Ik heb vandaag weer zo’n lekker receptje voor jullie. Dit keer iets heel eenvoudigs uit het Midden-Oosten, maar wel zo’n gerecht waar je met verrassend weinig ingrediënten ontzettend veel smaak uit haalt: mujadara.
Toen ik jarenlang in verschillende restaurants in het Midden-Oosten werkte, waren het lang niet altijd de ingewikkelde gerechten die me bijbleven. Juist dit soort eten vind ik mooi. Linzen, rijst en ui zijn misschien niet de ingrediënten waarvan je meteen denkt: nou, daar gaan we eens flink mee uitpakken, maar wacht maar tot die uien langzaam donker en zoet zijn gebakken. Dan snap je precies waarom dit gerecht al zo lang wordt gemaakt.
Voor deze versie doe ik er op het laatst granaatappelpitjes, verse peterselie en wat munt overheen. Dat is mijn eigen frisse draai eraan. De granaatappel geeft net dat kleine zoetje en zuurtje dat heel lekker is bij de aardse linzen en de gekaramelliseerde ui. Bovendien ziet het er meteen een stuk gezelliger uit op tafel.
Het fijne aan mujadara is dat je er eigenlijk weinig naast nodig hebt. Een beetje labneh of yoghurt, misschien een frisse fattoush, wat warm brood erbij en je bent klaar. Dit is voor mij precies het soort eten waar de Midden-Oosterse keuken zo goed in is: niet ingewikkeld doen, maar met simpele ingrediënten gewoon iets heel lekkers maken.
Ik zet de schaal gewoon midden op tafel met de labneh ernaast. Iedereen schept zelf dan lekker zelf zijn eigen op, zo eet ik dit gerecht het liefst.
Granaatappelpitjes voor over de mudjadara
Met deze granaatappeltool maak je de pitjes los om als frisse, sappige topping over de mudjadara te strooien.

Mujadara met granaatappel
Keuken
Ingrediënten
- 200 gram bruine of groene linzen
- 200 gram basmatirijst
- 3 grote uien
- 5 tot 6 eetlepels olijfolie
- 1 theelepel gemalen komijn
- ½ theelepel zwarte peper
- 1¼ theelepel zout of naar smaak
- 500 ml water
- 100 gram granaatappelpitjes
- 2 eetlepels grof gehakte platte peterselie
- eventueel 1 eetlepel grof gesneden verse munt
- eventueel labneh of volle yoghurt voor erbij
Method
- Spoel de basmatirijst een paar keer af onder koud water tot het water bijna helder is. Laat de rijst daarna 15 minuten weken in koud water. Giet af en zet apart.
- Spoel de linzen af en doe ze in een pan met ruim water. Breng aan de kook en laat ze 10 tot 12 minuten zacht koken. Ze hoeven nog niet helemaal gaar te zijn. Giet af en zet apart.
- Pel de uien, halveer ze en snijd ze in dunne halve ringen. Verhit de olijfolie in een ruime pan of hapjespan en voeg de uien toe. Bak ze eerst op middelhoog vuur en daarna rustiger verder, terwijl je regelmatig roert. Laat ze in totaal ongeveer 20 tot 25 minuten bakken, tot ze diep goudbruin en zacht zijn.
- Een deel van de ui apart houden
- Schep ongeveer een derde van de gebakken ui uit de pan en houd apart voor de garnering.
- Voeg de uitgelekte rijst en de voorgekookte linzen toe aan de pan met de overige ui. Strooi de komijn, zwarte peper en het zout erover en schep alles voorzichtig door elkaar.
- Schenk 500 ml water erbij en breng aan de kook. Zet daarna het vuur laag, doe het deksel op de pan en laat de mujadara 17 tot 20 minuten zacht garen, tot het vocht is opgenomen en de rijst gaar is.
- Zet het vuur uit en laat de pan nog 10 minuten met deksel staan. Maak daarna de rijst en linzen voorzichtig los met een vork.
- Schep de mujadara op een schaal of in een grote serveerkom. Verdeel de achtergehouden gebakken ui erover. Strooi de granaatappelpitjes en de platte peterselie over het gerecht. Voeg eventueel ook wat verse munt toe.
- Serveer warm of lauwwarm, eventueel met labneh of volle yoghurt erbij.