Canelés de Bordeaux – Franse gebakjes met vanille en rum
Als ik in Frankrijk ben, koop ik bijna altijd een paar canelés. Vooral wanneer ik langs een goede patisserie kom, kan ik het moeilijk laten. Die kleine, donkerbruine gebakjes met hun geribbelde vorm zien er misschien niet bijzonder spectaculair uit, maar wie er eenmaal eentje heeft gegeten, weet dat er iets bijzonders onder dat gekaramelliseerde korstje zit.
De buitenkant is stevig en een beetje krokant, terwijl de binnenkant zacht, vochtig en bijna puddingachtig blijft. Je proeft vanille, een beetje rum en de licht bittere smaak van gekaramelliseerde suiker. Ik vind ze heerlijk.
Mijn man begrijpt daar helemaal niets van. Hij vindt er absoluut niets aan, zegt hij.
Inmiddels maak ik canelés ook zelf. Wanneer ze zijn afgekoeld, verdwijnen ze netjes in een bewaarblik. Alleen klopt er iets niet. Iedere keer als ik het blik weer open, zijn er een paar verdwenen. Ik weet toch vrij zeker hoeveel ik erin heb gedaan.
Het blijft een merkwaardig verschijnsel. Vooral in een huishouden waar zogenaamd niemand van canelés houdt.
Wat zijn canelés de Bordeaux?
Canelés zijn traditionele Franse gebakjes uit Bordeaux, in het zuidwesten van Frankrijk. Ze zijn herkenbaar aan hun cilindervormige, geribbelde buitenkant en het kleine kuiltje bovenop.
Het beslag lijkt meer op dat van een dikke flensjesmix dan op een gewoon cakebeslag. Er gaan melk, suiker, bloem, eidooiers, boter, vanille en rum in. Geen gist en geen bakpoeder.
Tijdens het bakken gebeurt er iets bijzonders. Door de hitte karamelliseert de suiker aan de buitenkant en ontstaat een donkere korst. Het binnenste blijft juist zacht en romig.
Een canelé hoort daarom niet luchtig en droog te zijn zoals een cakeje. Ook moet de buitenkant niet licht goudbruin blijven. Die diepe kastanjebruine kleur is precies wat je zoekt.
In Bordeaux worden canelés in verschillende formaten verkocht. De kleinste zijn geschikt als iets lekkers bij de koffie, terwijl de grotere ook als gebakje of dessert worden gegeten.
Hoe zijn canelés ontstaan?
Over de geschiedenis van de canelé bestaan verschillende verhalen. Een van de bekendste gaat terug naar de kloosters van Bordeaux.
Volgens die overlevering bakten nonnen al in de zeventiende of achttiende eeuw kleine gebakjes met eidooiers die overbleven uit de wijnproductie.
Bordeaux was toen al een belangrijke wijnstad. Bij het klaren van wijn werd vroeger onder andere eiwit gebruikt. De eidooiers bleven over en zouden vervolgens hun weg naar de keuken hebben gevonden.
Het klinkt aannemelijk, maar het verhaal is nooit overtuigend historisch bewezen. Het is daarom beter om het als een oude overlevering te beschouwen dan als vaststaand feit.
Wat wel bekend is, is dat in Bordeaux al in de zeventiende eeuw zogenaamde canauliers actief waren. Deze bakkers maakten een gebak dat canaule werd genoemd. In 1663 vormden zij een eigen beroepsvereniging.
Of dat gebak precies hetzelfde was als de huidige canelé, weten we niet. De canelé zoals we die nu kennen, met zijn kenmerkende vorm, donkere korst, vanille en rum, werd pas veel later het beroemde streekproduct van Bordeaux.
In de twintigste eeuw kreeg het gebak steeds meer bekendheid. In 1985 werd in Bordeaux een vereniging opgericht om de canelé als plaatselijke specialiteit te promoten.
Tegenwoordig kom je hem niet alleen in Bordeaux tegen, maar ook in patisserieën door heel Frankrijk.
Maison Baillardran – een bekende naam in Bordeaux
Wie zich een beetje verdiept in canelés, komt al snel de naam Maison Baillardran tegen.
Baillardran is een bekende patisserie uit Bordeaux die zich heeft gespecialiseerd in dit traditionele gebak. De canelé is er niet zomaar een product naast andere taarten en koekjes, maar de specialiteit waar het bedrijf om bekendstaat.
Wat ik vooral leuk vind, is dat Baillardran niet alleen canelés verkoopt, maar ook de traditionele koperen bakvormpjes waarmee je ze zelf kunt maken.
Op de website vind je verschillende maten: mini, medium en klassiek. Je kunt dus kiezen of je kleine canelés voor bij de koffie wilt bakken of liever de grotere uitvoering maakt.
De echte koperen vormen zijn niet goedkoop, zeker niet wanneer je er meteen twaalf wilt aanschaffen. Maar het zijn wel vormen die bij goed onderhoud heel lang meegaan.
Wie ze eens wil bekijken, vindt ze hier:
Traditionele koperen canelévormen bij Maison Baillardran
Voor wie regelmatig canelés bakt, zijn ze zeker het overwegen waard.
Koperen of siliconen canelévormen?
Traditioneel worden canelés in afzonderlijke koperen vormpjes gebakken. Koper geleidt warmte snel en gelijkmatig, waardoor de buitenkant van het beslag goed kan karamelliseren.
Dat is belangrijk, want juist die stevige, donkere korst maakt het verschil tussen een canelé en een gewoon klein cakeje.
Koperen vormen hebben ook nadelen. Ze zijn relatief duur, moeten zorgvuldig worden ingevet en vragen wat onderhoud. Bovendien kan het even duren voordat je precies weet hoe ze zich in jouw oven gedragen. Koperen vormpjes kan je hier bestellen in de tempel van de Canelés in Bordeaux.
Siliconenvormen zijn goedkoper en gemakkelijker in gebruik. Je kunt er prima canelés mee bakken, al krijg je niet altijd dezelfde stevige korst als met koper.
Het hangt ook af van de kwaliteit van de siliconenvorm en de temperatuur die deze volgens de fabrikant mag verdragen.
Mijn advies is om eerst met goede vormpjes te oefenen en vooral te kijken naar het bakresultaat. Maak je regelmatig canelés en wil je die uitgesproken gekaramelliseerde buitenkant, dan zijn koperen vormen een mooie volgende stap.
Waarom moet het beslag een nacht rusten?
Een belangrijk onderdeel van het maken van canelés is de rusttijd.
Het beslag wordt een dag van tevoren bereid en gaat vervolgens afgedekt de koelkast in. Dat lijkt misschien overdreven voor een mengsel van melk, bloem, suiker en eidooiers, maar die rusttijd heeft wel degelijk een functie.
De bloem krijgt de tijd om het vocht volledig op te nemen. Het beslag wordt daardoor gelijkmatiger en de smaken van de vanille en rum kunnen zich goed verdelen.
Ook is het belangrijk om het beslag niet onnodig luchtig te kloppen. Canelés hoeven niet te rijzen zoals muffins of cakejes. Het gaat juist om die compacte, zachte binnenkant.
De volgende dag roer je het beslag rustig door voordat je de vormpjes vult.
Waarom gebruik ik volle melk, roomboter en bruine rum?
Omdat het beslag uit relatief weinig ingrediënten bestaat, vind ik het belangrijk om goede producten te gebruiken.
Volle melk geeft de binnenkant een romigere smaak dan magere melk. Ongezouten roomboter zorgt voor een volle botersmaak, zonder dat je onnodig zout toevoegt.
Ook gebruik ik graag een echte vanillepeul. De vanille laat je trekken in de warme melk, zodat de smaak goed wordt opgenomen.
Voor de rum kies ik bij voorkeur een amberkleurige of bruine rum. In Frankrijk wordt die vaak rhum ambré genoemd.
Zo’n rum heeft doorgaans wat warmere tonen van vanille, hout en karamel. Dat past goed bij de donkere korst van de canelé. Je hoeft er geen dure fles voor aan te schaffen; een gewone amberkleurige rum van goede kwaliteit is voldoende.
De hoeveelheid is bescheiden, maar de rum hoort bij het karakter van dit gebak. Houd er wel rekening mee dat bakken niet garandeert dat alle alcohol verdwijnt.
Het geheim van een goede canelé zit in het bakken
Het beslag maken is eigenlijk het eenvoudige gedeelte. De grootste uitdaging begint zodra de vormpjes de oven ingaan.
Een canelé moet aan de buitenkant voldoende karamelliseren, terwijl de binnenkant zacht blijft. Daarom worden canelés vaak eerst op een hogere temperatuur gebakken, waarna de temperatuur wordt verlaagd.
Tijdens de eerste fase begint de buitenkant snel kleur te krijgen. Daarna kan de binnenkant verder garen.
De precieze baktijd hangt af van het formaat van de vormpjes, het materiaal en de oven. Kleine canelés zijn eerder gaar dan grote, en koperen vormen gedragen zich anders dan siliconen.
Laat je vooral niet afschrikken door de donkere kleur. Een canelé hoort veel donkerder te zijn dan een gewone cake.
Haal ze na het bakken voorzichtig uit de vorm terwijl ze nog warm zijn en laat ze op een rooster afkoelen. Zo kan de buitenkant zoveel mogelijk zijn stevigheid behouden.
Wanneer zijn canelés het lekkerst?
Wat mij betreft op de dag dat ze gebakken zijn.
Dan is het contrast tussen de gekaramelliseerde korst en de zachte binnenkant het duidelijkst. Na verloop van tijd trekt er vocht vanuit het midden naar de buitenkant, waardoor de korst zachter wordt.
Dat betekent niet dat ze de volgende dag niet meer lekker zijn, maar de structuur verandert wel.
Je kunt canelés bewaren in een goed afgesloten blik, bij voorkeur op een koele plaats. Voor de beste korst kun je ze kort opwarmen in de oven en daarna weer laten afkoelen.
Al is bewaren hier thuis dus een heel ander verhaal.
Ik koop ze nog steeds graag wanneer ik in Frankrijk ben, maar zelf bakken heeft ook iets leuks. Zeker wanneer de keuken naar vanille, boter en karamel ruikt en je de eerste canelé nog een beetje warm kunt proeven.
En misschien moet ik de volgende keer toch eens een briefje bij het bewaarblik leggen met het exacte aantal erin.
Gewoon, voor de zekerheid.
18 x siliconen mini-cannelévorm
Maak je bakervaring nog leuker en gemakkelijker met onze hoogwaardige siliconen bakvorm voor cannelés.

Canelés de Bordeaux
Ingrediënten
- 250 ml volle melk
- 1 vanillepeul
- 125 g fijne kristalsuiker
- 65 g tarwebloem
- 3 eidooiers
- 25 g ongezouten roomboter
- 25 ml amberkleurige of bruine rum rhum ambré
- Extra ongezouten roomboter om de vormpjes in te vetten
Method
- Snijd de vanillepeul in de lengte open en schraap het merg eruit. Doe de volle melk met het vanillemerg en de lege peul in een steelpan. Breng de melk tegen de kook aan, haal de pan van het vuur en laat de vanille ongeveer 15 minuten trekken.
- Meng ondertussen de kristalsuiker en bloem in een kom. Voeg de eidooiers toe en roer met een garde tot een glad mengsel.
- Verwijder de vanillepeul uit de melk. Schenk de warme melk beetje bij beetje bij het eidooiermengsel en roer rustig door. Probeer zo min mogelijk lucht in het beslag te kloppen.
- Voeg de roomboter toe terwijl het beslag nog warm is en roer totdat deze volledig is gesmolten. Meng vervolgens de rum erdoor.
- Giet het beslag eventueel door een fijne zeef om klontjes te verwijderen. Laat het afkoelen, dek het af en zet het minimaal 12 uur in de koelkast.
- Verwarm de oven voor op 220 °C boven- en onderwarmte. Controleer bij siliconenvormen vooraf of deze geschikt zijn voor deze temperatuur.
- Vet de canelévormpjes zorgvuldig en dun in met zachte ongezouten roomboter. Zorg dat ook de ribbels goed zijn ingevet. Plaats de vormpjes op een stevige bakplaat.
- Haal het beslag uit de koelkast en roer het rustig door. Tijdens het rusten kunnen de ingrediënten enigszins bezinken.
- Verdeel het beslag over de vormpjes. Vul ze tot ongeveer driekwart van de hoogte, zodat het beslag ruimte heeft om tijdens het bakken omhoog te komen.
- Zet de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak de grote canelés eerst 15 minuten op 220 °C.
- Verlaag de temperatuur vervolgens naar 160 °C en bak de canelés nog ongeveer 45 minuten. De buitenkant moet diep kastanjebruin en goed gekaramelliseerd zijn. De precieze tijd kan per oven en vormmateriaal verschillen.
- Haal de vormpjes uit de oven. Laat ze heel kort staan en haal de canelés er voorzichtig uit terwijl de vormen nog warm zijn. Let op: de vormen zijn erg heet.
- Laat de canelés volledig afkoelen op een rooster. Tijdens het afkoelen wordt de buitenkant steviger.
- Belangrijk bij mini-canelés
- De opgegeven baktijd van 15 minuten op 220 °C, gevolgd door circa 45 minuten op 160 °C, is de uitgangswaarde voor grote canelés. Voor mini-canelés is die totale baktijd doorgaans te lang. Begin eerder met controleren en pas de tijd aan op het formaat en het materiaal van je vormen.