Surinaamse bara
Als kind ging ik ieder jaar met mijn vader naar het Zomercarnaval in Rotterdam. Wat was Rotterdam gezellig in die tijd. Overal muziek, mensen op straat en kraampjes waar van alles te eten werd verkocht. Wij gingen eigenlijk altijd voor hetzelfde: Surinaamse bara. Goudbruin gebakken, krokant aan de buitenkant en zacht en luchtig vanbinnen. En natuurlijk met een flinke schep Madame Jeanette sambal erbij.
De eerste keer dat ik een bara zag, dacht ik trouwens dat het een soort oliebol was. Daar kwam ik snel van terug. Bara is helemaal niet zoet, maar juist hartig en kruidig. Het deeg wordt op smaak gebracht en daarna in hete olie gebakken. Die combinatie van een krokante buitenkant en een zachte binnenkant vind ik nog steeds het lekkerst.
Bara kun je zo eten met sambal of chutney, maar je kunt hem ook opensnijden en vullen. Zelf ben ik gek op bara met kip masala. Met die kruidige kip ertussen wordt het ineens een behoorlijk stevig hapje.
Ik ga al jaren niet meer naar het Zomercarnaval, maar bara eten met mijn vader vergeet ik nooit. Als ik in Rotterdam ben, haal ik nog altijd een bara met kip bij Bij Asha in de Insulindestraat. Eén hap en ik ben weer dat kleine meisje dat samen met haar vader tussen de drukte staat, met sambal op haar vingers en muziek op de achtergrond.
En precies daarom hoort dit recept op Dar Beldi. Niet omdat het Marokkaans is, maar omdat sommige gerechten gewoon een verhaal hebben dat je wilt bewaren.
Wat is bara?
Bara is een bekende Surinaams Hindoestaanse snack. Het is een hartig, gekruid deeg dat in olie wordt gefrituurd. Voor het bakken wordt het deeg plat gevormd met een opening in het midden.
Die vorm doet misschien een beetje aan een donut denken, maar daar houdt de vergelijking wel op. Bara is hartig en wordt gegeten met bijvoorbeeld sambal of chutney en kan ook worden gevuld.
Een goede bara hoort wat mij betreft niet zwaar en compact te zijn. De buitenkant mag mooi goudbruin bakken, terwijl de binnenkant zacht en luchtig blijft.
Het deeg voor Surinaamse bara
Bij bara is het deeg natuurlijk het belangrijkste. Geef het voldoende tijd en probeer niet ieder beetje plakkerigheid op te lossen door steeds meer bloem toe te voegen.
Een te stevig deeg kan uiteindelijk ook een zwaardere bara geven. Houd je daarom aan de hoeveelheden in het recept en geef het deeg de tijd die het nodig heeft.
Na het rijzen verdeel je het deeg in porties. Met vochtige of licht ingevette handen kun je het gemakkelijker vormen zonder dat alles aan je vingers blijft zitten.
Waarom zit er een gat in een bara?
Het gat in het midden is niet alleen voor het uiterlijk. Een platte bara met een opening in het midden kan tijdens het frituren gelijkmatiger garen.
Maak het gat ruim genoeg, want het deeg zet tijdens het bakken uit. Een piepklein gaatje kan daardoor tijdens het frituren bijna helemaal verdwijnen.
Je hoeft ze niet allemaal perfect rond te krijgen. Zelfgemaakte bara mag er best zelfgemaakt uitzien. Uiteindelijk gaat het erom dat het deeg goed gaar is en de buitenkant mooi goudbruin wordt.
Bara frituren
De temperatuur van de olie is belangrijk. Is de olie niet heet genoeg, dan neemt het deeg veel olie op en krijg je een zware, vettige bara. Is de olie juist veel te heet, dan kleurt de buitenkant voordat de binnenkant goed gaar is.
Bak daarom niet te veel bara’s tegelijk. Iedere keer dat je deeg aan de olie toevoegt, daalt de temperatuur.
Laat de gebakken bara kort uitlekken voordat je hem serveert. Vers en nog een beetje warm vind ik hem het lekkerst.
Bara met Madame Jeanette sambal
Voor mij hoort er sambal bij. En dan het liefst Madame Jeanette sambal.
Madame Jeanette is flink pittig, dus begin voorzichtig. Een klein beetje is vaak al genoeg. De peper heeft naast de hitte ook een fruitige smaak die heel lekker is bij het hartige, gefrituurde deeg.
Zet de sambal apart op tafel. Dan kan iedereen zelf bepalen hoeveel hij aandurft.
Bara met kip masala
Wil je van een losse bara een veel steviger hapje maken, snijd hem dan open en vul hem met kip masala.
Dat is ook de versie die ik nog altijd graag haal wanneer ik in Rotterdam ben. De zachte, kruidige kip en de gebakken bara passen ontzettend goed bij elkaar. Een beetje sambal erbij en voor mij hoeft er verder weinig aan te gebeuren.
Je kunt de bara’s en kip apart voorbereiden en ze pas vlak voor het eten vullen. Zo blijft de structuur van de bara beter.
Kun je bara bewaren?
Bara is op de dag waarop hij gebakken wordt het lekkerst. Zeker wanneer hij nog een beetje warm is, is het verschil tussen de krokante buitenkant en zachte binnenkant het grootst.
Heb je er over, laat ze dan helemaal afkoelen voordat je ze verpakt. Verwarm ze voor het eten weer kort, zodat ze niet koud en taai op tafel komen.
Je kunt ook meerdere bara’s tegelijk maken en een deel invriezen. Zo heb je op een later moment veel minder werk.

Surinaamse bara’s
Ingrediënten
- - 150 g zelfrijzend bakmeel
- - 100 g tarwebloem
- - ½ theelepel zout
- - ½ eetlepel suiker
- - 3 5 g droge gist of 10,5 g verse gist
- - 100 ml lauwwarm water verdeeld
- - 50 ml melk of kokosmelk
- - 1 eetlepel zonnebloemolie
- - ½ kleine ui fijn geraspt
- - 1 teen knoflook fijn geraspt
- - ½ eetlepel gemalen komijn
- - ½ eetlepel gemalen koriander
- - 30 g fijngesneden spinazie of tayerblad
- - ½ theelepel madame-jeanettesambal of een klein stukje fijngesneden madame-jeannettepeper (optioneel)
- - 500–750 ml zonnebloemolie afhankelijk van de pan
Method
- Activeer de gist. Meng de gist met de suiker en 50 ml lauwwarm water. Laat dit 5–10 minuten staan, tot het mengsel begint te schuimen.
- Meng de droge ingrediënten. Doe het zelfrijzend bakmeel, de tarwebloem en het zout in een ruime kom. Het extra bakpoeder uit de oorspronkelijke versie laat je weg.
- Maak het deeg. Voeg het gistmengsel, de melk of kokosmelk, de olie, ui, knoflook, komijn, koriander en eventueel de peper toe. Voeg de spinazie of het tayerblad toe. Schenk de resterende 50 ml water er beetje bij beetje bij en meng tot een zacht, plakkerig deeg.
- Kneed en laat rijzen. Kneed het deeg ongeveer 5 minuten. Het mag zacht en een beetje plakkerig blijven; voeg liever geen extra bloem toe. Dek de kom af en laat het deeg op een warme plek ongeveer 1–1½ uur rijzen, tot het in volume is verdubbeld.
- Vorm de bara’s. Vet je handen licht in met olie. Verdeel het deeg in 8 gelijke porties en vorm er bolletjes van. Druk elk bolletje voorzichtig plat tot een schijfje van ongeveer 8–10 cm. Maak met je vinger een gat in het midden. Kneed het deeg na het rijzen niet opnieuw.
- Verhit de olie. Vul een diepe pan met genoeg zonnebloemolie voor een laag van ongeveer 4 cm. Verhit de olie tot 160–170 °C.
- Frituur de bara’s. Laat de bara’s voorzichtig in de olie glijden en frituur ze in kleine porties. Bak ze in ongeveer 2–3 minuten per kant goudbruin en gaar. Laat ze uitlekken op keukenpapier.