Bereid de mie voor
Breng een grote pan water aan de kook. Kook de Javaanse bami, mie of spaghetti één minuut korter dan de aangegeven kooktijd op de verpakking.
Giet af en spoel direct goed met koud water. Laat de mie vervolgens zorgvuldig uitlekken.
Meng er een klein beetje van de zonnebloemolie door zodat de slierten niet aan elkaar gaan kleven. Zet apart.
Snijd de smaakmakers
Snipper de rode en gele ui fijn.
Hak of rasp de knoflook, gember en laos. Snijd de adjoema zeer fijn. Verwijder voor een iets mildere bami eerst de zaadlijsten en gebruik bij twijfel minder dan de aangegeven hoeveelheid.
Snijd de bosui in dunne ringetjes. Hak de peterselie fijn, inclusief de zachte steeltjes.
Maak het ketjapmengsel
Verkruimel het kippenbouillonblokje en het Maggiblokje in een kommetje.
Voeg de Helen Ketjap met peper, één theelepel Flower Brand-sojasaus en het hete water toe. Roer totdat de bouillon grotendeels is opgelost.
Bewaar de resterende Flower Brand-sojasaus om de bami aan het einde verder op smaak te brengen.
Bak de kruidige basis
Verhit de resterende zonnebloemolie in een grote wok op middelhoog vuur.
Voeg de rode en gele ui toe en fruit deze enkele minuten totdat de ui glazig begint te worden.
Voeg de knoflook, gember, laos en adjoema toe en bak ongeveer één minuut mee.
Doe de trassi erbij en bak deze ongeveer 30 seconden mee. Blijf omscheppen zodat de trassi zich goed door de smaakmakers verdeelt en niet aanbrandt.
Voeg de groenten en kruiden toe
Voeg de groentemix en het salamblad of laurierblaadje toe. Strooi het vijfkruidenpoeder en wat zwarte peper erover.
Wok de groenten enkele minuten op middelhoog tot hoog vuur. Ze mogen iets zachter worden, maar moeten nog wel een beetje beet houden.
Bak de mie mee
Voeg de goed uitgelekte mie aan de wok toe. Schenk het ketjapmengsel erover.
Schep alles rustig maar grondig om. Gebruik bij voorkeur twee spatels of een tang zodat de mie gelijkmatig met de groenten en smaakmakers wordt gemengd.
Bak de bami enkele minuten op middelhoog tot hoog vuur totdat alle slierten warm zijn en mooi met de saus zijn bedekt.
Wordt de bami tijdens het bakken te droog, voeg dan een klein scheutje heet water toe. Gebruik niet te veel; de bami moet gebakken en glanzend worden, niet nat.
Maak de bami af
Verwijder het salamblad of laurierblaadje.
Voeg de bosui en peterselie toe en schep nog één tot twee minuten om. De verse kruiden mogen iets slinken, maar moeten hun frisse smaak en kleur behouden.
Proef de bami. Voeg indien nodig de tweede theelepel Flower Brand-sojasaus toe.
Proef daarna pas of er nog zeezout nodig is. Door de ketjap, sojasaus, kippenbouillon en Maggi is extra zout meestal niet noodzakelijk.
Serveer de Surinaamse bami direct met zuurgoed, sambal en kroepoek.