat.
Laat de sfenj voorzichtig in de hete olie zakken.
Bak niet te veel tegelijk. De sfenj moeten voldoende ruimte hebben om uit te zetten en vrij in de olie te kunnen bewegen.
Bak ze ongeveer 4 tot 6 minuten en draai ze tijdens het bakken om, zodat beide kanten mooi goudbruin worden.
Haal de sfenj uit de olie en laat ze uitlekken op een rooster of kort op keukenpapier.
Serveer ze bij voorkeur meteen, terwijl ze nog warm zijn.
Hoe eet je sfenj?
Vers uit de olie zijn ze het lekkerst. Je kunt ze gewoon naturel eten en dat is eigenlijk mijn favoriete manier, zeker met een glas hete Marokkaanse muntthee erbij.
Wie ze wat zoeter wil, kan ze na het bakken licht door fijne kristalsuiker halen of er wat suiker over strooien.
Sfenj zijn geen zoete, zware donuts. Het deeg zelf heeft nauwelijks suiker nodig. Het contrast tussen de krokante buitenkant en de warme, luchtige binnenkant is juist waar het om draait.
Notities
Waarom worden mijn sfenj niet luchtig? Als de binnenkant compact blijft, kan het deeg te droog zijn geweest. Voeg daarom tijdens het mengen niet zomaar extra bloem toe omdat het deeg aan je handen plakt. Gebruik water op je handen. Ook onvoldoende kneden of een te korte rijstijd kan een compacte sfenj geven. Is de buitenkant al donker terwijl de binnenkant nog niet gaar is? Dan is de olie waarschijnlijk te heet. Houd ongeveer 175 °C aan en geef de sfenj rustig de tijd om te bakken. Is de sfenj juist erg vet? Dan kan de olie te koud zijn geweest. Een keukenthermometer maakt het bij dit recept een stuk makkelijker. Kun je sfenj bewaren? Dat kan, maar sfenj zijn echt het lekkerst op de dag dat je ze maakt. Na verloop van tijd verdwijnt die lekkere krokante buitenkant. Heb je er toch een paar over, bewaar ze dan goed afgesloten en warm ze de volgende dag kort op in de oven of airfryer. De magnetron zou ik niet gebruiken; daarin worden ze snel zacht en taai.