Malse stukjes kip in een kokossaus met sjalotten, knoflook, kurkuma en laos. De sereh geeft een frisse citroengeur en de rode peper zorgt voor wat pit.
Porties 6
Gang Hoofdgerecht
Keuken Indonesie
Ingrediënten
1.200gkipfilet
1½theelepelfijn zoutplus extra naar smaak
7middelgrote sjalottengepeld en in dunne plakjes
400mlvolle kokosmelk
3eetlepelsneutrale olie
1stengel sereh
Voor de boemboe
4teentjes knoflookgepeld
4cmverse kurkumageschild en fijngehakt, of 2 theelepels kurkumapoeder
1theelepelgemalen koriander
½theelepelgemalen komijn
2cmverse laosgeschild en zeer fijn gesneden, of 1 theelepel laospoeder
1rode peperin stukjes; verwijder eventueel de zaadlijsten voor minder pit
1–2 eetlepels wateralleen indien nodig bij het malen
Maak de boemboe. Maal of wrijf de knoflook, kurkuma, koriander, komijn, laos en rode peper tot een zo fijn mogelijke pasta. Voeg bij gebruik van een kleine keukenmachine zo nodig een beetje water toe.
Bereid de kip en sereh voor. Dep de kip droog, snijd in stukken van ongeveer 3 cm en meng met het zout. Verwijder het droge buitenste blad van de sereh. Kneus de stengel met de platte kant van een mes en snijd hem eventueel doormidden.
Bak de kip in porties. Verhit 2 eetlepels olie in een ruime wok of hapjespan. Bak de kip in 2–3 porties op middelhoog tot hoog vuur kort aan, totdat de buitenkant licht kleurt. De kip hoeft vanbinnen nog niet gaar te zijn. Schep uit de pan.
Bak de sjalotten. Zet het vuur middellaag en voeg de resterende eetlepel olie toe. Bak de sjalotten 5–7 minuten, totdat ze zacht en licht goudkleurig zijn. Roer regelmatig.
Bak de boemboe. Voeg de boemboe en de gekneusde sereh toe. Bak 3–4 minuten zachtjes mee en blijf roeren. Voeg een klein scheutje water toe als de kruiden aan de bodem dreigen vast te bakken.
Laat de kip zachtjes garen. Schenk de kokosmelk erbij en roer de aanbaksels los. Voeg de kip met het vrijgekomen vocht toe. Breng tegen de kook aan en laat zonder deksel ongeveer 8–12 minuten heel zachtjes garen. Roer af en toe. De exacte tijd hangt af van de grootte van de stukken; de kip moet in de kern 75 °C bereiken.
Controleer de saus. Voeg een scheutje water toe als de saus te dik wordt. Is hij te dun, schep de gare kip dan tijdelijk uit de pan en laat de saus enkele minuten inkoken. Doe de kip daarna terug en warm kort door.
Proef en serveer. Verwijder de sereh en voeg eventueel extra zout toe. Serveer met witte rijst en sperziebonen, komkommer of een frisse zoetzure salade.
Notities
laat kipfilet niet langer sudderen dan nodig. Zodra de kip gaar is en de saus goed op smaak, kan het vuur uit.