Dit recept is mijn reconstructie van de piri-pirikip die ik me van Koolmees herinner. Ik weet niet precies hoe ze hem daar maakten, maar gegrilde kip met die rode saus komt dicht bij de smaak die ik nog voor me zie. Zo proberen we die kip van vroeger weer thuis op tafel te krijgen.
Porties 4personen
Gang Hoofdgerecht
Keuken Nederlands
Ingrediënten
Voor de kip
- 1 hele kip van ongeveer 15 kg
Voor de pekel
- 2 liter water
- 70 g zout
- 20 g suiker
- 2 laurierblaadjes
- 3 tenen knoflookgekneusd
- 1 tl zwarte peperkorrels
Voor de marinade
- ½ kippenbouillonblokjeverkruimeld
- 2 tl mild paprikapoeder
- 1 tl knoflookpoeder
- 1 tl uienpoeder
- ½ tl zwarte peper
- 1 el zonnebloemolie
- 1 el water
Voor de rode piri-pirisaus
- 3 lange rode chilipepers
- 2 rode rawitpepers
- 4 tenen knoflook
- 80 ml milde olijfolie
- 30 ml zonnebloemolie
- 1 tl mild paprikapoeder
- ½ tl gerookt paprikapoeder
- 1 tl gedroogde oregano
- 2 el rodewijnazijn
- 1 el citroensap
- ¼ tl zout
De saus krijgt haar rode kleur en pit van de chilipepers. Olieknoflook, citroen en azijn geven hem die volle, frisse piri-pirismaak.
Maak de pekel. Roer het zout en de suiker door het water tot ze zijn opgelost. Voeg de laurier, knoflook en peperkorrels toe. Leg de kip in de pekel en zet hem 12 tot 18 uur afgedekt in de koelkast.
Haal de kip uit de pekel en gooi de pekel weg. Droog de kip goed af met keukenpapier en laat hem daarna 2 tot 4 uur onafgedekt in de koelkast staan. Zo kan de huid droger worden.
Meng het bouillonblokje met het paprikapoeder, knoflookpoeder, uienpoeder, de peper, olie en het water. Wrijf de kip rondom in met een dun laagje marinade. Zet de poten vast met keukentouw en plaats de kip aan het spit.
Maak de piri-pirisaus. Snijd de chilipepers in stukjes. Laat de zaadjes erin voor een pittige saus; haal ze uit de rawit als je hem minder scherp wilt. Verwarm 2 eetlepels van de olie in een steelpan. Bak de chilipepers en knoflook op laag vuur een paar minuten, zonder ze bruin te laten worden.
Roer het paprikapoeder en de oregano erdoor en haal de pan van het vuur. Voeg de azijn, het citroensap en het zout toe. Pureer de saus kort met de rest van de olie: hij mag glad worden, maar een beetje structuur en een zichtbaar olielaagje zijn juist lekker. Houd een paar eetlepels apart om erbij te serveren.
Grill de kip aan het spit op indirecte hitte van ongeveer 160 °C. Reken op 1½ tot 2 uur, afhankelijk van de kip en je grill. Geef de huid eventueel de laatste 10 minuten wat extra hitte om hem mooi goudbruin te krijgen.
Controleer de kip met een kernthermometer. Houd voor kip minimaal 75 °C aan in het dikste deel van het vlees, zonder het bot te raken.
Haal de kip van het spit en giet de piri-pirisaus er meteen overheen. Verdeel de olie en chili ook over de zijkanten. Laat de kip 5 minuten staan en serveer met de apart gehouden saus.
De saus gaat dus niet op de kip terwijl hij aan het spit draait. We doen hem er pas over als de kip klaar is,