Ga terug Email Link
–+ servings

Zelf de echte Vlaamse friet bakken, met Ossewit

Prep 20 minuten
Cook 30 minuten
Echte Vlaamse friet maak je van een goede frietaardappel en bak je twee keer in ossenwit. De eerste keer op lage temperatuur om de aardappel gaar te krijgen, daarna laat je de friet rusten. Pas vlak voor het eten bak je hem op hogere temperatuur goudgeel en krokant. Zo krijg je die typische stevige buitenkant met een zachte, aardappelige binnenkant.
Porties 4
Gang Hoofdgerecht
Keuken Belgisch

Ingrediënten

  • 1,2 kg grote frietaardappelen bij voorkeur Bintje of Agria
  • voldoende ossenwit om je frituurpan tot het aangegeven niveau te vullen
  • fijn zout

Method

  1. Kies het juiste ras aardappelen
  2. Gebruik grote, langwerpige en bloemige aardappelen die geschikt zijn om te frituren. Bintje is de klassieke keuze, maar Agria is een uitstekend alternatief. Ook Fontane en Innovator zijn geschikt.
  3. Gebruik liever geen vastkokende aardappelen. Die bevatten relatief veel vocht en geven niet die zachte, bloemige binnenkant die je bij Vlaamse friet wilt.
  4. Snijd de Vlaamse frieten
  5. Schil de aardappelen en snijd ze in lange frieten van ongeveer 10 tot 12 mm dik.
  6. Probeer ze allemaal ongeveer even dik te maken. Dat is belangrijker dan dat iedere friet er perfect recht uitziet: gelijke frieten worden ook ongeveer tegelijkertijd gaar.
  7. Spoel en droog de frieten
  8. Spoel de gesneden frieten kort onder koud water om overtollig zetmeel van het oppervlak te verwijderen.
  9. Laat ze goed uitlekken en leg ze vervolgens op een schone, droge theedoek.
  10. Droog de frieten heel goed. Er mag zo weinig mogelijk water aan de aardappelen zitten voordat ze het hete ossenwit in gaan.
  11. Verwarm het ossenwit
  12. Vul de frituurpan met voldoende ossenwit volgens de aanwijzingen van je frituurpan.
  13. Verwarm het ossenwit voor de eerste bakbeurt tot 145 °C.
  14. Bak niet te veel frieten tegelijkertijd. Als je het mandje te vol doet, daalt de temperatuur van het vet te sterk en gaan de aardappelen eerder vet opnemen dan mooi bakken.
  15. Werk bij 1,2 kilo aardappelen daarom in meerdere porties.
  16. Bak de frieten de eerste keer
  17. Laat een portie frieten voorzichtig in het ossenwit zakken en bak ze op 145 °C gedurende ongeveer 5 tot 7 minuten.
  18. De exacte tijd hangt af van de aardappel en de dikte.
  19. De frieten zijn goed voorgebakken wanneer ze vanbinnen gaar beginnen te worden en zacht aanvoelen, maar nog bleek zijn. Ze horen tijdens deze eerste bakbeurt dus niet goudbruin te worden.
  20. Haal het mandje omhoog en schud het overtollige vet goed van de frieten.
  21. Of, zoals onze frietman het deed: even flink tikken.
  22. Laat de frieten rusten
  23. Verdeel de voorgebakken frieten losjes over een grote schaal of bakplaat. Stapel ze liever niet als een enorme berg op elkaar.
  24. Laat ze minimaal 30 minuten volledig afkoelen en rusten.
  25. Heb je de tijd, dan mag dat gerust langer. Je kunt de eerste bakbeurt bijvoorbeeld al eerder op de dag doen en de frieten pas vlak voor het eten afbakken.
  26. Deze rusttijd moet je niet overslaan. Tijdens het afkoelen verandert het oppervlak van de friet en kan er vocht ontsnappen. Dat helpt om tijdens de tweede bakbeurt een krokantere buitenkant te krijgen.
  27. Verhoog de temperatuur
  28. Verwarm het ossenwit nu tot 175 à 180 °C.
  29. Wacht echt tot het vet op temperatuur is voordat je de voorgebakken frieten erin doet.
  30. Bak de frieten voor de tweede keer
  31. Bak de frieten opnieuw in porties.
  32. Bak ze op 175–180 °C gedurende ongeveer 2 tot 4 minuten, totdat ze mooi goudgeel en krokant zijn.
  33. Kijk daarbij vooral naar de friet en niet alleen naar de klok. De ene aardappel kleurt iets sneller dan de andere.
  34. Uitschudden en zouten
  35. Haal de frieten uit het ossenwit en schud het mandje goed uit.
  36. Laat ze eventueel heel kort uitlekken op keukenpapier.
  37. Bestrooi ze direct na het bakken met fijn zout en serveer meteen.
  38. En met meteen bedoel ik ook meteen.
  39. Niet eerst nog rustig de tafel dekken, de vaatwasser uitruimen en iedereen gaan zoeken.
  40. De mensen moeten op de friet wachten. De friet niet op de mensen.
  41. Welke aardappel is het beste?
  42. Bintje is de klassieke frietaardappel. Kun je die krijgen, dan zou ik hem zeker gebruiken.
  43. Agria is mijn eerste alternatief en vaak gemakkelijker verkrijgbaar. Deze aardappel heeft voldoende droge stof en geeft een mooie goudgele, krokante friet.
  44. Fontane en Innovator zijn eveneens goede frietaardappelen.
  45. Belangrijker dan koste wat kost een Bintje vinden, is dat je een grote, bloemige aardappel kiest die daadwerkelijk geschikt is om te frituren.
  46. Waarom bakken we in ossenwit?
  47. Ossenwit is gezuiverd rundvet en werd traditioneel veel gebruikt voor Belgische friet. Het kan goed tegen de hoge baktemperatuur en geeft de friet die volle, hartige smaak die je met een neutrale plantaardige frituurolie niet helemaal krijgt.
  48. Dat verschil proef je.
  49. Wil je dus thuis echt proberen die ouderwetse Belgische frietkotsmaak te benaderen, dan zou ik voor dit recept ossenwit gebruike

Notities

Bak kleine porties. Een overvol frituurmandje laat de temperatuur van het ossenwit te snel zakken.
Sla de rusttijd niet over. Minimaal 30 minuten is mijn uitgangspunt.
Maak de frieten niet te dun. Ongeveer 10–12 mm geeft die typische combinatie van krokant buiten en zacht binnen.
Let bij de eerste bakbeurt op de kleur. Ze moeten gaar worden, niet bruin.
Zout pas na de tweede bakbeurt. En serveer ze onmiddellijk.
Wil je vooruitwerken? Bak de frieten 's middags alvast voor op 145 °C. Laat ze volledig afkoelen en bak ze pas af wanneer je gaat eten.
Serveer ze met Belgische mayonaise, samuraisaus, andalouse of gewoon met twee sauzen tegelijk. Daar doet bij ons niemand moeilijk over, je leeft maar 1 keer.