Maak de snijbiet schoon
Was de snijbiet zorgvuldig in ruim koud water.
Er kan behoorlijk wat zand tussen de bladeren en stelen zitten.
Snijd het onderste harde stukje van de stelen af.
Snijd blad en stelen
Snijd de stelen in kleine stukjes.
Snijd het blad daarna in grove repen.
Houd de stelen en het blad apart, omdat de stelen iets langer nodig hebben om gaar te worden.
Stoom de stelen
Breng water aan de kook in een stoompan of couscoussier.
Doe eerst de gesneden stelen in het stoommandje.
Stoom ongeveer 5 minuten.
Voeg het blad toe
Voeg het snijbietblad toe.
Stoom alles samen nog ongeveer 10 tot 12 minuten.
De snijbiet moet volledig zacht zijn.
Laat goed uitlekken
Schep de gestoomde snijbiet in een vergiet.
Laat ongeveer 10 minuten uitlekken.
Druk daarna met de achterkant van een lepel voorzichtig zoveel mogelijk overtollig vocht uit de groenten.
Deze stap is belangrijk: te veel vocht maakt de salade slap en waterig.
Hak de snijbiet fijn
Leg de uitgelekte snijbiet op een snijplank.
Hak blad en stelen vrij fijn.
Bakkoula hoort uiteindelijk een zachte, bijna grove-pureeachtige structuur te krijgen, maar hoeft niet helemaal glad te worden.
Verwarm de olijfolie
Verwarm de olijfolie in een brede koekenpan op laag tot middelhoog vuur.
Voeg de knoflook toe.
Bak ongeveer 30 seconden rustig mee.
Laat de knoflook niet bruin worden.
Voeg de specerijen toe
Voeg komijn, paprikapoeder, eventueel cayennepeper, zwarte peper en zout toe.
Roer ongeveer 15 seconden door de olie tot de specerijen beginnen te geuren.
Voeg de snijbiet toe
Doe de fijngehakte snijbiet in de pan.
Meng goed met de kruidige olie.
Laat ongeveer 10 tot 15 minuten op middellaag vuur bakken.
Roer regelmatig.
Het resterende vocht moet verdampen en de snijbiet moet de smaken van knoflook, komijn en paprika goed opnemen.
Voeg de verse kruiden toe
Voeg koriander en peterselie toe.
Roer door en laat nog ongeveer 2 minuten zacht meebakken.
Voeg citroen toe
Zet het vuur laag.
Voeg eerst 2 eetlepels citroensap toe.
Meng goed en proef.
Voeg eventueel nog wat citroensap toe.
De salade moet fris zijn, maar niet scherp zuur.
Voeg eventueel ingelegde citroen en olijven toe
Gebruik je ingelegde citroen, verwijder dan het zachte vruchtvlees.
Snijd de schil heel fijn en meng door de snijbiet.
Voeg eventueel ook de olijven toe.
Laat alles nog ongeveer 2 minuten samen warm worden.
Proef en breng op smaak
Proef opnieuw.
Voeg indien nodig nog een klein beetje komijn, zout, citroen of olijfolie toe.
Komijn en citroen moeten duidelijk herkenbaar zijn.
Laat rusten
Schep de Bakkoula in een schaal.
Laat minimaal 20 minuten rusten.
De smaak wordt nog beter wanneer de salade niet gloeiend heet wordt gegeten.
Serveer
Serveer warm, lauwwarm of op kamertemperatuur.
Geef er warm Marokkaans brood bij.
Bakkoula is heerlijk als onderdeel van een tafel met meerdere Marokkaanse salades, maar past ook uitstekend bij gegrilde vis, kip of een tajine.