Oma’s draadjesvlees – ouderwets rundvlees met donkere jus

door Nasira

Oma’s draadjesvlees – ouderwets rundvlees met donkere jus

Ouderwets draadjesvlees is zo’n gerecht dat vroeger urenlang op het fornuis stond. Een zware braadpan met rundvlees, roomboter, uien en een paar eenvoudige kruiden. Langzaam ontstond er een donkere jus en werd het vlees zo zacht dat je het met een vork uit elkaar kon trekken.

Voor dit recept gebruiken we doorregen riblappen. Die bakken we eerst mooi bruin in roomboter, waarna we de uien langzaam laten kleuren. Vervolgens laten we het vlees rustig sudderen met bouillon, laurier, kruidnagel en een klein scheutje azijn. Een stukje ontbijtkoek zorgt voor een licht gebonden jus met een subtiele kruidige smaak.

Het resultaat is ouderwets draadjesvlees zoals je het kent van vroeger, heerlijk met gekookte aardappelen, rodekool of een flinke schep aardappelpuree.

Welk rundvlees gebruik je voor ouderwets draadjesvlees?

Voor draadjesvlees zijn doorregen riblappen een uitstekende keuze. Ze bevatten voldoende vet en bindweefsel om tijdens het langdurige garen mals te worden.

Ook sukadelappen zijn geschikt, maar voor dit recept kiezen we riblappen omdat die na een paar uur rustig sudderen gemakkelijk in grove draden uit elkaar kunnen vallen.

Vraag bij de slager om mooi doorregen vlees en snijd niet al het vet weg. Dat geeft smaak aan de jus en draagt bij aan een prettigere structuur.

Laat de riblappen bij voorkeur heel tijdens het stoven. Zo behouden ze beter hun vorm en kun je ze pas uit elkaar trekken wanneer ze volledig gaar zijn.

Het geheim van een goede donkere jus

Een volle, donkere jus begint met het aanbraden van het vlees. Laat de roomboter lichtbruin kleuren en bak de riblappen aan beide kanten stevig aan. De bruine aanbaksels op de bodem van de pan vormen straks een belangrijk deel van de smaak.

Daarna bakken we de uien langzaam goudbruin. Met een beetje warme bouillon roeren we alle aanbaksels los, zodat niets van die smaak verloren gaat.

De laurier en kruidnagel geven de jus zijn vertrouwde kruidige smaak. Tegen het einde van de bereiding voegen we een klein stukje ontbijtkoek toe. Dat lost grotendeels op en zorgt voor een lichte binding.

Waarom valt mijn draadjesvlees niet uit elkaar?

Goed draadjesvlees heeft tijd nodig. Riblappen bevatten bindweefsel dat tijdens het langdurige garen geleidelijk zachter wordt. Sommige riblappen zijn na drie uur mals, terwijl andere vier tot vijf uur nodig hebben.

Laat het vlees daarom rustig sudderen en controleer met een vork of je het gemakkelijk uit elkaar kunt trekken.

Blijft het vlees stevig, dan heeft het mogelijk meer tijd nodig. Maar wanneer het al uit elkaar valt en toch droog aanvoelt, helpt langer stoven meestal niet.

Wil je weten waarom dat gebeurt? In ons uitgebreide artikel Waarom wordt stoofvlees taai? Zo krijg je boterzacht draadjesvlees leggen we uit wat er tijdens het garen met rundvlees gebeurt en hoe je voorkomt dat je stoofvlees taai of droog wordt.

Ouderwets draadjesvlees maken

Voor dit recept heb je vooral een goede braadpan en wat geduld nodig. Laat het vlees op een laag vuur garen, controleer af en toe of er nog voldoende vocht in de pan zit en geef het de tijd om zacht te worden.

Serveer het draadjesvlees met de donkere jus en je favoriete aardappelen en groenten.

Het recept hieronder laat stap voor stap zien hoe je dat ouderwetse draadjesvlees maakt dat bijna vanzelf van je vork valt.

Handig bij dit recept

Staub Braadpan

De perfecte pan voor een gerecht dat lang moet sudderen, zoals Oma’s draadjesvlees.

Affiliate link

Oma's draadjesvlees – ouderwets rundvlees met donkere jus

Prep 20 minuten
Cook 4 uur
Total 4 uur 20 minuten
Ouderwets draadjesvlees van doorregen riblappen, langzaam gestoofd in roomboter met uien, laurier en kruidnagel. Het vlees wordt zo zacht dat je het met een vork uit elkaar kunt trekken. Met een volle, donkere jus zoals vroeger thuis. Jeugdsentiment deze!
Porties 4 personen
Gang Hoofdgerecht
Keuken Nederlands

Ingrediënten

  • Voor het draadjesvlees
  • 1 kg doorregen riblappen
  • 75 g ongezouten roomboter
  • 1 el neutrale olie bijvoorbeeld zonnebloemolie
  • 3 grote uien in halve ringen
  • 2 laurierblaadjes
  • 3 kruidnagels
  • 350 ml warme runderbouillon bij voorkeur ongezouten
  • 1 el natuurazijn
  • 1 tl bruine basterdsuiker
  • 1 sneetje ontbijtkoek ongeveer 30 g, zonder korst
  • 1 tl zout of naar smaak
  • 1 tl versgemalen zwarte peper

Method

  1. Het vlees voorbereiden
  2. Dep de riblappen goed droog met keukenpapier. Bestrooi ze aan beide kanten met zout en versgemalen zwarte peper. Laat de riblappen bij voorkeur heel, zodat ze tijdens het langdurige garen hun structuur behouden.
  3. De boter verhitten
  4. Verhit 50 gram van de roomboter samen met de zonnebloemolie in een zware braadpan op middelhoog vuur. Laat de boter uitbruisen en lichtbruin kleuren, maar zorg dat hij niet verbrandt. Bewaar de resterende 25 gram boter voor het bakken van de uien.
  5. Het vlees aanbraden
  6. Leg de riblappen in de hete boter en bak ze aan beide kanten stevig bruin. Doe dit indien nodig in twee porties, zodat de pan niet te vol wordt. Reken op ongeveer 3 tot 4 minuten per kant, afhankelijk van de dikte. Schep het vlees uit de pan en leg het op een bord.
  7. De uien langzaam bakken
  8. Zet het vuur iets lager en voeg de resterende 25 gram roomboter toe. Doe de uien in de pan en bak ze ongeveer 12 tot 15 minuten. Roer regelmatig, zodat de uien gelijkmatig goudbruin worden. Schraap tijdens het bakken voorzichtig de bruine aanbaksels van de bodem los.
  9. De jus opbouwen
  10. Voeg de bruine basterdsuiker toe en laat deze ongeveer 1 minuut met de uien meebakken. Schenk vervolgens de natuurazijn en ongeveer 100 ml warme runderbouillon in de pan. Roer goed over de bodem zodat alle smaakvolle aanbaksels loskomen.
  11. Het vlees terug in de pan leggen
  12. Leg de aangebraden riblappen terug op de uien. Voeg de laurierblaadjes en kruidnagels toe. Schenk de resterende warme bouillon erbij. Het vlees hoeft niet volledig onder het vocht te staan. Ongeveer een derde tot de helft is voldoende. Voeg indien nodig een klein beetje extra bouillon toe.
  13. Het draadjesvlees laten sudderen
  14. Breng het vocht voorzichtig tegen de kook aan en zet het vuur vervolgens zo laag mogelijk. Doe het deksel op de pan en laat het vlees ongeveer 3 tot 4 uur rustig sudderen. De jus mag af en toe zachtjes borrelen, maar niet hard koken. Draai het vlees ieder uur voorzichtig om en controleer of er nog voldoende vocht in de pan zit.
  15. Controleren of het vlees zacht is
  16. Controleer na ongeveer 3 uur de malsheid. Steek een vork in een riblap en probeer voorzichtig een stukje los te trekken. Biedt het vlees nog veel weerstand, laat het dan verder sudderen. Controleer iedere 30 minuten opnieuw. Afhankelijk van het vlees kan de totale stooftijd oplopen tot ongeveer 5 uur.
  17. De ontbijtkoek toevoegen
  18. Wanneer het vlees bijna mals is, verkruimel je de ontbijtkoek boven de jus. Roer voorzichtig door de saus en laat nog ongeveer 15 tot 20 minuten zachtjes garen. De ontbijtkoek lost grotendeels op en zorgt voor een licht gebonden, kruidige jus.
  19. De jus afmaken
  20. Haal het gare vlees voorzichtig uit de pan en houd het warm. Verwijder de laurierblaadjes en kruidnagels. Proef de jus en breng indien nodig verder op smaak met zout en zwarte peper. Is de saus nog te dun, laat hem dan enkele minuten zonder deksel inkoken. Is hij te dik, voeg dan een klein scheutje warme bouillon toe.
  21. Het draadjesvlees serveren
  22. Trek het vlees eventueel met twee vorken voorzichtig in grove stukken, of serveer de riblappen heel. Leg het vlees terug in de warme jus en schep de saus erover. Serveer met gekookte aardappelen, aardappelpuree of rodekool.

Notities

Welke boter gebruik je voor draadjesvlees? Kies bij voorkeur ongezouten roomboter met ongeveer 82% vet. Daarmee kun je de hoeveelheid zout zelf bepalen. Gebruik geen halvarine of smeerbare boter uit een kuipje, dat noemden wij thuis vroeger altijd ''wagensmeer''. De smaak van roomboter is echt het beste! Een combinatie van roomboter en een beetje neutrale olie is prettig om in te bakken. Let wel op: de olie voorkomt niet dat de melkeiwitten in de boter kunnen verbranden. Houd de temperatuur daarom goed in de gaten.
Gebruik doorregen riblappen. Voor ouderwets draadjesvlees is voldoende bindweefsel belangrijk. Hele magere lappen geven niet altijd het gewenste resultaat.
Gebruik een zware braadpan. Een gietijzeren braadpan verdeelt de warmte gelijkmatig en houdt de temperatuur goed vast. Een braadpan met een dikke bodem is eveneens geschikt.
Bak het vlees echt bruin. De aanbaksels vormen een belangrijk deel van de smaak van de jus. Bak het vlees daarom liever in twee porties dan alles tegelijk.
Laat de uien rustig kleuren. Goed gebakken uien geven de jus een diepere smaak en een natuurlijke zoetheid.
Laat het vlees niet hard koken. Rustig sudderen is voldoende. Bij een te hoge temperatuur kunnen de spiervezels veel vocht verliezen.
Controleer de malsheid met een vork. De ene riblap heeft meer tijd nodig dan de andere. Ga niet uitsluitend af op de bereidingstijd.
Gebruik de ontbijtkoek met mate. Eén sneetje is voldoende voor een lichte binding en kruidige smaak. Te veel ontbijtkoek kan de jus overheersen.
Liever zonder ontbijtkoek? Laat hem dan gewoon weg. Haal het gare vlees uit de pan en laat de jus eventueel iets verder inkoken. Je kunt de saus ook met een klein beetje maïzena binden.
Maak het gerecht een dag van tevoren. Draadjesvlees is uitstekend geschikt om vooraf te bereiden. Bewaar het vlees in de jus, zodat het tijdens het opwarmen niet uitdroogt.

Bewaren

Koelkast: maximaal 2 dagen in een afgesloten bak, samen met de jus. Laat het gerecht na bereiding snel afkoelen.
Diepvries: ongeveer 3 maanden voor de beste kwaliteit.
Opwarmen: verwarm het vlees rustig in de jus, bij voorkeur in een pan met deksel op laag vuur. Voeg eventueel een klein scheutje water of bouillon toe wanneer de saus te dik is geworden. Verwarm het gerecht door en door.

Misschien vind je dit ook leuk