Week de saffraan
Doe de saffraandraadjes in een klein kommetje.
Voeg 2 eetlepels van het warme water toe.
Laat ongeveer 10 minuten trekken.
Bereid de vis
Dep de visfilets goed droog met keukenpapier.
Bestrooi ze aan beide kanten licht met zout en zwarte peper.
Doe de bloem op een bord.
Haal de visfilets heel licht door de bloem en klop overtollige bloem eraf.
Er hoeft alleen een dun laagje op de vis te zitten.
Bak de vis
Verhit 2 eetlepels olijfolie en de boter in een ruime koekenpan op middelhoog vuur.
Leg de visfilets in de pan.
Bak ongeveer 2 tot 3 minuten per kant, afhankelijk van de dikte.
De vis hoeft op dit moment nog niet volledig gaar te zijn; hij gaat straks nog even terug in de saus.
Schep de filets voorzichtig uit de pan en leg ze op een bord.
Fruit de ui
Veeg de pan alleen schoon wanneer er echt verbrande bloem in ligt.
Voeg 2 eetlepels olijfolie toe.
Doe de fijngesneden ui in de pan.
Laat ongeveer 6 tot 8 minuten op laag tot middellaag vuur zacht worden.
De ui moet glazig worden en niet donkerbruin bakken.
Voeg de knoflook toe
Voeg de knoflook toe.
Bak ongeveer 30 seconden mee totdat hij begint te geuren.
Bak de tomatenpuree en specerijen
Voeg de tomatenpuree toe.
Bak ongeveer 1 minuut mee.
Voeg daarna paprikapoeder, komijn en gember toe.
Roer ongeveer 20 seconden door de warme olie.
Voeg de tomaten toe
Doe de geraspte tomaten in de pan.
Voeg het saffraanwater toe.
Roer goed door.
Laat de saus ongeveer 8 tot 10 minuten rustig inkoken.
De rauwe tomatensmaak moet verdwijnen en de saus mag duidelijk wat dikker worden.
Voeg water toe
Schenk het resterende warme water bij de saus.
Roer door.
Laat nog ongeveer 3 minuten zacht koken.
De saus moet licht en lepelbaar blijven, maar mag niet waterig zijn.
Voeg de olijven toe
Spoel de groene olijven eventueel kort af wanneer ze erg zout zijn.
Doe ze bij de tomatensaus.
Laat ongeveer 3 minuten zacht meekoken.
Voeg de garnalen toe
Doe de rauwe garnalen in de saus.
Laat ze ongeveer 2 minuten garen.
Ze hoeven nog niet helemaal klaar te zijn.
Leg de vis terug in de saus
Leg de gebakken visfilets voorzichtig terug in de pan.
Schep een beetje saus over de bovenkant.
Laat op laag vuur nog ongeveer 3 tot 5 minuten zacht garen.
De vis moet net gaar en sappig zijn en de garnalen moeten roze en stevig zijn.
Voeg de verse kruiden toe
Voeg de peterselie en koriander toe.
Schud de pan voorzichtig heen en weer zodat de kruiden door de saus worden verdeeld.
Probeer de visfilets niet met een lepel kapot te roeren.
Voeg citroen toe
Haal de pan van het vuur.
Voeg eerst 1 eetlepel citroensap toe.
Proef de saus.
Voeg indien nodig nog een halve eetlepel citroensap, zout of zwarte peper toe.
De saus hoort fris te zijn, maar niet zuur.
Laat kort rusten
Laat het gerecht ongeveer 3 minuten staan.
De vis neemt tijdens het rusten nog wat van de saus op.
Serveer
Leg op ieder bord een visfilet.
Verdeel de garnalen en groene olijven rondom de vis.
Lepel de warme tomatensaus er royaal overheen.
Bestrooi eventueel met nog wat verse peterselie of koriander en geef citroenparten erbij.
Serveer meteen met warm Marokkaans brood.