Klop de zachte boter met de poedersuiker kort glad.
Het mengsel hoeft niet luchtig te worden zoals bij cake. Zodra boter en suiker mooi gemengd zijn, is het goed.
Voeg het ei en de vanille toe en meng opnieuw tot een glad geheel.
Meng in een andere kom de bloem met het bakpoeder en zout.
Voeg de droge ingrediënten in twee of drie delen aan het botermengsel toe.
Meng alleen tot het deeg samenkomt.
Kneed niet langer dan nodig is. Te lang kneden ontwikkelt gluten en dan krijg je stevige koekjes terwijl sablé juist bros hoort te zijn.
Laat het deeg koelen
Vorm het deeg tot een platte schijf.
Wikkel af en leg minimaal 1 uur in de koelkast.
Door het koelen wordt de boter weer stevig en is het deeg straks veel makkelijker dun uit te rollen.
Rooster de amandelen
Rooster de blanke amandelen kort in een droge pan of ongeveer 8 minuten in een oven van 170 °C.
Ze mogen licht goudbruin worden.
Laat volledig afkoelen en hak ze daarna vrij fijn.
Er mogen nog kleine stukjes zichtbaar blijven; amandelpoeder is hier niet de bedoeling.
Rol het deeg uit
Verwarm de oven voor op 175 °C boven- en onderwarmte.
Haal het deeg uit de koelkast en laat het ongeveer 5 minuten liggen wanneer het erg hard is geworden.
Rol het op een licht bebloemd werkblad uit tot ongeveer 3 millimeter dikte.
Steek ronde koekjes uit van ongeveer 5 centimeter doorsnee.
Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat.
Verzamel de restjes deeg, druk ze samen en rol ze nog één keer uit.
Bak de koekjes
Bak de koekjes ongeveer 10 tot 12 minuten in het midden van de oven.
De bovenkant hoort licht te blijven. Alleen langs de onderrand mag een beetje goudkleur ontstaan.
Laat ze eerst ongeveer 5 minuten op de bakplaat liggen en verplaats ze daarna naar een rooster.
Laat volledig afkoelen voordat je gaat vullen.
Verwarm de jam
Doe de jam met het citroensap in een klein pannetje.
Verwarm een paar minuten op laag vuur totdat de jam glad en wat vloeibaarder is.
Zijn er grote stukken fruit aanwezig, druk die dan fijn met een vork of wrijf de jam eventueel door een zeef.
Laat de jam daarna een paar minuten afkoelen. Hij moet warm en smeerbaar zijn, maar niet gloeiend heet.
Vul de sablékoekjes
Leg de helft van de koekjes met de vlakke kant naar boven.
Schep op ieder koekje ongeveer een kleine theelepel jam.
Leg er een tweede koekje op en druk heel voorzichtig aan tot de jam bijna tot aan de rand komt.
Gebruik niet te veel jam. Als de helft eruit loopt zodra je het koekje aanraakt, was je iets te enthousiast.
Maak de amandelrand
Strijk rondom ieder gevuld koekje een heel dun laagje warme jam.
Rol de zijkant daarna door de fijngehakte geroosterde amandelen.
Druk de amandelen eventueel heel voorzichtig aan zodat ze goed blijven zitten.
Laat de koekjes daarna ongeveer 20 minuten liggen zodat de jam kan opstijven.
Werk eventueel af
Bestuif de bovenkant vlak voor het serveren heel licht met poedersuiker.
Dat hoeft niet per se; met de glanzende jam en geroosterde amandel zijn ze eigenlijk al feestelijk genoeg.
Notities
Laat het deeg echt koelen Warm sablédeeg plakt, vervormt tijdens het uitsteken en loopt sneller uit in de oven.Niet te lang kneden Zodra de bloem is opgenomen mag je stoppen. Zo blijven de koekjes bros.Bak ze licht Sablé hoort bleek tot heel licht goudkleurig te blijven. Donker gebakken koekjes worden harder en verliezen die fijne boterachtige structuur.Welke jam? Abrikozenjam wordt veel gebruikt en combineert mooi met amandel. Aardbei of framboos kan natuurlijk ook.Ze worden nóg lekkerder na een paar uur Direct na het vullen zijn de koekjes heel krokant. Na een paar uur trekt een klein beetje vocht uit de jam in het koekje en wordt de structuur precies goed.Jam te dun? Laat hem dan iets langer zacht inkoken. Heel vloeibare jam loopt uit de koekjes en houdt de amandelrand minder goed vast.Bewaren Bewaar de koekjes in een goed afgesloten trommel. Ze blijven ongeveer vijf dagen lekker.