Terracotta in Marokko – het verhaal van aarde, vuur en handwerk

door Nasira

Terracotta zie je in Marokko eigenlijk overal, en op veel meer plekken dan je in eerste instantie zou denken.

Op de markt staat het in stapels: kommen, kruiken, tajines, voorraadpotten. Maar kijk eens omhoog, naar de muren van een kasbah in het zuiden, of naar de okerkleurige gevels van een stad als Marrakech, en je ziet eigenlijk hetzelfde materiaal terug. Dezelfde aarde, alleen dit keer niet gevormd tot een kom, maar tot een muur.

Dat vind ik het mooie aan terracotta in Marokko. Het is geen losstaand decoratief materiaal, het is letterlijk de grond waarop het land staat, hergebruikt voor alles van kookgerei tot complete gebouwen.

Lang voordat aardewerk iets werd dat we als woonaccessoire in een interieurwinkel zetten, was klei in Marokko vooral een praktisch materiaal. Er werd in gekookt, water in bewaard, voedsel in opgeslagen en uit gegeten. Er werden kruiken, kommen, voorraadpotten, tajines en allerlei andere voorwerpen voor het huis van gemaakt. Gebakken aarde hoorde gewoon bij het dagelijks leven, zonder dat iemand er verder bij stilstond.

Terracotta is meer dan een oranje kleur

Bij terracotta denken we tegenwoordig al snel aan de bekende oranjerode bloempot. Maar terracotta betekent letterlijk gebakken aarde, en het gaat in de eerste plaats om aardewerk dat van klei wordt gevormd en daarna wordt gebakken.

Welke kleur het uiteindelijk krijgt, hangt af van de klei zelf, de mineralen in de bodem, de temperatuur tijdens het bakken en de afwerking die erna volgt. Daardoor kan Marokkaans aardewerk variëren van warm rood en roestbruin tot zandkleur, beige, zacht roze, grijsbruin en bijna zwart. En diezelfde gebakken klei kan vervolgens ook nog worden beschilderd of geglazuurd.

Het diepgroene aardewerk van Tamegroute, de blauwe keramiek uit Fez en Safi, en een eenvoudige ongeglazuurde tajine beginnen uiteindelijk allemaal bij hetzelfde: aarde en water, waar later het vuur bij komt.

Aardewerk dat niet voor decoratie werd gemaakt

Een van de mooiste voorbeelden daarvan vind je in het noorden van Marokko. In de Rif bestaat een oude traditie waarbij vrouwen aardewerk met de hand maken, en het is geen aardewerk dat oorspronkelijk werd bedacht voor toeristen of interieurwinkels. Het werd gemaakt omdat er spullen nodig waren: kookgerei, kommen, voorraadpotten, kruiken voor water en andere vloeistoffen, vaten om eten in te bewaren, en ook voorwerpen voor het huis zoals vazen en wierookbranders.

Het aardewerk hoorde daarmee net zo vanzelfsprekend bij een huishouden als een pan of schaal tegenwoordig. Dat maakt het voor mij veel interessanter dan perfect fabrieksaardewerk, het vertelt namelijk iets over hoe mensen daadwerkelijk leefden.

De vrouwenpottenbakkers van de Rif

Het traditionele aardewerk uit de Rif wordt op een bijzondere manier gemaakt. De vrouwen selecteren eerst geschikte lokale klei, die wordt fijngemaakt, gezeefd en met water gemengd totdat er een kneedbare massa ontstaat.

En dan gebeurt iets wat ik zelf prachtig vind: aan de verse klei worden fijngemaakte scherven van oud, gebroken aardewerk toegevoegd. Een oude pot die ooit zijn werk heeft gedaan, kan zo uiteindelijk onderdeel worden van een nieuwe. Er zit bijna iets symbolisch in, ook al is de reden vooral praktisch, het gemalen oude aardewerk helpt namelijk de structuur van de klei.

De potten worden vervolgens met eenvoudige gereedschappen gevormd en gladgemaakt. Geen lopende band, geen mal waar iedere pot exact hetzelfde uitkomt, maar handen, klei, stenen, houten hulpmiddelen en jarenlange ervaring. Daarna moeten de stukken eerst drogen in de zon voordat ze worden gebakken. Sommige worden vervolgens versierd met donkere geometrische motieven, waarvoor traditioneel onder andere zwarte steen en plantaardige materialen werden gebruikt. Pas daarna gaat het aardewerk opnieuw het vuur in.

In de Rif was deze vorm van pottenbakken traditioneel vrouwenwerk, en de kennis werd binnen families doorgegeven van generatie op generatie. Dat maakt zo’n schaal of kruik ineens iets anders dan alleen een mooi voorwerp. Er zit kennis in die nergens op papier hoefde te staan, omdat een meisje vroeger eenvoudigweg keek hoe haar moeder of grootmoeder het deed.

Geen pottenbakkersschijf nodig

Juist het landelijke vrouwen-aardewerk uit Noord-Marokko onderscheidt zich van veel stedelijke keramiek. Waar professionele pottenbakkers in steden vaak met een draaischijf werken, wordt traditioneel Rif-aardewerk met de hand opgebouwd. Daardoor zijn de vormen niet altijd mathematisch perfect: een rand kan iets anders lopen, de ene kant kan net wat voller zijn dan de andere, en de tekening hoeft niet exact symmetrisch te zijn.

Tegenwoordig zouden we dat misschien omschrijven als handmade character en er graag extra voor betalen. Oorspronkelijk was het gewoon het resultaat van de manier waarop het voorwerp werd gemaakt. En misschien is dat precies waarom oud Marokkaans aardewerk zoveel karakter heeft: perfectie was nooit het doel, bruikbaarheid wel.

Van het platteland naar de pottenbakkersstad

Marokkaans aardewerk heeft niet overal dezelfde uitstraling. Wie naar Safi reist, komt in een compleet andere keramiekwereld terecht. Safi geldt als een van de grote pottenbakkerssteden van Marokko, en in en rond de medina vind je werkplaatsen waar ambachtslieden met klei, draaischijven, ovens, verf en glazuur werken. Daar wordt de eenvoudige aarde ineens veel kleurrijker: schalen, borden, kopjes, amforen en siervoorwerpen krijgen beschilderingen en glazuren, en worden producten die niet alleen praktisch zijn, maar ook bedoeld zijn om gezien te worden.

Dat verschil vind ik interessant. Op het platteland kon aardewerk vooral ontstaan uit wat een huishouden nodig had. In steden als Safi werd keramiek ook een gespecialiseerd ambacht en handelsproduct. Beide horen bij Marokko.

En dan is er natuurlijk de tajine

Misschien staat het bekendste stuk Marokkaanse aardewerk gewoon bij ons op het fornuis: de tajine. De onderschaal en het karakteristieke kegelvormige deksel laten prachtig zien hoe functioneel aardewerk kan zijn. Het is geen vorm die iemand alleen heeft bedacht omdat hij mooi staat op tafel, de vorm hoort bij de manier waarop er langzaam in wordt gekookt.

Wie zelf in een aardewerken tajine wil koken, kan in onze uitgebreide gids over de Marokkaanse tajine lezen hoe je hem voorbereidt, gebruikt en voorkomt dat hij barst.

Ook bij een tajine zie je dat enorme verschil binnen Marokkaans aardewerk terug. Er bestaan prachtig beschilderde exemplaren die vooral geschikt zijn om te serveren, maar daarnaast bestaan die eenvoudige, ongeglazuurde of gedeeltelijk geglazuurde kooktajines. Mijn voorkeur gaat vaak juist naar die laatste. Je ziet de klei nog, je ziet waarvan het gemaakt is.

Aarde verschuilt zich niet altijd onder glazuur

Misschien is dat ook waarom ik zo van ongeglazuurd Marokkaans aardewerk houd. Bij een beschilderde schaal kijk je als eerste naar de decoratie. Bij ongeglazuurde klei kijk je naar het materiaal zelf: het oppervlak is mat, de kleur is nooit helemaal vlak, en soms zie je kleine oneffenheden.

Diezelfde matte, aardse uitstraling zie je terug bij de lemen en okerkleurige gevels in het zuiden van Marokko. Geen glimmende afwerking, geen felle kleur, maar juist die zachte, natuurlijke variatie die je alleen krijgt wanneer een materiaal recht uit de grond komt.

Terracotta als bouwmateriaal

Wat mij betreft is dit het minst bekende, maar misschien wel het mooiste hoofdstuk van terracotta in Marokko: het is niet alleen aardewerk, het is ook architectuur.

In steden als Marrakech zijn veel gebouwen gepleisterd of geverfd in warme okertinten, wat Marrakech onder andere zijn bijnaam “de rode stad” heeft opgeleverd. Verder naar het zuiden, richting de Atlas en de Sahara, zie je hele kasbahs en ksours die zijn opgetrokken uit pisé, gestampte aarde vermengd met stro, gedroogd in de zon in plaats van gebakken in een oven. Plaatsen als Ait Benhaddou laten precies zien hoe ver je met simpele aarde kunt komen: complete versterkte dorpen, volledig opgebouwd uit hetzelfde basismateriaal als de kom waarin je ’s avonds je harira serveert.

Dat is voor mij het mooiste bewijs dat terracotta in Marokko nooit alleen decoratie is geweest. Dezelfde aarde die een pot, een tajine of een muur wordt, komt gewoon uit de grond waarop mensen al eeuwenlang leven. In ons artikel over de sfeer van Marrakech in je woonkamer gaat het daarom ook niet over je hele huis volzetten met Marokkaanse spullen. Eén bijzonder voorwerp, of gewoon die warme oker-achtige kleur op een muur, kan soms al genoeg zijn.

Terracotta en het hammamgevoel

Ook bij het Marokkaanse hammamritueel past die eenvoud. De traditionele hammam draait uiteindelijk niet om een luxe kast vol cosmetica. Water, warmte, savon beldi, rhassoul, een kessa en een paar eenvoudige gebruiksvoorwerpen vormen de basis.

Een klein aardewerken lampje naast een schaaltje rhassoul of een pot zwarte zeep is natuurlijk geen noodzakelijk onderdeel van het traditionele hammamritueel. Maar qua materiaal en sfeer hoort het wel bij dezelfde wereld: aarde, water, warmte, planten, olie. Eenvoudige dingen die door gebruik bijzonder worden.

Van Rif-aardewerk tot Tamegroute

En daar zit misschien wel het leukste aan Marokkaans aardewerk: er bestaat niet één typische Marokkaanse pot. In de Rif vind je het handgevormde aardewerk van vrouwelijke pottenbakkers. In Safi zie je een lange traditie van professionele keramiekproductie. Fez staat bekend om zijn verfijnde beschilderde keramiek. Verder naar het zuiden vind je het beroemde Tamegroute-aardewerk met zijn diepe, onregelmatige groene glazuur.

De vorm, kleur en techniek veranderen met de streek. Maar steeds keert hetzelfde terug: klei uit de aarde, gevormd door handen en veranderd door vuur.

Waarom dit zo goed bij ‘beldi’ past

Op Dar Beldi gebruiken we het woord beldi natuurlijk niet toevallig. Het kan afhankelijk van de situatie iets betekenen als lokaal, traditioneel, van eigen bodem of gemaakt op een manier die bij een plaats hoort.

Dat betekent niet dat ieder handgemaakt potje automatisch beldi is. Maar traditioneel aardewerk laat wel heel mooi zien wat met dat begrip bedoeld kan worden. De grondstof komt uit de omgeving, de techniek hoort bij de streek, de kennis wordt doorgegeven, en het product is niet ontstaan als decoratief concept, maar omdat mensen het daadwerkelijk gebruikten.

Dat is misschien wel de kern van beldi. Niet oud om het oude. Niet imperfect omdat imperfectie tegenwoordig hip is. Maar een voorwerp dat logisch voortkomt uit zijn plaats en zijn gebruik.

Overal dezelfde aarde

En zo kom ik eigenlijk weer terug bij waar ik mee begon: die kommen en tajines op de markt, en de kleur van de gebouwen erachter. Op het eerste gezicht lijkt dat twee compleet verschillende dingen, aardewerk hier, architectuur daar. Maar het is steeds diezelfde aarde.

Van vrouwen in de Rif die lokale klei met hun handen tot huishoudelijke voorwerpen vormen. Van pottenbakkers in Safi die klei op hun draaischijf tot kommen en schalen maken. Van de eenvoudige tajine waarin urenlang wordt gekookt. Tot de muren van een kasbah die met diezelfde grond zijn opgetrokken.

Het materiaal zelf is ontzettend eenvoudig. Een beetje aarde, een beetje water, en vuur of zon om het te laten uitharden. Maar misschien is dat juist waarom terracotta in Marokko zo overal blijft opduiken, in de keuken en op straat, zodra je er eenmaal op let.

Misschien vind je dit ook leuk

Laat een bericht achter