Begin met de dadels.
Snijd de dadels klein en doe ze samen met 125 ml sinaasappelsap in een steelpannetje. Verwarm rustig tot het sap bijna kookt. Zet het vuur uit en laat 10 minuten staan. Prak de zachte dadels daarna met een vork tot een grove puree. Laat afkoelen.
Bereid de vorm voor.
Verwarm de oven voor op 170 °C boven- en onderwarmte. Vet een springvorm van 22 cm in en bekleed de bodem met bakpapier.
Rooster ondertussen het amandelschaafsel kort in een droge koekenpan. Haal het uit de pan zodra het licht goudbruin is.
Klop boter en suiker luchtig.
Klop de zachte boter met de suiker ongeveer 3–4 minuten, tot het mengsel licht en romig is. Voeg de eieren één voor één toe. Klop ieder ei goed door voordat het volgende erbij gaat.
Meng de sinaasappelrasp en vanille erdoor.
Meng de droge ingrediënten.
Meng in een andere kom de bloem, gemalen amandelen, bakpoeder, baking soda, kaneel en het zout.
Maak het beslag.
Spatel eerst de afgekoelde dadelpuree door het botermengsel.
Voeg vervolgens ongeveer de helft van het bloemmengsel toe, daarna de yoghurt en ten slotte de rest van het bloemmengsel. Spatel alleen tot alles gemengd is. Blijf niet langer roeren dan nodig.
Bak de cake.
Schep het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Bak de cake 45–50 minuten in het midden van de oven. Controleer vanaf 43 minuten met een prikker. Een paar vochtige kruimels zijn prima; nat beslag niet.
Laat de cake na het bakken 10 minuten in de vorm staan.
Maak ondertussen de siroop.
Doe het sinaasappelsap en de honing in een klein pannetje. Laat ongeveer 2–3 minuten zacht koken.
Haal van het vuur en roer pas daarna het oranjebloesemwater erdoor. Zo blijft die geur mooi fris en wordt hij niet overheersend.
Geef de cake zijn laatste laag smaak.
Prik met een satéprikker verspreid wat kleine gaatjes in de nog warme cake. Lepel de warme sinaasappelsiroop er langzaam overheen. Niet alles op één plek gieten; geef de cake even de tijd om de siroop op te nemen.
Laat volledig afkoelen en haal daarna uit de vorm.
Bestrooi vlak voor het serveren met het geroosterde amandelschaafsel en eventueel een klein beetje verse sinaasappelrasp.
Waarom deze beter wordt
Het belangrijke verschil zit voor mij in de dadels eerst zacht laten worden in vers sinaasappelsap. Daardoor krijg je geen droge cake met losse stukjes dadel, maar worden dadel en sinaasappel onderdeel van het beslag.
De gemalen amandel zorgt voor een zachtere kruim en helpt de cake langer smeuïg te houden. En de siroop gaat er pas ná het bakken overheen. Daardoor krijg je bovenin die extra sinaasappelsmaak zonder dat de hele cake klef wordt.
Ook zou ik hier absoluut niet enthousiast een eetlepel oranjebloesemwater in kieperen. Eén theelepel in de siroop is genoeg. Je moet hem ruiken en nét proeven, niet het idee krijgen dat je parfum zit te eten.