Ouderwetse chocoladeflikken – Met noten en rozijnen
Ken je ze nog van vroeger bij de banketbakker? Die ronde chocoladeschijven met bovenop amandelen, hazelnoten en rozijnen. Ze lagen netjes naast elkaar in de vitrine, gemaakt van pure chocolade, melkchocolade of witte chocolade.
Tegenwoordig kun je chocolade van Callebaut in allerlei kleuren en smaken kopen, maar voor dit recept beginnen we bij de ouderwetse chocoladeflikken. We gebruiken goede chocolade, roosteren de noten zelf en zorgen dat de flikken mooi glanzen en stevig worden.
Met de versiering kun je alle kanten op. Gebruik gerust wat je in huis hebt: stukjes gekonfijte sinaasappel, rozijnen, gedroogde abrikozen, amandelen, hazelnoten, pistachenoten of verschillende zaden. Ook kokosrasp en stukjes gedroogd fruit zijn lekker. Zolang de ingrediënten droog zijn, kun je naar eigen smaak combineren.

Ouderwetse chocoladeflikken met noten en rozijnen
Ingrediënten
- Voor de chocoladeflikken
- - 200 g Callebaut pure chocolade 811
- - 200 g Callebaut melkchocolade 823
- - 200 g Callebaut witte chocolade W2
- Voor de klassieke versiering
- - 60 g blanke amandelen
- - 60 g hazelnoten
- - 60 g rozijnen
- Andere mogelijkheden
- - Gekonfijte sinaasappel- of citroenschil
- - Gedroogde abrikozen fijngesneden
- - Pistachenoten
- - Cashewnoten
- - Pompoenpitten
- - Zonnebloempitten
- - Sesamzaad
- - Kokosrasp
- - Gedroogde cranberry's
- - Gevriesdroogde frambozen of aardbeien
- Je hoeft natuurlijk niet alles te gebruiken. Kies twee of drie soorten versiering per chocoladeflik. Zorg dat alles droog is.
Method
- Verwarm de oven voor op 160 °C boven- en onderwarmte.
- Verdeel de amandelen en hazelnoten over een bakplaat en rooster ze ongeveer 10–12 minuten, totdat ze licht goudbruin zijn en lekker beginnen te ruiken.
- Laat de noten volledig afkoelen.
- Gebruik je andere noten of zaden? Die kun je eventueel ook kort roosteren. Houd kleine zaden goed in de gaten, want die kleuren snel.
- Leg de noten, rozijnen en eventuele andere ingrediënten klaar.
- Snijd grotere stukken gedroogd of gekonfijt fruit wat kleiner.
- Zorg dat alles goed droog is. Verse vruchten zijn minder geschikt, omdat ze vocht afgeven aan de chocolade.
- Bekleed een vlakke bakplaat met glad bakpapier of chocoladefolie.
- Zorg dat de werkruimte niet te warm is. Een temperatuur van ongeveer 18–21 °C is prettig om met chocolade te werken.
- We beginnen met de pure chocolade.
- Houd ongeveer 50 gram chocolade apart en doe de overige 150 gram in een hittebestendige kom.
- Zet de kom boven een pan met een klein laagje zachtjes verwarmd water. De bodem van de kom mag het water niet raken.
- Smelt de chocolade rustig tot een temperatuur van 45–50 °C.
- Haal de kom van de pan.
- Breng de chocolade op de juiste temperatuur
- Voeg de achtergehouden chocolade beetje bij beetje toe en blijf rustig roeren.
- Door de koude chocoladedruppels smelt de chocolade verder, terwijl de temperatuur daalt.
- Voor pure chocolade willen we uitkomen op 31–32 °C.
- Het is belangrijk dat de chocolade niet alleen de juiste temperatuur heeft, maar ook goed is gemengd met de achtergehouden chocoladedruppels.
- Smeer ter controle een klein beetje chocolade dun uit op een stukje bakpapier. Bij een koele kamertemperatuur moet dit binnen enkele minuten beginnen uit te harden en uiteindelijk stevig en glanzend worden.
- Doe de chocolade in een spuitzak en spuit kleine rondjes op het bakpapier.
- Gebruik ongeveer 20 gram chocolade per flik.
- Tik de bakplaat voorzichtig een paar keer op het aanrecht, zodat de chocolade mooi rond uitvloeit.
- Maak schijven van ongeveer 5–6 centimeter doorsnede.
- Versier de chocolade
- Leg direct een paar noten en rozijnen op de nog zachte chocolade.
- Of gebruik een andere combinatie, bijvoorbeeld amandelen met gekonfijte sinaasappel, pistachenoten met gedroogde cranberry's of hazelnoten met pompoenpitten.
- Druk grotere ingrediënten voorzichtig een klein beetje in de chocolade, zodat ze goed blijven zitten.
- Werk niet te langzaam, want goed voorbereide chocolade begint vrij snel stevig te worden.
- Laat de flikken uitharden
- Laat de chocoladeflikken op een koele, droge plaats uitharden.
- Haal ze pas van het papier wanneer ze helemaal stevig zijn.
- Herhaal dezelfde stappen met de melkchocolade.
- Verwarm deze tot ongeveer 40–45 °C en breng hem met de achtergehouden chocoladedruppels terug naar 29–30 °C.
- Maak opnieuw ronde flikken en versier ze naar keuze.
- Herhaal de bereiding met de witte chocolade.
- Verwarm deze tot ongeveer 40–45 °C en breng hem terug naar 28–29 °C.
- Maak ook hiervan ronde chocoladeflikken en versier ze.
- Houd bij alle drie de soorten rekening met de aanwijzingen op de verpakking van de gebruikte Callebaut chocolade.
Notities
Welke temperatuur heeft chocolade nodig?
Om chocoladeflikken te maken die mooi glanzen en stevig worden, moet je de chocolade eerst verwarmen en daarna op de juiste temperatuur brengen.| Chocoladesoort | Verwarmen tot | Gebruiken bij |
|---|---|---|
| Pure chocolade | 45–50 °C | 31–32 °C |
| Melkchocolade | 40–45 °C | 29–30 °C |
| Witte chocolade | 40–45 °C | 28–29 °C |