Er ligt een Beni Ourain-tapijt bij mij in huis, en eerlijk gezegd kijk ik er bijna dagelijks even naar zonder er echt bij stil te staan. Tot ik op een gegeven moment meer wilde weten over waar die ruitjes en zigzaglijnen nou precies vandaan komen, en ontdekte dat er een veel groter verhaal achter zit dan ik dacht.
Beni Ourain is namelijk geen ontwerp en ook geen merk. Het is de naam van een groep van zeventien Berberstammen uit het Midden-Atlasgebergte. Alles wat wij in Nederland kennen als “een Beni Ourain-tapijt” komt oorspronkelijk van hen, gemaakt op een manier die al generaties wordt doorgegeven, van moeder op dochter.
Waarom deze tapijten er zo uitzien
Het eerste dat opvalt aan een Beni Ourain-tapijt is de kleur: een romige, ivoorwitte ondergrond met donkere lijnen en ruiten erop. Die kleur is geen verfkeuze, het is puur de natuurlijke kleur van de wol.
Die wol komt van een stevig, wat kleiner schapenras dat in het Atlasgebergte leeft, en juist door het ruige, koude klimaat daar is de kwaliteit van die wol opvallend hoog. De draden worden meestal helemaal niet geverfd, waardoor je in feite het schaap zelf op de vloer ziet liggen, in de mooiste zin van het woord.
Gemaakt om warm te blijven, niet om mooi te zijn
Wat ik zelf het interessantst vind, is dat deze tapijten oorspronkelijk niets met interieurstyling te maken hadden.
De Beni Ourain waren (en zijn deels nog) een semi-nomadische bevolking die in de bergen leefde, en daar kan het flink koud worden. De dikke, hoogpolige wollen kleden werden gemaakt om warm te blijven, als deken, als zadelkleed, soms verwerkt in kleding. Puur functioneel dus, precies zoals we dat ook al bij Marokkaans terracotta aardewerk zagen: eerst gebruiksvoorwerp, decoratief pas als bijzaak.
Er zit trouwens ook een praktische verklaring voor de afmetingen. Traditionele weefgetouwen moesten mee kunnen wanneer een stam verhuisde, en dat hield de breedte van oudsher beperkt tot ruwweg twee meter. Grotere tapijten, zoals je ze nu vaak in woonwinkels ziet, zijn vaker een modernere aanpassing.
De ruiten, lijnen en tekens vertellen iets
Dit is voor mij het mooiste onderdeel van het verhaal. De patronen op een Beni Ourain-tapijt zijn geen decoratie voor de decoratie, ze zijn een soort persoonlijk alfabet van de vrouw die het tapijt weeft.
Een paar tekens die vaak terugkomen:
- de ruit staat voor bescherming en vrouwelijkheid
- de zigzaglijn verwijst naar water en leven
- het kruis beschermt tegen het boze oog
- de chevron (schuine V-vormen) stelt de bergen van de Atlas voor
- de levensboom symboliseert vruchtbaarheid en de verbinding tussen aarde en hemel
Er bestaan in totaal meer dan veertig van dit soort basissymbolen binnen de Berberse traditie, die op talloze manieren gecombineerd kunnen worden. Belangrijke momenten in het leven van de weefster, zoals een geboorte of een huwelijk, konden letterlijk in het patroon terechtkomen. Elk tapijt is daardoor in feite een persoonlijk, met de hand geschreven verhaal, alleen dan in wol in plaats van in tekst.
Niet elke Berbertapijt is een Beni Ourain
Iets wat ik zelf lang niet wist: Beni Ourain is maar één van meerdere Marokkaanse tapijtstijlen, en elke regio heeft zijn eigen karakter.
Denk aan Boucherouite, kleurrijke tapijten gemaakt van gerecyclede stofresten in plaats van wol, ontstaan uit pure noodzaak om niets te verspillen. Of Azilal, met vaak wat losser, kleurrijker en abstracter patroonwerk dan de strakke ruiten van Beni Ourain. Boujaad-tapijten vallen weer op door hun warme roze en rode tinten. En dan is er nog Fez, een van de bekendste tapijtsteden van Marokko, met een geheel eigen, fijner geknoopte traditie.
Dat betekent dat “een Marokkaans tapijt” eigenlijk net zo’n containerbegrip is als “een Marokkaans gerecht”, er gaat een enorme regionale verscheidenheid achter schuil zodra je verder kijkt dan de eerste blik.
Van berghut tot westerse woonkamer
Sinds ongeveer de negentiende eeuw vonden Beni Ourain-tapijten steeds vaker hun weg naar Europese en Amerikaanse interieurs, en de laatste jaren zijn ze booming in Scandinavische en bohemian woonstijlen. De combinatie van een rustige, neutrale kleur met een grafisch patroon past bij bijna elke moderne woonstijl, iets wat je van een traditioneel handwerkproduct niet meteen zou verwachten.
Ik snap die aantrekkingskracht helemaal. Een Beni Ourain-tapijt oogt minimalistisch genoeg om in een strak ingerichte kamer te passen, maar heeft door de handgemaakte oneffenheden en de symboliek in het patroon net zoveel karakter als een goed verhaal.
Waar je op kunt letten
Een echt handgemaakt Beni Ourain-tapijt herken je meestal aan een paar dingen: de wol voelt dik en zacht aan, geen twee tapijten zijn precies gelijk, en de achterkant van het tapijt laat vaak zien hoe de knopen met de hand zijn gelegd. Fabrieksmatige “Beni Ourain-stijl” tapijten zijn inmiddels overal te vinden, maar missen die onregelmatigheden, en daarmee ook een groot deel van het verhaal.
Wil je zeker weten dat je met een authentiek, handgeweven exemplaar te maken hebt, vraag dan naar de herkomst en de stam of coöperatie waar het tapijt vandaan komt. Net als bij een goede fles arganolie is de vraag naar herkomst vaak een beter teken van kwaliteit dan de prijs alleen.
Een stukje Atlasgebergte in huis
Wat ik zo mooi vind aan dit soort voorwerpen, of het nu een tapijt, een stuk terracotta aardewerk of een handgeblazen Beldi-glas is, is dat er altijd meer achter zit dan je in eerste instantie ziet. Een ruitpatroon is dan geen willekeurige vorm meer, maar een teken voor bescherming. Een simpele ivoorkleurige wol is geen toevallige kleurkeuze, maar precies de kleur van het schaap dat er hoog in de bergen tegen de kou moest bestand zijn.
Elke keer dat ik nu over mijn eigen tapijt loop, weet ik weer een stukje beter wat ik eigenlijk onder mijn voeten heb liggen.