Pasta Carbonara: wat is het precies?
Weinig Italiaanse pastagerechten zijn zo beroemd, en tegelijk zo vaak verkeerd gemaakt, als pasta carbonara. Veel mensen denken bij carbonara meteen aan een romige saus met spekjes, maar de echte Romeinse carbonara bevat helemaal geen room. De romige structuur komt volledig van eieren en kaas, los geklopt en met de warmte van de pasta tot een zachte, zijdeachtige saus gebracht.
Carbonara is in de kern dan ook een heel eenvoudig gerecht: pasta, guanciale, ei, pecorino romano en flink wat versgemalen zwarte peper. Geen room, geen ui, geen champignons. Juist door dat kleine aantal ingrediënten valt een carbonara meteen door de mand als er ergens aan de basis is gesleuteld.
Waar komt carbonara vandaan?
Over de precieze herkomst van carbonara lopen de verhalen uiteen. Een populaire theorie koppelt het gerecht aan Italiaanse kolenbranders, de carbonai, die een stevige, calorierijke maaltijd nodig hadden die makkelijk met weinig ingrediënten te bereiden was. Volgens andere verhalen is carbonara pas rond de Tweede Wereldoorlog ontstaan, mogelijk beïnvloed door Amerikaanse soldaten die eieren en bacon meebrachten.
Wat vrijwel iedereen het erover eens is, is dat carbonara een gerecht uit Rome en omgeving is, en dat het pas in de twintigste eeuw echt bekend werd. Ondanks die relatief korte geschiedenis is carbonara inmiddels wereldwijd een van de bekendste Italiaanse pastagerechten.
Guanciale in plaats van spek
Een belangrijk, en vaak onderschat, onderdeel van een goede carbonara is guanciale: gezouten en gekruid varkenswangenspek. Guanciale heeft een intensere, iets vettere smaak dan gewoon spek of pancetta, en dat vet speelt juist een belangrijke rol in de saus.
Heb je geen guanciale te pakken, dan is pancetta de meest logische vervanger. Gewoon spek werkt ook, al mis je dan wel een deel van de kenmerkende, diepe smaak die guanciale aan het gerecht geeft.
Waarom er geen room in carbonara hoort
Buiten Italië wordt carbonara vaak gemaakt met slagroom, waarschijnlijk omdat dat een makkelijke manier is om snel een romige saus te krijgen. In Italië wordt dat juist gezien als een misverstand.
De romigheid van een echte carbonara komt van eigeel, een beetje ei, en flink wat fijngeraspte pecorino romano. Door deze mengeling van ei en kaas los te kloppen en met de hete pasta en een beetje pastawater te combineren, ontstaat vanzelf een zachte, dekkende saus, zonder dat er room aan te pas komt.
De techniek: van ei naar romige saus
Het lastigste onderdeel van carbonara is niet de ingrediëntenlijst, maar de techniek. Voeg je het ei-kaasmengsel toe aan pasta die nog te heet is, dan stolt het ei en krijg je roerei in plaats van saus. Is de pasta juist te koud, dan bindt de saus niet goed.
Het geheim zit in het geleidelijk mengen: haal de pan van het vuur, laat de pasta heel even afkoelen, en meng het ei-kaasmengsel er dan snel doorheen, met een beetje pastawater om de saus soepel te houden. Zo krijg je die typische, glanzende romigheid, zonder dat het ei gaat stollen.
Wat drink je erbij, en wat niet
Carbonara is een stevig, hartig gerecht, en wordt in Rome vaak eenvoudig geserveerd, met alleen nog wat extra pecorino en zwarte peper erover. Een simpele groene salade ernaast is voldoende om de maaltijd compleet te maken, meer heeft dit gerecht eigenlijk niet nodig.
Een gerecht met weinig ingrediënten en veel discussie
Carbonara is misschien wel het beste bewijs dat een goed gerecht niet veel ingrediënten nodig heeft, zolang je de paar ingrediënten die je gebruikt maar met aandacht behandelt. Guanciale, ei, pecorino en peper, in de juiste verhouding en met de juiste techniek samengebracht, leveren een van de rijkste, meest smaakvolle pastagerechten van de Italiaanse keuken op.

Spaghetti alla Carbonara – Originele Romeinse pasta carbonara
Ingrediënten
- 200 g spaghetti bij voorkeur van goede kwaliteit en langzaam gedroogd
- 100 g guanciale zonder zwoerd
- 60 g Pecorino Romano zeer fijn geraspt
- 3 eidooiers
- 1 heel ei
- 1 –1½ tl versgemalen zwarte peper naar smaak
- Zout voor het pastawater
- 100 –150 ml pastakookwater naar behoefte
Method
- De guanciale snijden
- Verwijder eventueel het harde zwoerd van de guanciale en snijd het spek in reepjes van ongeveer een halve centimeter dik.
- De guanciale langzaam bakken
- Leg de guanciale in een koude koekenpan en zet deze op middellaag vuur.
- Bak ongeveer 7–10 minuten, zodat het vet langzaam uitsmelt en de stukjes goudbruin en licht krokant worden.
- Schep de guanciale eventueel uit de pan, maar laat het uitgesmolten vet achter.
- Het eimengsel maken
- Doe de drie eidooiers en het hele ei in een mengkom.
- Voeg de fijn geraspte Pecorino Romano en de zwarte peper toe.
- Roer met een garde tot een dikke, gladde pasta.
- De spaghetti koken
- Breng water aan de kook en voeg een bescheiden hoeveelheid zout toe. De guanciale en Pecorino zijn immers al behoorlijk zout.
- Kook de spaghetti ongeveer 1 minuut korter dan op de verpakking staat aangegeven.
- Bewaar minstens 200 ml van het kookwater voordat je de pasta afgiet.
- De pasta met het guancialevet mengen
- Doe de spaghetti in de koekenpan met het warme guancialevet.
- Voeg ongeveer 50 ml pastawater toe en schep de pasta op laag vuur gedurende 30–60 seconden om.
- Zet het vuur vervolgens uit en laat de pan kort afkoelen.
- De Carbonarasaus maken
- Voeg het eimengsel toe aan de spaghetti terwijl de pan van het vuur staat.
- Schep de pasta onmiddellijk en voortdurend om met een tang.
- Voeg beetje bij beetje warm pastawater toe totdat een gladde, romige saus ontstaat.
- Wordt de saus niet dik genoeg, verwarm de pan dan heel voorzichtig op de laagste stand of kort boven het warme kookwater, terwijl je blijft roeren.
- Laat de eieren beslist niet bakken.
- De guanciale toevoegen
- Voeg de krokante guanciale toe en meng voorzichtig door de spaghetti.
- Bewaar eventueel een paar stukjes voor de garnering.
- Direct serveren
- Verdeel de Carbonara over twee voorverwarmde borden.
- Werk af met wat extra Pecorino Romano en versgemalen zwarte peper.
- Serveer onmiddellijk.