Ga terug Email Link
–+ servings

Zamita met dadels, sesam en noten

Prep 20 minuten
Cook 35 minuten
Een zachte, stevige Marokkaanse dadellekkernij met geroosterde bloem, sesam, amandelen en walnoten. Licht gebruinde boter, een beetje honing en warme specerijen maken deze Dar Beldi-versie af. Serveer in kleine porties bij muntthee.
Porties 20 kleine porties
Gang Zoet & Patisserie
Keuken Marokkaans

Ingrediënten

  • 250 g zachte dadels gewogen zonder pit
  • 125 g tarwebloem afgewogen vóór het roosteren; toevoegen naar behoefte
  • 100 g sesamzaad
  • 60 g ongezouten amandelen
  • 40 g walnoten
  • 50 g ongezouten roomboter afgewogen vóór het bruinen
  • 30 g honing
  • ½ tl gemalen kaneel
  • ½ tl gemalen anijszaad
  • ¼ tl gemalen venkelzaad
  • Een klein snufje nootmuskaat
  • Een snufje zout
  • Enkele extra halve walnoten voor de afwerking

Method

  1. Rooster de bloem. Verwarm de oven voor op 160 °C boven- en onderwarmte. Verdeel de bloem in een dunne laag over een ondiepe ovenschaal. Rooster circa 25–35 minuten en schep elke 5–7 minuten goed om, ook langs de randen. De bloem moet gelijkmatig licht goudbruin worden en geroosterd ruiken. Laat afkoelen en zeef eventuele klontjes eruit.
  2. Rooster sesam en noten. Rooster ondertussen het sesamzaad in een droge koekenpan op matig tot laag vuur, ongeveer 3–5 minuten, onder voortdurend omscheppen. Schep uit de pan zodra het licht kleurt en geurt. Rooster daarna de amandelen circa 5–7 minuten en de walnoten circa 3–5 minuten, afzonderlijk. Laat afkoelen.
  3. Maal en hak. Maal de walnoten en 50 g van het sesamzaad met korte pulsen fijn. Stop voordat het een olieachtige pasta wordt. Hak de amandelen grof. Houd de overige sesam heel.
  4. Bereid de dadels voor. Controleer op pitresten en hak fijn. Heel zachte dadels kun je direct gebruiken. Stoom stevigere dadels eerst 5–10 minuten, tot ze gemakkelijk te prakken zijn. Laat goed uitdampen en iets afkoelen. Hak of prak vervolgens fijn.
  5. Bruin de boter. Smelt de boter in een steelpan met een lichte binnenkant. Verwarm op matig tot laag vuur en draai de pan regelmatig rond. Wanneer de spikkeltjes op de bodem goudbruin zijn en de boter nootachtig ruikt, neem je de pan meteen van het vuur. Dit duurt doorgaans 4–7 minuten. De goudbruine spikkeltjes gebruik je mee.
  6. Meng dadels en honing. Voeg de dadels en honing voorzichtig toe aan de boter. Zet op laag vuur en roer en prak 2–3 minuten, tot een gelijkmatig, zacht mengsel ontstaat. Laat het niet bakken of karamelliseren.
  7. Voeg noten en specerijen toe. Neem van het vuur. Meng kaneel, anijs, venkel, nootmuskaat en zout erdoor. Voeg de gemalen walnoten, gemalen sesam, hele sesam en gehakte amandelen toe.
  8. Werk de bloem erdoor. Begin met ongeveer 80 g geroosterde bloem. Meng grondig en laat 2 minuten staan. Voeg vervolgens telkens een eetlepel toe, tot de massa zacht en samenhangend is. Je hoeft niet alle bloem te gebruiken. Een klein beetje moet na kort afkoelen gemakkelijk samengedrukt kunnen worden. Wordt het kruimelig, stop dan met bloem toevoegen en meng er zo nodig een theelepel extra honing door.
  9. Laat afkoelen. Schep in een lage schaal en druk licht aan. Versier met halve walnoten en laat minimaal 30 minuten afkoelen. Serveer op kamertemperatuur in kleine porties, om met een lepeltje te nemen of voorzichtig af te steken.

Notities

Gebruik gemalen anijszaad, geen steranijs.
De hoeveelheid bloem hangt af van de zachtheid van de dadels. Tijdens het afkoelen wordt de zamita steviger.
Deze uitvoering bevat geen Arabische gom of mastiek.