Surinaamse pindasoep met kip, twee soorten pindakaas, Madame Jeanette en tomtom van groene en rijpe bakbanaan. Een volle, pittige maaltijdsoep met kip, gekookt ei, selderij en de kenmerkende smaak van Surinaamse pindakaas.
Doe de kip in een ruime soeppan met ongeveer 1,5 liter water. Voeg de ui, knoflook, gember, laos, laurier, pimentkorrels, de hele Madame Jeanette, de helft van de selderij en de kippenbouillonblokjes toe.
Breng aan de kook en laat de kip ongeveer 30 minuten zacht koken.
Controleer tussendoor de Madame Jeanette. Houd hem heel als je vooral de smaak van de peper wilt en niet alle hitte.
Maak de pindabasis
Schep ongeveer 400 ml hete bouillon uit de pan in een kom. Voeg beide soorten pindakaas toe en roer tot een glad mengsel zonder klontjes.
Giet het pindamengsel geleidelijk terug in de soeppan terwijl je goed roert.
Laat de soep vervolgens op laag vuur verder koken. Roer regelmatig over de bodem, want een soep met zoveel pindakaas kan gemakkelijk aanzetten.
Maak ondertussen de tomtom
Schil de groene en rijpe bakbananen en snijd ze in stukken. Kook ze in water met een klein beetje zout tot ze helemaal gaar en zacht zijn.
Giet ze af en stamp de groene en rijpe bakbanaan samen tot een stevige, samenhangende massa.
Laat het mengsel zover afkoelen dat je het kunt vastpakken en vorm er met vochtige handen kleine balletjes van.
Maak de pindasoep af
Proef de soep als de kip gaar is. Is hij erg dik, voeg dan een beetje heet water toe. Is hij juist nog wat dun, laat hem dan zonder deksel verder koken.
Snijd de bosui fijn en hak de resterende selderij. Voeg beide tegen het einde toe.
Proef pas daarna of er nog zout nodig is; met twee bouillonblokjes en de pindakaas kan dat nauwelijks of helemaal niet nodig zijn. Voeg zwarte peper naar smaak toe.
Voeg de eieren toe
Pel de hardgekookte eieren. Je kunt ze heel laten of halveren en ze de laatste minuten in de soep verwarmen.