Hlwa l-kok b-lburtuqal – Marokkaanse kokoskoekjes met sinaasappel
Deze Marokkaanse kokoskoekjes met sinaasappel zijn zacht, fris en behoorlijk gevaarlijk wanneer er eenmaal een schaal van op tafel staat.
Het principe is eigenlijk heel eenvoudig. Je bakt kleine ronde koekjes, plakt er steeds twee aan elkaar met sinaasappeljam en haalt ze vervolgens kort door sinaasappelsap. Daarna worden ze royaal door geraspte kokos gerold.
En dan moet je eigenlijk nog even geduld hebben.
Direct na het maken zijn ze al lekker, maar na een paar uur gebeurt er iets veel interessanters. Het sinaasappelsap trekt langzaam in de koekjes, de jam wordt één met de binnenkant en de kokos blijft aan de buitenkant zitten.
Daardoor krijg je uiteindelijk een zacht, bijna cakeachtig koekje met een frisse sinaasappelsmaak en kokos rondom.
Dit is dus niet zo’n koekje waarbij we proberen zoveel mogelijk knapperigheid te bewaren.
Hier willen we juist dat ze zachter worden.
Kleine Marokkaanse koekjes voor bij de thee
Zoete koekjes en kleine gebakjes horen bij de Marokkaanse tafel, zeker wanneer er bezoek komt of iets te vieren is.
Daarbij hoeft niet ieder koekje ingewikkeld gevormd of gevuld te zijn.
Juist dit soort eenvoudige koekjes is handig wanneer je een grotere schaal met verschillende soorten wilt maken. Door de witte kokos zien ze er meteen feestelijk uit en tussen amandelkoekjes, sesamkoekjes en andere Marokkaanse zoetigheden vallen ze mooi op.
En natuurlijk hoort daar een glas Marokkaanse muntthee bij.
Al vind ik ze bij koffie minstens zo gevaarlijk lekker.
Sinaasappel en kokos
De combinatie van sinaasappel en kokos werkt hier om twee redenen goed.
Sinaasappel geeft frisheid aan een koekje dat door de jam en kokos behoorlijk zoet kan worden. Kokos heeft juist die zachte, volle smaak die goed samengaat met citrus.
Op Dar Beldi gebruiken we die combinatie bijvoorbeeld ook in Meskouta, Marokkaanse cake met abrikoos en kokos.
Bij deze koekjes gebruiken we sinaasappel bovendien op twee manieren.
De jam zorgt voor een geconcentreerde zoete sinaasappelsmaak in het midden en het sap trekt in het koekje zelf.
Daardoor proef je de sinaasappel niet alleen in de vulling.
Maak de koekjes niet te groot
Dit zijn koekjes die je het liefst klein en netjes maakt.
Houd er rekening mee dat twee koekjes straks op elkaar komen. Bak je in eerste instantie enorme exemplaren, dan heb je uiteindelijk geen klein koekje meer maar ongeveer een kokosburger.
Maak de bolletjes daarom ongeveer even groot.
Dat helpt ook bij het samenstellen. Wanneer alle koekjes ongeveer dezelfde diameter hebben, kun je ze na het bakken gemakkelijk twee aan twee combineren.
Een kleine koekjesschep of gewoon een weegschaal kan daarbij handig zijn wanneer je ze heel gelijkmatig wilt krijgen.
Bak ze niet te donker
Omdat de koekjes later nog sinaasappelsap opnemen, wil je dat de basis gaar maar niet keihard gebakken is.
Houd de oven daarom goed in de gaten.
De koekjes mogen licht kleuren, maar ze hoeven niet donkerbruin te worden.
Iedere oven bakt bovendien net even anders. Kijk daarom liever naar de koekjes dan uitsluitend naar het aantal minuten op de timer.
Te donker gebakken koekjes kunnen uiteindelijk nog wel zachter worden door het sap, maar die harde geroosterde smaak krijg je niet meer teruggedraaid.
Laat de koekjes eerst afkoelen
Na het bakken moeten de koekjes eerst voldoende afkoelen voordat je ze gaat vullen.
Warme koekjes zijn kwetsbaarder en kunnen gemakkelijk breken wanneer je ze oppakt en tegen elkaar drukt.
Bovendien willen we controle houden over hoeveel vocht ze straks opnemen.
Leg ze dus rustig op een rooster en begin pas met vullen wanneer ze voldoende zijn afgekoeld.
We hebben nog genoeg mogelijkheden om ze later zacht te krijgen.
Sinaasappeljam als vulling
Voor de vulling gebruiken we sinaasappeljam.
Verwarm de jam een beetje voordat je hem tussen de koekjes smeert. Hij wordt daardoor soepeler en gemakkelijker te verdelen.
Warm betekent hier overigens niet kokendheet.
We willen twee koekjes aan elkaar plakken, niet onze vingers steriliseren.
Gebruik ook niet te veel jam. Wanneer je de koekjes op elkaar drukt en aan alle kanten een oranje lavastroom naar buiten komt, was je iets te enthousiast.
Een dunne, royale laag is voldoende om de koekjes bij elkaar te houden en smaak te geven.
Eerst vullen, daarna sinaasappelsap
De volgorde is bij deze koekjes belangrijk.
Eerst maken we sandwiches van twee koekjes met sinaasappeljam ertussen.
Pas daarna gaan ze door het sinaasappelsap.
Zou je losse koekjes eerst volledig in het sap laten weken en daarna nog proberen te vullen, dan worden ze veel lastiger om netjes te hanteren.
Door ze eerst aan elkaar te plakken, heb je een steviger geheel dat je snel door het sap kunt halen en vervolgens direct door de kokos kunt rollen.
Niet laten zwemmen
Dit is waarschijnlijk het belangrijkste gedeelte van het recept.
De gevulde koekjes worden kort door het sinaasappelsap gehaald.
Kort.
Ze hoeven niet te zwemmen.
Het doel is dat de buitenkant vocht opneemt en dat het sap daarna langzaam verder in het koekje trekt.
Laat je ze te lang in het sap liggen, dan kunnen ze zo zacht worden dat ze tijdens het rollen door de kokos uit elkaar beginnen te vallen.
Werk daarom met één koekje tegelijk.
Door het sap, even laten uitlekken en meteen door naar de kokos.
Wees royaal met de kokos
Nu hoef je niet voorzichtig te zijn.
Doe voldoende geraspte kokos in een ruime schaal en rol het vochtige koekje er helemaal doorheen.
Ook de zijkanten mogen goed bedekt zijn.
Druk de kokos eventueel heel voorzichtig met je vingers aan wanneer hij niet overal blijft zitten.
Gebruik fijne geraspte kokos. Daarmee krijg je een gelijkmatige laag rondom het koekje en blijft de vorm mooi zichtbaar.
En zorg dat er genoeg kokos in je schaal ligt.
Met drie verdwaalde eetlepels kokos proberen twintig koekjes te paneren wordt vooral irritant.
Waarom zijn ze de volgende dag nóg lekkerder?
Direct na het rollen kun je natuurlijk al proeven.
Dat heet kwaliteitscontrole en daar heb ik persoonlijk veel begrip voor.
Maar geef de koekjes daarna een paar uur rust.
Het sinaasappelsap trekt langzaam verder naar binnen en de structuur verandert. De twee losse koekjes en de jam ertussen worden steeds meer één zacht geheel.
De volgende dag zijn ze vaak nog lekkerder.
Dat maakt dit ook een fijn koekje wanneer je iets wilt voorbereiden voor bezoek of een feestelijke tafel.
Je hoeft niet op het laatste moment met sinaasappelsap en kokos door de keuken te vliegen.
Welke sinaasappels gebruik je?
Omdat we het sap daadwerkelijk in de koekjes laten trekken, zou ik gewoon verse sinaasappels gebruiken.
Proef het sap voordat je begint.
Is de sinaasappel heel zuur, dan proef je dat straks terug. Is hij mooi zoet en aromatisch, dan heb je precies wat we nodig hebben.
Je kunt eventueel ook wat fijn geraspte sinaasappelschil in het deeg verwerken als het recept daarom vraagt.
Rasp dan alleen het oranje gedeelte van de schil.
Het witte gedeelte eronder is bitter en daar wordt niemand vrolijker van.
Een hele schaal Marokkaanse koekjes maken
Deze kokoskoekjes zijn leuk om te combineren met andere kleine Marokkaanse zoetigheden.
Je hoeft dan van iedere soort geen enorme hoeveelheid te maken. Een paar verschillende vormen, kleuren en structuren maken een schaal juist aantrekkelijk.
Leg bijvoorbeeld zachte kokoskoekjes naast koekjes met amandel, sesam of dadels.
Zo kan iedereen iets pakken en vervolgens nog iets pakken omdat die andere er ook wel erg lekker uitziet.
En voor je het weet is de schaal leeg.
Dat probleem lost zichzelf meestal verrassend efficiënt op.
Hoe bewaar je de kokoskoekjes?
Laat de koekjes na het vullen en rollen eerst rusten zodat het sinaasappelsap zich goed kan verdelen.
Bewaar ze daarna goed afgesloten zodat ze niet uitdrogen en ongewenste geuren uit de omgeving opnemen.
Leg je meerdere lagen in een bewaardoos, dan kun je er een vel bakpapier tussen leggen. Zo blijven de koekjes netjes en trek je bij het pakken niet meteen de kokoslaag van het koekje eronder af.
Houd er rekening mee dat dit bewust zachte koekjes zijn.
Verwacht na een dag dus geen krokant koekje. Als ze lekker zacht, sappig en fris naar sinaasappel smaken, is het juist gelukt.
Een eenvoudig koekje dat je vooruit kunt maken
Dat vind ik misschien wel het prettigste aan deze hlwa l-kok b-lburtuqal.
De ingrediënten zijn eenvoudig en je hebt geen ingewikkelde decoratietechnieken nodig.
Bak kleine koekjes, plak ze aan elkaar met sinaasappeljam, haal ze kort door vers sinaasappelsap en rol ze royaal door kokos.
Daarna doet de tijd de rest.
Laat ze een paar uur staan, zet de thee of koffie klaar en probeer ondertussen van de schaal af te blijven.
Dat laatste staat niet in het recept.
Maar het is waarschijnlijk wel de moeilijkste stap.
Koekjesschep
Met doordacht ontworpen handgrepen en ergonomische trekker, kunnen we prachtige koekjes, cupcakes, muffins of ijs maken, vereisen geen grote handkracht.

Hlwa l-kok b-lburtuqal – Marokkaanse kokoskoekjes met sinaasappel
Ingrediënten
- 2 eieren
- 100 g fijne kristalsuiker
- 100 ml zonnebloemolie
- rasp van 1 biologische sinaasappel
- 1 tl vanille-extract
- 8 g bakpoeder
- klein snufje zout
- 300 –325 g tarwebloem
- 200 g sinaasappeljam
- 100 ml vers sinaasappelsap
- 150 –200 g fijne geraspte kokos
Method
- Bereiding
- Maak het deeg
- Doe de eieren en suiker in een ruime kom.
- Klop ongeveer **1 minuut** met een garde tot alles goed gemengd is.
- Voeg de zonnebloemolie, sinaasappelrasp en vanille toe en meng opnieuw.
- Voeg bloem en bakpoeder toe
- Meng 300 gram bloem met het bakpoeder en een klein snufje zout.
- Voeg dit beetje bij beetje toe aan het eimengsel.
- Meng eerst met een lepel en daarna kort met je handen.
- Het deeg moet zacht en soepel zijn en net niet meer aan je handen blijven plakken.
- Voeg alleen wanneer dat nodig is nog wat van de resterende bloem toe.
- Verwarm de oven
- Verwarm de oven voor op **180 °C boven- en onderwarmte** of **165 °C hetelucht**.
- Bekleed een bakplaat met bakpapier.
- Vorm de koekjes
- Neem kleine stukjes deeg van ongeveer **12–14 gram**.
- Rol ze tussen je handen tot gladde balletjes.
- Leg ze met wat ruimte ertussen op de bakplaat en druk ze heel licht plat.
- Probeer de koekjes ongeveer even groot te maken, omdat ze na het bakken twee aan twee op elkaar worden geplakt.
- Bak de koekjes
- Bak de koekjes ongeveer **10 tot 12 minuten**.
- Ze hoeven nauwelijks bruin te worden.
- De onderkant mag licht goudkleurig zijn, maar de bovenkant moet vrij bleek blijven.
- Laat de koekjes volledig afkoelen.
- Verwarm de sinaasappeljam
- Doe de sinaasappeljam in een klein pannetje.
- Verwarm op laag vuur tot de jam zacht en makkelijk smeerbaar is.
- Is de jam erg dik, voeg dan **1 eetlepel sinaasappelsap** toe.
- Laat de jam niet hard koken.
- Maak dubbele koekjes
- Neem twee koekjes van ongeveer dezelfde grootte.
- Smeer een klein lepeltje warme sinaasappeljam op de platte kant van één koekje.
- Druk het tweede koekje er voorzichtig tegenaan.
- Herhaal met de rest.
- Haal de koekjes kort door sinaasappelsap
- Schenk het verse sinaasappelsap in een ondiep schaaltje.
- Haal ieder dubbel koekje **heel kort** door het sap.
- Laat het niet weken.
- Een snelle draai is genoeg om de buitenkant vochtig te maken.
- Rol door de kokos
- Doe de geraspte kokos in een tweede schaal.
- Rol het vochtige koekje direct door de kokos.
- Druk de kokos heel voorzichtig aan zodat de buitenkant rondom goed bedekt is.
- Laat rusten
- Leg de afgewerkte koekjes naast elkaar op een schaal.
- Dek af en laat ze minimaal **2 uur** rusten voordat je ze serveert.
- Nog lekkerder zijn ze wanneer ze een paar uur of een hele nacht kunnen staan.
- De jam en het sinaasappelsap trekken dan verder in de koekjes en maken ze heerlijk zacht.
Notities
Het deeg hoort zacht te zijn. Voeg alleen extra bloem toe wanneer het echt te plakkerig is om te vormen. Bak ze niet te donker
Deze koekjes horen zacht en vrij bleek te blijven. Te lang bakken maakt ze droog en dan nemen ze later het sinaasappelsap minder mooi op. Gebruik een lekkere sinaasappeljam
De jam is een belangrijk onderdeel van de smaak. Kies liefst een jam waarin je duidelijk sinaasappel proeft en die niet overdreven bitter is. Heel kort door het sap
Laat de koekjes niet in het sinaasappelsap liggen. Ze moeten alleen aan de buitenkant vochtig worden; tijdens het rusten trekt het vocht vanzelf verder naar binnen. Rusttijd
Direct na het maken zijn de koekjes nog wat steviger. Na enkele uren worden ze veel zachter en komen sinaasappel, jam en kokos mooi samen. Een dag vooraf maken
Deze koekjes kun je uitstekend een dag van tevoren maken. Ze worden juist lekkerder wanneer ze een nacht kunnen rusten.