Doe het water, de suiker, honing, citroensap en citroenschil in een pannetje.
Verwarm rustig tot de suiker volledig is opgelost.
Breng daarna zacht aan de kook en laat ongeveer 5 minuten heel rustig pruttelen.
Haal van het vuur en verwijder de citroenschil.
Laat ongeveer 10 minuten afkoelen en roer daarna het oranjebloesemwater erdoor.
Laat de stroop volledig afkoelen terwijl je de baklawa maakt.
Rooster de noten
Rooster de amandelen, walnoten en pistachenoten kort in een droge pan of enkele minuten in de oven.
Ze hoeven nauwelijks kleur te krijgen. Zodra ze lekker beginnen te ruiken, zijn ze goed.
Laat volledig afkoelen.
Hak of maal de noten daarna vrij fijn. Maak er geen notenpasta van; er mag nog wat structuur in de vulling zitten.
Meng de gemalen noten met de suiker, kaneel en een klein snufje zout.
Bereid het filodeeg voor
Verwarm de oven voor op 180 °C boven- en onderwarmte.
Smelt de boter en laat iets afkoelen.
Haal het filodeeg pas uit de verpakking wanneer je werkelijk gaat beginnen. Filodeeg droogt ontzettend snel uit.
Leg de vellen onder een schone, licht vochtige theedoek terwijl je werkt.
Bouw de onderste lagen op
Bestrijk de bodem dun met gesmolten boter.
Leg er een vel filodeeg op en bestrijk ook dat heel licht met boter.
Leg er opnieuw een vel op.
Ga zo door tot je ongeveer de helft van het filodeeg hebt gebruikt.
Je hoeft niet iedere laag in boter te verdrinken. Een dun laagje is voldoende om het deeg krokant te laten bakken.
Voeg de notenvulling toe
Verdeel het notenmengsel gelijkmatig over het filodeeg.
Druk de vulling heel licht aan zodat er overal ongeveer evenveel ligt.
Maak de bovenste lagen
Leg de overige vellen filodeeg één voor één op de notenvulling.
Bestrijk ieder vel dun met gesmolten boter voordat het volgende erop gaat.
Bestrijk ook het bovenste vel met boter.
Snijd vóór het bakken
Snijd de baklawa nu al in ruiten of kleine vierkante stukken.
Snijd met een scherp mes helemaal door de bovenste lagen heen en zoveel mogelijk tot op de bodem.
Dit gaat veel netter vóór het bakken dan wanneer het filodeeg straks krokant en breekbaar is.
Bak de baklawa
Zet in het midden van de oven en bak ongeveer 30 tot 35 minuten.
De bovenkant moet diep goudbruin en krokant zijn.
Bleke baklawa is meestal nog niet ver genoeg gebakken; juist die goudbruine kleur geeft het filodeeg zijn geroosterde smaak.
Voeg de stroop toe
Haal de baklawa uit de oven.
Schenk de volledig afgekoelde honingstroop meteen langzaam over de hete baklawa.
Verdeel hem rustig over het hele oppervlak en vooral langs de snijlijnen, zodat de stroop ook tussen de lagen kan lopen.
Het zal even flink sissen. Dat hoort erbij.
Gebruik niet automatisch iedere laatste druppel wanneer de baklawa al duidelijk verzadigd is. Hij moet honing opnemen, maar niet in een plas stroop staan.
Laat volledig rusten
Strooi de fijngehakte pistachenoten over de bovenkant.
Laat de baklawa daarna minimaal 3 uur onafgedekt op kamertemperatuur staan.
Snijd de stukken na het rusten nogmaals langs de bestaande snijlijnen los.
De baklawa is dezelfde dag lekker, maar na een nacht zijn de honing, noten en oranjebloesem vaak nog mooier in balans.
Notities
Filodeeg droogt snel uit Leg de vellen waarmee je niet werkt altijd onder een licht vochtige doek. Een droog vel scheurt al wanneer je ernaar kijkt.Boter met mate Iedere laag moet licht zijn ingevet, maar het filodeeg hoeft niet doorweekt te raken.Noten niet te fijn malen Een beetje structuur maakt baklawa veel lekkerder. Stop ruim voordat de noten olie beginnen los te laten.Hete baklawa, koude stroop Dat contrast helpt om de stroop goed te laten intrekken terwijl de bovenste lagen krokant blijven.Laat hem staan Baklawa die net uit de oven komt is nog niet op zijn best. Tijdens het rusten verdelen honing en smaken zich veel mooier door de lagen.Oranjebloesemwater pas na het koken toevoegen Zo blijft de bloemige geur frisser en verdampt hij niet in de pan.Bewaren Bewaar baklawa goed afgedekt op een koele plek. In de koelkast wordt filodeeg sneller zacht. Bij normale kamertemperatuur blijft hij ongeveer 3 tot 4 dagen lekker.