Maak de tomatenbouillon
Doe 150 gram van de passata samen met de tomatenpuree, het water en het zout in een steelpan. Breng aan de kook en roer goed zodat de tomatenpuree volledig oplost. Houd de bouillon tijdens de bereiding tegen de kook aan. Hij moet dun en goed schenkbaar blijven.
Bereid de knoflook en chilipeper voor
Pel de knoflooktenen en halveer ze. Verwijder eventueel de groene kern. Breek de gedroogde chilipeper in stukjes. Gebruik de zaadjes alleen wanneer je een uitgesproken pittige spaghetti wilt.
Maak de tomatenbasis
Verhit de olijfolie in een brede koekenpan op middelhoog tot hoog vuur. Voeg de knoflook en chilipeper toe en laat ongeveer 30 tot 60 seconden bakken, totdat de knoflook begint te kleuren en de olie geurig is. Laat de knoflook niet donkerbruin worden.
Voeg de resterende 100 gram passata toe. Let op, dit kan flink spatten. Verdeel de tomaat over de bodem en laat ongeveer 2 minuten stevig bakken, totdat het vocht grotendeels is verdampt en de saus donkerder begint te kleuren.
Proef de tomatenbasis wanneer dat veilig kan. Is de tomaat erg zuur, dan kun je een klein beetje suiker toevoegen.
Bak de droge spaghetti
Leg de ongekookte spaghetti rechtstreeks in de koekenpan. Verdeel de slierten zo gelijkmatig mogelijk, zodat ze contact maken met de tomatenbasis.
Laat de spaghetti ongeveer 1 tot 2 minuten liggen zonder te roeren. De onderkant moet beginnen te kleuren. Til voorzichtig een paar slierten op om te controleren of er donkerbruine plekken ontstaan. De tomaat mag karamelliseren, maar mag niet volledig zwart worden.
Begin met de risottatura
Draai de spaghetti voorzichtig om met een hittebestendige spatel. Schenk ongeveer 150 ml hete tomatenbouillon langs de rand van de pan. De vloeistof zal direct gaan sissen.
Laat de spaghetti het vocht opnemen zonder voortdurend te roeren. Zodra de bouillon bijna is verdampt en de pan opnieuw duidelijk begint te sissen, laat je de pasta nog kort bakken zodat de onderkant opnieuw kan kleuren.
Bouw de krokante laagjes op
Draai de spaghetti voorzichtig om en voeg opnieuw ongeveer 100 tot 150 ml hete tomatenbouillon toe.
Herhaal dit proces. Laat het vocht telkens grotendeels opnemen voordat je nieuwe bouillon toevoegt. Verplaats de pasta alleen wanneer dat nodig is om de slierten gelijkmatig te laten garen en aanbakken.
De spaghetti zal langzaam zachter worden en steeds gemakkelijker buigen. Tegelijkertijd ontstaan donkerrode en bruine krokante plekken op de pasta.
Controleer de gaarheid
Proef na ongeveer 12 minuten een sliert spaghetti. De pasta moet gaar zijn, maar nog stevig aanvoelen. Afhankelijk van de dikte van de spaghetti, de warmtebron en de pan duurt dit ongeveer 15 tot 20 minuten vanaf het moment dat de droge pasta in de pan gaat.
Voeg zo nodig extra tomatenbouillon toe. Is de bouillon op voordat de spaghetti gaar is, gebruik dan een kleine hoeveelheid heet water.
Geef de spaghetti zijn laatste krokante korst
Wanneer de spaghetti bijna gaar is, laat je de laatste vloeistof volledig verdampen. Verhoog indien nodig de temperatuur iets en laat de pasta nog ongeveer 30 tot 60 seconden bakken zonder te bewegen.
Controleer tussendoor de onderkant. Je zoekt naar donkerbruine, krokante gedeelten met een geroosterde tomatensmaak, niet naar een volledig verbrande laag.
Draai eventueel nog één keer een gedeelte van de spaghetti om, zodat verschillende slierten een krokant randje krijgen.
Serveer direct
Verdeel de spaghetti over twee voorverwarmde borden. Zorg dat de krokante gedeelten zichtbaar bovenop liggen.
Serveer direct, zonder extra saus of kaas. De krokante structuur is het lekkerst wanneer de spaghetti net uit de pan komt.