Snijd het vlees
Snijd het rundvlees in vrij grote blokken van ongeveer 4 centimeter.
Maak de boemboe
Pel de sjalotten en knoflook.
Doe de sjalotten, knoflook, rode peper, kurkumapoeder, gemberpoeder, galangalpoeder en 4 eetlepels olie in een blender of kleine keukenmachine.
Maal alles tot een zo fijn mogelijke kruidenpasta.
Voeg het korianderpoeder, paprikapoeder en de kaneel toe en maal of meng nog kort door.
Bereid de sereh voor
Kneus de stengel sereh stevig met de achterkant van een groot mes. Hierdoor komen tijdens het koken de aroma's gemakkelijker vrij.
Bak de boemboe
Verhit een ruime braadpan of stoofpan met dikke bodem op middelhoog vuur.
Doe de boemboe in de pan en bak hem ongeveer 5 minuten rustig aan.
Blijf regelmatig roeren.
De boemboe is goed wanneer de rauwe geur van ui en knoflook verdwenen is en de kruiden duidelijk beginnen te geuren.
Voeg de aromatische smaakmakers toe
Voeg de tamarindepasta, makrut-limoenblaadjes, daun salam en gekneusde sereh toe.
Bak alles nog ongeveer 2 minuten mee.
Voeg het rundvlees toe
Doe de blokken rundvlees bij de boemboe.
Schep goed om zodat ieder stukje vlees bedekt raakt met de kruidenpasta.
Bak het vlees enkele minuten mee.
Voeg het vocht toe
Schenk het water en de santen bij het vlees.
Voeg het bouillonpoeder, zout en de suiker toe.
Roer goed door en breng het geheel rustig tegen de kook aan.
Laat de rendang langzaam garen
Zet het vuur laag.
Laat de rendang ongeveer 2 tot 3 uur zachtjes sudderen.
Laat het deksel bij voorkeur schuin op de pan of haal het tijdens het verdere garen helemaal weg zodat het vocht langzaam kan verdampen.
Schep de rendang af en toe om.
Laat de saus inkoken
Naarmate de bereiding vordert, wordt de saus steeds dikker en donkerder.
Wanneer er nog maar weinig vocht in de pan zit, moet je vaker roeren.
Zet het vuur indien nodig nog iets lager.
Laat de rendang verder garen totdat het vlees boterzacht is en de saus vrijwel volledig is ingekookt.
De kruiden moeten uiteindelijk als een donkere, dikke laag rond het vlees zitten.
Proef
Verwijder de serehstengel, daun salam en makrut-limoenblaadjes.
Proef de rendang en voeg indien nodig nog een klein beetje zout toe.
Serveren
Serveer de rendang met warme witte rijst.
Lees voor mooie losse rijst ook onze 12 + 12-methode voor rijst koken.