Soms zit het bijzondere en het succes van een gerecht in de aandacht voor de ingrediënten. De geur van bloem die langzaam roostert, sesamzaad dat warm uit de pan komt en boter die een nootachtige smaak krijgt. Bij deze zamita met dadels komen die smaken samen in een zachte, stevige lekkernij voor bij de thee.
Deze versie is geïnspireerd op zamita met dadels uit Tafilalt. De dadels vormen de basis, aangevuld met geroosterde bloem, amandelen, walnoten en sesam. Kaneel, anijs en een klein beetje venkel geven de zamita een kruidige geur. De noten zorgen voor afwisseling: een deel wordt fijngemalen, terwijl de amandelen juist wat beet houden.
Dadels als basis
Voor dit recept kies je zachte, sappige dadels die je gemakkelijk kunt fijnprakken. Zo heb je weinig extra honing nodig. De honing rondt de smaak natuurlijk af, maar de dadels mogen herkenbaar blijven.
Neem even de tijd om de ontpitte dadels te controleren op harde stukjes en achtergebleven pitten. Zijn ze al heel zacht, dan kunnen ze direct worden verwerkt. Stevigere dadels maak je kort zacht boven stoom. Laat ze daarna goed uitdampen, zodat het mengsel niet te nat wordt.
Geroosterde noten en gebruinde boter
Het roosteren verdient aandacht. De bloem moet gelijkmatig kleuren, de sesam mag geuren en de noten moeten hun eigen smaak behouden. Daarom rooster ik alles afzonderlijk. Wie van onze amlou met amandelen, arganolie en honing houdt, zal die warme smaak van geroosterde noten waarschijnlijk waarderen.
De boter krijgt een paar minuten extra in de pan, tot de melkbestanddelen goudbruin zijn. Die bruine spikkeltjes gaan mee in de zamita: daarin zit juist veel smaak. Een klein snufje zout brengt de zoetheid, boter en noten mooi bij elkaar.
Zacht en stevig tegelijk
Ik wil deze zamita zacht genoeg houden om er met een lepeltje een stukje van te nemen. Voeg de geroosterde bloem daarom geleidelijk toe. Hoeveel je nodig hebt, hangt vooral af van de dadels. Het mengsel moet samenhangen en kneedbaar zijn; tijdens het afkoelen wordt het nog steviger.
Voor het serveren neem je een lage schaal, met een paar halve walnoten erbovenop. Het is een eenvoudig en huiselijk gerechtje. Een klein stukje bij een glas muntthee is al voldoende om van de dadels, sesam en specerijen te genieten.
Zo krijgt deze zamita een eigen plek tussen onze Marokkaanse zoetigheden: een geurige lekkernij om in kleine porties te delen.
Herman den Blijker - Hybride koekenpan Ø 24 cm - 100% PFAS-vrij
De Herman den Blijker Hybride Koekenpan Ø24 cm is een veelzijdige koekenpan die perfect is voor dagelijks gebruik in de keuken. Dankzij de combinatie van een krasvrije keramische antiaanbaklaag, een 3-laags constructie van roestvrij staal met een gerecyclede aluminium kern en geschiktheid voor alle warmtebronnen inclusief inductie, bak je gelijkmatig, met minder vet en meer controle.

Zamita met dadels, sesam en noten
Ingrediënten
- 250 g zachte dadels gewogen zonder pit
- 125 g tarwebloem afgewogen vóór het roosteren; toevoegen naar behoefte
- 100 g sesamzaad
- 60 g ongezouten amandelen
- 40 g walnoten
- 50 g ongezouten roomboter afgewogen vóór het bruinen
- 30 g honing
- ½ tl gemalen kaneel
- ½ tl gemalen anijszaad
- ¼ tl gemalen venkelzaad
- Een klein snufje nootmuskaat
- Een snufje zout
- Enkele extra halve walnoten voor de afwerking
Method
- Rooster de bloem. Verwarm de oven voor op 160 °C boven- en onderwarmte. Verdeel de bloem in een dunne laag over een ondiepe ovenschaal. Rooster circa 25–35 minuten en schep elke 5–7 minuten goed om, ook langs de randen. De bloem moet gelijkmatig licht goudbruin worden en geroosterd ruiken. Laat afkoelen en zeef eventuele klontjes eruit.
- Rooster sesam en noten. Rooster ondertussen het sesamzaad in een droge koekenpan op matig tot laag vuur, ongeveer 3–5 minuten, onder voortdurend omscheppen. Schep uit de pan zodra het licht kleurt en geurt. Rooster daarna de amandelen circa 5–7 minuten en de walnoten circa 3–5 minuten, afzonderlijk. Laat afkoelen.
- Maal en hak. Maal de walnoten en 50 g van het sesamzaad met korte pulsen fijn. Stop voordat het een olieachtige pasta wordt. Hak de amandelen grof. Houd de overige sesam heel.
- Bereid de dadels voor. Controleer op pitresten en hak fijn. Heel zachte dadels kun je direct gebruiken. Stoom stevigere dadels eerst 5–10 minuten, tot ze gemakkelijk te prakken zijn. Laat goed uitdampen en iets afkoelen. Hak of prak vervolgens fijn.
- Bruin de boter. Smelt de boter in een steelpan met een lichte binnenkant. Verwarm op matig tot laag vuur en draai de pan regelmatig rond. Wanneer de spikkeltjes op de bodem goudbruin zijn en de boter nootachtig ruikt, neem je de pan meteen van het vuur. Dit duurt doorgaans 4–7 minuten. De goudbruine spikkeltjes gebruik je mee.
- Meng dadels en honing. Voeg de dadels en honing voorzichtig toe aan de boter. Zet op laag vuur en roer en prak 2–3 minuten, tot een gelijkmatig, zacht mengsel ontstaat. Laat het niet bakken of karamelliseren.
- Voeg noten en specerijen toe. Neem van het vuur. Meng kaneel, anijs, venkel, nootmuskaat en zout erdoor. Voeg de gemalen walnoten, gemalen sesam, hele sesam en gehakte amandelen toe.
- Werk de bloem erdoor. Begin met ongeveer 80 g geroosterde bloem. Meng grondig en laat 2 minuten staan. Voeg vervolgens telkens een eetlepel toe, tot de massa zacht en samenhangend is. Je hoeft niet alle bloem te gebruiken. Een klein beetje moet na kort afkoelen gemakkelijk samengedrukt kunnen worden. Wordt het kruimelig, stop dan met bloem toevoegen en meng er zo nodig een theelepel extra honing door.
- Laat afkoelen. Schep in een lage schaal en druk licht aan. Versier met halve walnoten en laat minimaal 30 minuten afkoelen. Serveer op kamertemperatuur in kleine porties, om met een lepeltje te nemen of voorzichtig af te steken.