Het vlees voorbereiden
Dep de riblappen goed droog met keukenpapier. Bestrooi ze aan beide kanten met zout en versgemalen zwarte peper. Laat de riblappen bij voorkeur heel, zodat ze tijdens het langdurige garen hun structuur behouden.
De boter verhitten
Verhit 50 gram van de roomboter samen met de zonnebloemolie in een zware braadpan op middelhoog vuur. Laat de boter uitbruisen en lichtbruin kleuren, maar zorg dat hij niet verbrandt. Bewaar de resterende 25 gram boter voor het bakken van de uien.
Het vlees aanbraden
Leg de riblappen in de hete boter en bak ze aan beide kanten stevig bruin. Doe dit indien nodig in twee porties, zodat de pan niet te vol wordt. Reken op ongeveer 3 tot 4 minuten per kant, afhankelijk van de dikte. Schep het vlees uit de pan en leg het op een bord.
De uien langzaam bakken
Zet het vuur iets lager en voeg de resterende 25 gram roomboter toe. Doe de uien in de pan en bak ze ongeveer 12 tot 15 minuten. Roer regelmatig, zodat de uien gelijkmatig goudbruin worden. Schraap tijdens het bakken voorzichtig de bruine aanbaksels van de bodem los.
De jus opbouwen
Voeg de bruine basterdsuiker toe en laat deze ongeveer 1 minuut met de uien meebakken. Schenk vervolgens de natuurazijn en ongeveer 100 ml warme runderbouillon in de pan. Roer goed over de bodem zodat alle smaakvolle aanbaksels loskomen.
Het vlees terug in de pan leggen
Leg de aangebraden riblappen terug op de uien. Voeg de laurierblaadjes en kruidnagels toe. Schenk de resterende warme bouillon erbij. Het vlees hoeft niet volledig onder het vocht te staan. Ongeveer een derde tot de helft is voldoende. Voeg indien nodig een klein beetje extra bouillon toe.
Het draadjesvlees laten sudderen
Breng het vocht voorzichtig tegen de kook aan en zet het vuur vervolgens zo laag mogelijk. Doe het deksel op de pan en laat het vlees ongeveer 3 tot 4 uur rustig sudderen. De jus mag af en toe zachtjes borrelen, maar niet hard koken. Draai het vlees ieder uur voorzichtig om en controleer of er nog voldoende vocht in de pan zit.
Controleren of het vlees zacht is
Controleer na ongeveer 3 uur de malsheid. Steek een vork in een riblap en probeer voorzichtig een stukje los te trekken. Biedt het vlees nog veel weerstand, laat het dan verder sudderen. Controleer iedere 30 minuten opnieuw. Afhankelijk van het vlees kan de totale stooftijd oplopen tot ongeveer 5 uur.
De ontbijtkoek toevoegen
Wanneer het vlees bijna mals is, verkruimel je de ontbijtkoek boven de jus. Roer voorzichtig door de saus en laat nog ongeveer 15 tot 20 minuten zachtjes garen. De ontbijtkoek lost grotendeels op en zorgt voor een licht gebonden, kruidige jus.
De jus afmaken
Haal het gare vlees voorzichtig uit de pan en houd het warm. Verwijder de laurierblaadjes en kruidnagels. Proef de jus en breng indien nodig verder op smaak met zout en zwarte peper. Is de saus nog te dun, laat hem dan enkele minuten zonder deksel inkoken. Is hij te dik, voeg dan een klein scheutje warme bouillon toe.
Het draadjesvlees serveren
Trek het vlees eventueel met twee vorken voorzichtig in grove stukken, of serveer de riblappen heel. Leg het vlees terug in de warme jus en schep de saus erover. Serveer met gekookte aardappelen, aardappelpuree of rodekool.