Ouderwetse griesmeelpudding met rumrozijnen
Soms heb je gewoon trek in zo’n ouderwets nagerecht. Geen lijst met ingrediënten of uitgebreide bereiding, maar een schaal griesmeelpudding zoals die vroeger regelmatig op tafel stond. Gemaakt van volle melk, griesmeel en suiker. Meer was het toch vroeger niet.
Deze ouderwetse griesmeelpudding maken we met rozijnen die een paar uur in bruine rum hebben geweekt. De rum geeft de rozijnen een warme smaak en een beetje limoenrasp zorgt voor een fris accent. De pudding is zacht en romig, maar stevig genoeg om na het afkoelen uit een mooie puddingvorm te halen. Je kunt hem ook in kleine glazen coupes serveren.
Griesmeelpudding zoals vroeger
Griesmeelpudding was jarenlang een vertrouwd nagerecht in Nederlandse huishoudens. Griesmeel was goedkoop, lang houdbaar en met een liter melk kon je een flinke pudding maken waar het hele gezin van kon eten.
De pudding werd vaak in een grote vorm gegoten en na het afkoelen op een schaal gestort. Soms zat er een beetje vanille in, soms rozijnen en bij feestelijke gelegenheden werd er een saus bij geserveerd.
Vooral griesmeelpudding met rodebessensaus is een bekende combinatie. De zoete, romige pudding en de frisse, lichtzure saus passen goed bij elkaar.
Maar ook zonder saus is griesmeelpudding lekker. Zeker wanneer je volle melk gebruikt en er, zoals in dit recept, rumrozijnen aan toevoegt.
Wat is griesmeel eigenlijk?
Griesmeel wordt gemaakt van graan dat grover wordt gemalen dan gewone bloem. Voor griesmeelpudding wordt meestal tarwegriesmeel gebruikt.
Wanneer je griesmeel langzaam verwarmt in melk, nemen de korreltjes vocht op en zwelt het zetmeel op. Daardoor wordt de melk steeds dikker en ontstaat uiteindelijk een pudding.
De hoeveelheid griesmeel bepaalt voor een groot deel de structuur.
Met ongeveer 80 gram griesmeel per liter melk krijg je een zachte pudding die je gemakkelijk uit een schaaltje kunt eten. Gebruik je 120 gram per liter, zoals in dit recept, dan wordt de pudding steviger en kun je hem na het afkoelen ook uit een vorm storten.
Het is wel belangrijk om fijne griesmeel te gebruiken. Daarmee krijgt de pudding een gelijkmatige structuur, zonder dat de korreltjes te grof blijven.
Waarom volle melk gebruiken?
Vroeger werd griesmeelpudding meestal gewoon met melk gemaakt. In moderne recepten zie je ook varianten met sojadrank, amandelmelk of havermelk.
Voor deze ouderwetse versie gebruiken we volle koemelk.
Het vet in de melk geeft de pudding een vollere smaak en een romiger mondgevoel. Dat past goed bij de griesmeel, die tijdens het koken de melk opneemt en voor de stevigheid zorgt.
Je hoeft geen slagroom of boter toe te voegen. Met volle melk krijg je al een smakelijke pudding.
Verwarm de melk rustig en blijf goed roeren zodra de griesmeel is toegevoegd. Vooral op de bodem van de pan kan het mengsel gemakkelijk aanzetten.
Rozijnen geweekt in bruine rum
De rozijnen geven deze griesmeelpudding net iets extra’s.
We laten ze ongeveer drie uur weken in bruine rum. Daardoor worden ze zachter en nemen ze een deel van de rum op.
Bruine rum heeft doorgaans een wat vollere smaak dan witte rum, met aroma’s die goed passen bij rozijnen en melkachtige desserts.
Tijdens het koken gaan de rozijnen samen met de eventueel overgebleven rum door de pudding. Zo wordt de smaak verdeeld zonder dat de rum overheerst.
De rum wordt slechts kort mee verwarmd. Er kan dus alcohol in het nagerecht achterblijven.
Wil je een versie zonder alcohol maken, dan kun je de rozijnen in warm water of appelsap weken. De smaak wordt anders, maar de pudding blijft lekker.
Een beetje limoen maakt het verschil
In dit recept gebruiken we de fijn geraspte schil van één limoen.
Dat lijkt misschien een ongebruikelijk ingrediënt voor een ouderwetse griesmeelpudding, maar het past verrassend goed bij de rozijnen en rum.
De schil bevat aromatische oliën die de pudding een frisse geur geven. We gebruiken alleen het groene gedeelte van de schil, want het witte laagje eronder kan bitter smaken.
Voeg de limoenrasp pas toe wanneer de pan van het vuur is gehaald. Zo blijft het frisse aroma beter behouden.
Gebruik bij voorkeur een onbespoten limoen en was de schil goed voordat je hem raspt.
Griesmeelpudding in een grote vorm of kleine glaasjes
Het leuke van dit recept is dat je zelf kunt kiezen hoe je de pudding serveert.
Voor een echte ouderwetse presentatie gebruik je een grote puddingvorm. Spoel deze vooraf om met koud water en laat hem uitlekken. Schenk de warme griesmeelpudding erin en laat hem volledig opstijven in de koelkast.
Na minimaal vier uur kun je de pudding voorzichtig op een schaal storten. Komt hij niet meteen los, houd de buitenkant van de vorm dan enkele seconden in lauwwarm water.
Maar je kunt de pudding ook verdelen over kleine glazen coupes of dessertglaasjes.
Dat vind ik zelf een mooie manier van serveren. Je ziet de zachtgele pudding door het glas en kunt bovenop nog een paar rumrozijnen leggen. Eventueel werk je de glaasjes af met een klein beetje extra limoenrasp.
Bovendien hoef je de pudding dan niet te storten en kun je de desserts rechtstreeks uit de koelkast serveren.
Waarom moet griesmeelpudding afkoelen?
Tijdens het koken wordt de griesmeelpudding steeds dikker, maar wanneer je hem van het vuur haalt, is hij nog niet volledig stevig.
Tijdens het afkoelen verandert de structuur van het zetmeel verder. Daardoor krijgt de pudding zijn uiteindelijke stevigheid.
Laat de pudding eerst kort afkoelen en zet hem vervolgens in de koelkast.
Reken op minimaal vier uur om goed op te stijven. Maak je een grote pudding, dan is het handig om hem een dag van tevoren te bereiden.
Dat maakt griesmeelpudding ook een prettig nagerecht wanneer je gasten krijgt. Je hoeft hem alleen nog uit de vorm te halen of de glaasjes op tafel te zetten.
Kun je griesmeelpudding een dag van tevoren maken?
Dat kan uitstekend.
Sterker nog, voor een grote puddingvorm is het zelfs handig. Na een nacht in de koelkast is de pudding volledig afgekoeld en heeft hij voldoende tijd gehad om stevig te worden.
Dek de pudding goed af, zodat hij geen geuren uit de koelkast opneemt en de bovenkant niet uitdroogt.
Bewaar hem bij maximaal 4 °C en eet hem bij voorkeur binnen twee tot drie dagen op.
Invriezen zou ik niet aanraden. Na het ontdooien kan de pudding vocht loslaten en zijn gladde structuur verliezen.
Een ouderwets nagerecht dat nog altijd lekker is
Griesmeelpudding is misschien niet het eerste dessert waar je tegenwoordig aan denkt. Toch is het jammer dat zulke eenvoudige nagerechten een beetje uit beeld zijn verdwenen.
Met een liter volle melk, wat griesmeel en suiker maak je zonder veel moeite een dessert voor meerdere personen.
De rumrozijnen en limoen geven deze versie iets extra’s, maar verder houden we het eenvoudig. Precies zoals het bij een ouderwetse griesmeelpudding hoort.
Serveer hem in een grote puddingvorm, zoals vroeger, of verdeel hem over mooie glazen coupes. Met een paar rozijnen bovenop heb je eigenlijk niets meer nodig.
La Rochere Delice - Dessertpot
Unieke pot uit de Delice-collectie, gemaakt van dik geperst glas, met een karakteristieke vorm geïnspireerd door de geschiedenis van de Franse banketbakkerij met subtiele ribbels en vriendelijke lijnen. Ideaal voor het serveren van zoete en hartige lekkernijen

Griesmeelpudding
Ingrediënten
- 1 liter volle melk
- 120 g fijne griesmeel
- 80 g rozijnen
- 50 g rietsuiker
- 20 ml bruine rum
- Fijn geraspte schil van 1 limoen
- 1 snufje zout
Method
- Week de rozijnen
- Doe de rozijnen in een kommetje en schenk de rum erover. Roer goed door en laat ongeveer 3 uur weken. Schep de rozijnen tussendoor een paar keer om, zodat ze de rum gelijkmatig opnemen.
- Verwarm de melk
- Schenk de volle melk in een pan met een dikke bodem. Voeg de rietsuiker en het zout toe. Verwarm de melk op middelhoog vuur tot hij bijna kookt.
- Voeg de griesmeel toe
- Strooi de griesmeel geleidelijk in de hete melk terwijl je voortdurend met een garde roert. Zet het vuur laag en laat de pudding ongeveer 8 tot 10 minuten zachtjes koken. Blijf roeren om aanbranden en klontjes te voorkomen.
- Voeg de rumrozijnen toe
- Roer de rozijnen met de eventueel overgebleven rum door de warme griesmeelpudding. Laat nog 1 minuut zachtjes meekoken.
- Voeg de limoenrasp toe
- Haal de pan van het vuur en roer de fijn geraspte limoenschil door de pudding.
- Verdeel over de vorm
- Spoel een grote puddingvorm of kleine vormpjes om met koud water en laat ze uitlekken.
- Schenk de warme pudding erin. Gebruik je dessertglaasjes, dan kun je de pudding daar rechtstreeks in verdelen.
- Laat opstijven
- Laat de pudding kort afkoelen en zet hem daarna afgedekt minimaal 4 uur in de koelkast, totdat hij volledig is opgesteven.
- Serveer
- Maak de rand van de pudding voorzichtig los en stort hem op een schaal. Serveer je hem in glaasjes, dan kun je hem rechtstreeks uit het glas eten.
Notities
Beide zijn mogelijk. Met 120 gram griesmeel krijgt de pudding voldoende stevigheid om na het koelen uit een vorm te halen. In glaasjes wordt hij wat steviger dan een zachte griesmeelpap. Gebruik fijne griesmeel.
Daarmee krijgt de pudding een gelijkmatige structuur. Grove griesmeel heeft meer tijd nodig om gaar te worden. De rumrozijnen.
Bruine rum geeft een warme smaak die goed samengaat met de rozijnen en volle melk. De rum wordt kort mee verwarmd, maar het dessert blijft alcohol bevatten. Voor het storten.
Houd de buitenkant van de puddingvorm eventueel enkele seconden in lauwwarm water. Zo laat de pudding gemakkelijker los.