Maak de soffritto
Snijd de ui, wortel en bleekselderij met een scherp mes zo fijn mogelijk.
Gebruik hiervoor liever geen keukenmachine. Die maakt de groenten snel te nat. De bedoeling is dat de groenten tijdens het lange garen langzaam oplossen in de ragù.
Snijd ook de pancetta heel fijn.
Bereid de kippenlever voor
Verwijder eventuele vliesjes en harde stukjes van de kippenlever.
Hak de lever vervolgens met een mes heel fijn, bijna tot een grove pasta.
Zet apart.
Bak de pancetta
Verwarm een zware braadpan op middellaag vuur.
Voeg de olijfolie, boter en pancetta toe.
Bak ongeveer 6–8 minuten rustig totdat het vet uit de pancetta begint te smelten.
Laat de pancetta niet krokant worden.
Laat de groenten langzaam garen
Voeg de fijngesneden ui, wortel en bleekselderij toe.
Voeg een klein snufje zout toe.
Laat de groenten ongeveer 15–20 minuten op laag vuur bakken.
Roer regelmatig.
Neem hier echt de tijd voor. De groenten moeten heel zacht en zoet worden zonder donkerbruin te kleuren.
Bak het vlees mooi bruin
Verhit ondertussen een grote koekenpan stevig.
Bak het rundergehakt en varkensgehakt in twee of drie porties.
Doe niet al het vlees tegelijk in de pan. De temperatuur daalt dan te veel waardoor het vlees gaat koken in plaats van bakken.
Laat iedere portie eerst goed kleuren voordat je hem omschept.
Voeg het gebakken vlees toe aan de pan met de groenten.
Voeg de kippenlever toe
Bak de fijngehakte kippenlever in dezelfde koekenpan ongeveer 1–2 minuten.
De lever hoeft alleen maar net te kleuren.
Voeg hem daarna toe aan de ragù.
Tijdens het lange garen zal hij volledig in de saus verdwijnen.
Bak de tomatenpuree
Maak wat ruimte op de bodem van de braadpan.
Voeg de tomatenpuree toe en bak deze ongeveer 2 minuten mee.
Roer daarna alles goed door elkaar.
Het kort meebakken maakt de tomatenpuree voller en minder zuur van smaak.
Blus af met rode wijn
Schenk de rode wijn in de pan.
Zet het vuur iets hoger en schraap met een houten lepel alle bruine aanbaksels van de bodem.
Laat de wijn enkele minuten inkoken totdat vrijwel alle alcohol is verdampt.
Voeg passata en bouillon toe
Voeg de passata en ongeveer 300 ml warme bouillon toe.
Roer alles goed door.
Breng de ragù heel rustig tegen de kook aan.
Laat de ragù langzaam garen
Zet het vuur zo laag mogelijk.
Laat de ragù ongeveer 2½ tot 3 uur heel zacht pruttelen.
Leg het deksel schuin op de pan zodat een deel van het vocht kan verdampen.
Roer regelmatig over de bodem.
Wordt de ragù tijdens het koken te droog, voeg dan steeds een kleine hoeveelheid warme bouillon toe.
De saus hoort zacht te pruttelen. Een enkele luchtbel is genoeg.
Voeg de melk toe
Voeg na ongeveer 1½ uur de volle melk toe.
Roer goed door en laat de ragù verder zachtjes garen.
De melk maakt de smaak ronder en verzacht zowel de wijn als de tomaat.
Breng de ragù op smaak
Proef de saus na ongeveer drie uur.
Breng nu pas definitief op smaak met zout en versgemalen zwarte peper.
De uiteindelijke ragù moet dik, donker en romig zijn, maar nog voldoende sappig om zich gemakkelijk over de pasta te verdelen.
Je moet vooral vlees, pancetta, groenten en de lange kooktijd proeven. De tomaat blijft op de achtergrond.
Maak de besciamella
Verwarm de melk
Verwarm de melk in een aparte pan.
Hij moet heet zijn, maar hoeft niet te koken.
Maak de roux
Smelt de boter in een ruime pan op laag tot middellaag vuur.
Voeg de bloem toe.
Roer ongeveer 3 minuten voortdurend met een garde.
De bloem moet gaar worden, maar niet bruin kleuren.
Voeg de melk toe
Voeg eerst ongeveer een kwart van de warme melk toe.
Klop stevig met een garde totdat je een volledig glad mengsel hebt.
Voeg vervolgens steeds een beetje melk toe terwijl je blijft kloppen.
Wanneer de saus eenmaal mooi glad en vloeibaar is, kan de resterende melk erbij.
Laat de besciamella garen
Laat de saus op laag vuur ongeveer 5–7 minuten zacht koken.
Blijf regelmatig roeren.
Breng op smaak met zout, peper en versgeraspte nootmuskaat.
De besciamella moet uiteindelijk glad en goed schenkbaar zijn.
Maak hem niet zo dik als een kaassaus. Tijdens het bakken neemt de pasta nog vocht op.
Bereid de pasta
Gebruik je heel dunne verse lasagnevellen die direct in de oven mogen, dan kun je ze meteen gebruiken.
Gebruik je zelfgemaakte of iets dikkere verse pasta, kook de vellen dan ongeveer 30 seconden tot 1 minuut in ruim gezouten water.
Leg ze kort in koud water en laat ze vervolgens naast elkaar uitlekken op een schone theedoek.
De lasagne opbouwen
Verwarm de oven
Verwarm de oven voor op 180°C boven- en onderwarmte.
Vet de ovenschaal heel licht in met boter.
Begin met besciamella
Verdeel een dun laagje besciamella over de bodem van de schaal.
Leg hierop de eerste laag lasagnevellen.
Bouw dunne lagen
Verdeel over de pasta:
een dun laagje besciamella
een dun laagje ragù
een beetje versgeraspte Parmigiano Reggiano
Bedek met een nieuwe laag pasta.
Herhaal dit totdat je ongeveer 6 à 7 lagen pasta hebt.
Gebruik liever veel dunne lagen dan enkele extreem dikke lagen.
Druk de lagen tussendoor niet stevig aan. Laat de lasagne gewoon rustig zijn eigen vorm houden.
Maak de bovenkant
Bedek de laatste pastalaag met een royale hoeveelheid besciamella.
Verdeel er een kleine hoeveelheid ragù over.
Bestrooi royaal met de resterende Parmigiano Reggiano.
Verdeel enkele kleine vlokjes roomboter over de bovenkant.
Controleer vooral de hoeken en randen van de pasta. Deze moeten goed bedekt zijn met saus zodat ze tijdens het bakken niet uitdrogen.
Lasagne bakken
Bak de lasagne ongeveer 35–40 minuten in het midden van de oven.
De saus moet langs de randen zacht borrelen en de bovenkant moet mooi goudbruin zijn.
Wil je aan het einde iets meer kleur, zet de lasagne dan hooguit enkele minuten onder de grill.
Blijf er wel bij: Parmigiano kan snel kleuren.
Laat de lasagne rusten
Haal de lasagne uit de oven en laat hem 20–25 minuten staan voordat je hem aansnijdt.
Dit lijkt lang als hij fantastisch ruikt, maar het maakt enorm verschil.
De pasta neemt tijdens het rusten nog wat saus op en de lagen krijgen de kans zich te zetten.
Daardoor blijft een afgesneden stuk prachtig overeind zonder droog of stevig te worden.
Waarom zit er kippenlever in deze Lasagne Bolognese?
Kippenlever is een kleine toevoeging met een opvallend groot effect.
Door slechts 75 gram zeer fijngehakte lever aan een grote pan ragù toe te voegen, krijgt de saus meer diepte en een bijzonder rijke hartige smaak.
Na drie uur garen is de kippenlever niet meer afzonderlijk terug te proeven. Hij is volledig opgenomen in de ragù.
Het is precies zo'n ingrediënt waarvan iemand aan tafel waarschijnlijk niet kan vertellen wat er anders is, alleen dat de saus uitzonderlijk lekker smaakt.
De ragù een dag eerder maken
Als je de tijd hebt, maak de ragù dan een dag van tevoren.
Laat hem volledig afkoelen en bewaar hem afgedekt in de koelkast.
De volgende dag zijn de smaken nog verder in elkaar getrokken.
Verwarm hem rustig voordat je de lasagne gaat opbouwen en voeg eventueel een klein scheutje bouillon toe als hij in de koelkast erg stevig is geworden.
Lasagne bewaren
Afgedekt blijft de gebakken lasagne ongeveer 3 dagen in de koelkast goed.
Warm een portie rustig opnieuw op in de oven.
Je kunt de lasagne ook invriezen. Snijd hem eerst in porties, laat deze volledig afkoelen en vries ze afzonderlijk goed verpakt in.