Waarom wij onze honing bij een kleine Spaanse imker kopen

door Nasira

 

Honing lijkt zo’n eenvoudig product.

Bijen verzamelen nectar, maken honing en iemand doet die in een pot.

Maar hoe langer je je erin verdiept, hoe duidelijker wordt dat er achter een pot goede honing een hele wereld schuilgaat.

Wij kopen onze honing al langere tijd in Spanje bij een klein familiebedrijf dat zijn bijenvolken in de bergen heeft staan, in een klein dorpje in het achterland van Alicante. Inmiddels hebben we meerdere keren een excursie gemaakt naar de bijenkorven zelf en dat is zo leerzaam.

En eerlijk gezegd ga je daarna toch anders naar zo’n pot honing kijken. Doe het ook eens een keer als je de gelegenheid hebt.

Je ziet de kasten tussen de begroeiing staan, hoort duizenden bijen om je heen en krijgt uitgelegd hoe sterk een oogst afhankelijk is van het weer, de bloei en de planten die op dat moment nectar leveren.

De ene honing is licht en bloemig.

Een andere donker, kruidig en bijna medicinaal van geur.

Bij het bedrijf waar wij onze honing kopen staan bovendien niet alleen potten honing. Je vindt er ook bijenpollen, propolis, honing met propolis en koninginnengelei.

En dat zijn allemaal producten uit dezelfde bijenkast, maar ze zijn beslist niet hetzelfde.

Juist nu er steeds vaker berichten verschijnen over gerommel met honing, vind ik het een prettig idee om te weten waar onze honing vandaan komt, er iets meer over te weten.

Niet alle honing is hetzelfde

Goede honing is een natuurproduct.

En natuurproducten zijn nu eenmaal niet iedere oogst exact hetzelfde.

De smaak en kleur worden onder andere beïnvloed door:

  • de bloemen en planten waarop de bijen vliegen;

  • de streek;

  • het seizoen;

  • regen en droogte;

  • temperatuur;

  • het moment waarop de honing wordt geoogst.

Daarom kan honing van een kleine imker het ene jaar nét anders smaken dan het jaar ervoor.

Dat vind ik eigenlijk eerder geruststellend dan vervelend.

Een pot honing hoeft niet ieder jaar exact dezelfde kleur, geur en smaak te hebben alsof hij uit een frisdrankfabriek komt.

Honingfraude: ook in Marokko een probleem

Honing is een relatief duur product.

En waar iets kostbaar is, ontstaat helaas ook ruimte om ermee te rommelen.

Dat gebeurt wereldwijd.

Bij honing kan fraude bijvoorbeeld bestaan uit het toevoegen van goedkope suikerstroop, het mengen van dure honing met goedkopere honing of het verkopen van een product met een duurdere botanische of geografische herkomst dan werkelijk het geval is.

Ook in Marokko is de laatste jaren veel discussie ontstaan over vervalste honing.

Dat is extra wrang omdat Marokko juist prachtige traditionele honingsoorten heeft.

Denk aan daghmoushoning, tijmhoning, jujubehoning en andere streekgebonden soorten.

Wetenschappers onderzoeken tegenwoordig zelfs specifiek hoe vervalsing van deze kostbare Marokkaanse honingsoorten beter kan worden aangetoond.

Wie meer wil weten over de verschillende soorten die je in Marokko kunt tegenkomen, vindt die terug in ons uitgebreide artikel over Marokkaanse honing – van daghmous tot oranjebloesem.

Kun je aan een pot zien of honing echt is?

Helaas niet zomaar.

Op internet circuleren allerlei zogenaamde thuistestjes.

Echte honing zou niet oplossen in water.

Echte honing zou altijd kristalliseren.

Je zou hem op keukenpapier kunnen testen.

Of een lucifer erin kunnen steken.

Het klinkt allemaal prachtig, maar geen van die trucjes kan betrouwbaar aantonen of er bijvoorbeeld suikerstroop aan honing is toegevoegd.

Zelfs kristallisatie is geen eenvoudige echtheidstest.

Sommige honing kristalliseert snel, andere blijft veel langer vloeibaar. Dat hangt onder andere af van de natuurlijke verhouding tussen glucose en fructose.

Echte honing kan dus vloeibaar zijn.

En echte honing kan hard worden.

Voor werkelijk onderzoek naar vervalsing zijn laboratoriumtechnieken nodig.

Waarom koop ik dan liever rechtstreeks bij een imker?

Niet omdat iedere kleine imker automatisch perfecte honing maakt.

En ook niet omdat iedere pot uit een supermarkt slecht zou zijn.

Het grote voordeel is vooral traceerbaarheid.

Bij onze Spaanse imker weten we waar de bijenkasten staan, de honing en andere bijenproducten verkopen ze in hun winkel in het dorp.

We hebben ze zelf bezocht.

We kunnen zien welke planten in de omgeving groeien en horen wanneer een bepaalde honing wordt geoogst.

De mensen die de honing verkopen zijn dezelfde mensen die dagelijks met de bijenvolken werken.

Dat maakt het verhaal achter het product ineens veel korter.

Van berghelling naar bijenkast, van bijenkast naar imker en van imker naar onze keukenkast.

Er zitten niet zes onbekende schakels tussen.

Een excursie naar de bijenkorven

De bijenkasten staan hoog in de Spaanse bergen.

We zijn er inmiddels meerdere keren mee naartoe geweest.

Dat is niet alleen leuk om een keer te zien; je begint er ook beter door te begrijpen waarom honing zo sterk met een landschap verbonden is.

Bijen vliegen niet willekeurig tientallen kilometers door de provincie.

Ze verzamelen nectar en stuifmeel in de omgeving van hun kast.

Staan er veel rozemarijn, tijm, lavendel of andere bloeiende planten, dan heeft dat invloed op wat ze verzamelen.

En dat proef je uiteindelijk terug.

Niet iedere pot honing hoeft dus naar “honing” te smaken.

De ene is zacht en bloemig.

De andere heeft een bijna kruidige of harsachtige geur.

Sommige honing is verrassend donker.

Andere bijna goudgeel.

Dat maakt het juist interessant.

Hoe wordt honing eigenlijk gemaakt?

Werkbijen verzamelen nectar uit bloemen.

Die nectar wordt in de bijenkast doorgegeven en verwerkt. Daarbij veranderen enzymen de samenstelling en wordt steeds meer vocht verwijderd.

De bijen slaan de honing op in de cellen van de raat.

Wanneer de honing voldoende geconcentreerd is, sluiten ze de cel af met een dun laagje was.

Voor de imker is dat een belangrijk teken dat de honing rijp is.

Bij het oogsten worden de honingraten uit de kast gehaald en worden de wasdekseltjes verwijderd.

Daarna kan de honing uit de raat worden geslingerd.

Het klinkt eenvoudig.

Maar een gezonde bijenkast verzorgen, het juiste oogstmoment bepalen en genoeg voedsel voor het volk achterlaten vraagt behoorlijk wat kennis.

En wat zijn bijenpollen dan?

Als je bij een goede imker binnenloopt zie je vaak kleine potjes met gekleurde korreltjes staan.

Dat zijn bijenpollen, oftewel verzameld stuifmeel.

Bijen verzamelen stuifmeel van bloemen en mengen het onderweg met een beetje nectar en speeksel. Vervolgens vervoeren ze het als kleine bolletjes aan hun achterpoten naar de kast.

Voor de bijen is stuifmeel een belangrijke voedingsbron, vooral vanwege de eiwitten.

Imkers kunnen een klein gedeelte van die pollen verzamelen met een speciale pollenval bij de ingang van een bijenkast.

De kleur kan enorm variëren.

Geel, oranje, bruin, groenachtig of bijna rood: het hangt af van de bloemen waarvan het stuifmeel afkomstig is.

Bijenpollen worden door mensen vooral als voedingssupplement gebruikt.

Ze bevatten onder andere eiwitten, vetten, vitaminen, mineralen en verschillende plantenstoffen.

Dat betekent niet automatisch dat een lepeltje pollen allerlei ziektes voorkomt.

Maar als natuurproduct uit de bijenkast zijn ze absoluut interessant.

Wat is propolis?

Propolis vind ik misschien nog wel fascinerender.

Want propolis maken bijen niet van nectar.

Bijen verzamelen harsachtige stoffen van knoppen, bomen en planten en verwerken die met onder andere was tot een kleverige substantie.

Daarmee onderhouden ze hun woning.

Ze vullen kleine kieren.

Ze verstevigen delen van de kast.

En ze gebruiken propolis als een soort beschermende laag binnen hun leefomgeving.

Daarom wordt propolis ook wel eens bijenkit genoemd.

Dat klinkt alleen een stuk minder aantrekkelijk op een potje in een winkel.

Waarom wordt propolis als gezond gezien?

Propolis bevat allerlei plantaardige stoffen, waaronder polyfenolen en flavonoïden.

Die stoffen worden uitgebreid onderzocht vanwege onder andere hun antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen.

Ook zijn er in laboratoriumonderzoek antimicrobiële effecten gevonden.

Onderzoek bij mensen is inmiddels interessanter geworden. In meerdere klinische studies werd propolisgebruik bijvoorbeeld in verband gebracht met veranderingen in bepaalde ontstekingsmarkers en antioxidatieve markers.

Maar er hoort wel een belangrijke kanttekening bij.

Propolis is geen geneesmiddel en niet iedere gezondheidsclaim die je op internet tegenkomt is bewezen.

Bovendien verschilt propolis enorm per gebied.

Een bijenvolk in Spanje verzamelt hars van andere planten dan een bijenvolk in Brazilië of Marokko.

Daardoor kan ook de chemische samenstelling verschillen.

Dat maakt propolis wetenschappelijk interessant, maar het maakt het tegelijk lastig om te zeggen:

“Propolis doet altijd precies dit.”

Honing met propolis

Bij onze Spaanse imker verkopen ze ook honing waaraan propolis is toegevoegd.

Dat is dus iets anders dan honing waarin van nature ineens enorme hoeveelheden propolis zouden zitten.

Je krijgt gewoon een honingproduct waaraan een propolisbereiding is toegevoegd.

De smaak is daardoor vaak wat krachtiger en harsachtiger.

Wij gebruiken zulke producten vooral omdat we ze lekker en interessant vinden.

Niet als vervanging van medicijnen.

Dat onderscheid vind ik belangrijk.

Een voedingsmiddel kan bijzondere plantenstoffen bevatten zonder dat je er meteen een apotheek van hoeft te maken.

En dan koninginnengelei

Koninginnengelei, internationaal meestal royal jelly genoemd, is weer een compleet ander product uit de bijenkast.

Het is een romige substantie die door jonge werkbijen wordt geproduceerd.

Alle jonge larven krijgen in het begin voeding uit dergelijke klierafscheidingen, maar de larve die koningin wordt krijgt langdurig grote hoeveelheden koninginnengelei.

En dat heeft spectaculaire gevolgen.

Een bijenkoningin ontwikkelt zich anders dan een gewone werkbij, wordt veel groter en kan uiteindelijk enorme aantallen eitjes leggen.

Dat verklaart waarschijnlijk waarom rond koninginnengelei zoveel bijzondere verhalen zijn ontstaan.

Als zoiets van een gewone larve een koningin helpt maken, moet het voor mensen toch ook wel spectaculair zijn?

Zo eenvoudig werkt biologie helaas niet.

Is koninginnengelei gezond?

Koninginnengelei bevat onder andere:

  • eiwitten;

  • vetzuren;

  • suikers;

  • mineralen;

  • vitaminen;

  • verschillende bioactieve stoffen.

Een bijzondere stof die veel wordt onderzocht is 10-HDA, een vetzuur dat kenmerkend is voor koninginnengelei.

Er wordt onderzoek gedaan naar mogelijke antioxidatieve, ontstekingsremmende en andere biologische effecten.

Maar ook hier geldt:

veel interessante laboratoriumbevindingen betekenen nog niet automatisch dat koninginnengelei bij mensen allerlei aandoeningen voorkomt of behandelt.

Zie het dus vooral als een bijzonder bijenproduct.

Niet als een wondermiddel.

Bijenproducten kunnen óók allergieën veroorzaken

“Natuurlijk” betekent niet automatisch “voor iedereen veilig”.

Honing, propolis, pollen en vooral koninginnengelei kunnen bij gevoelige mensen allergische reacties veroorzaken.

Bij propolis komt bijvoorbeeld contactallergie voor.

Voor koninginnengelei zijn ook ernstigere allergische reacties beschreven, vooral bij mensen die al gevoelig zijn voor bepaalde allergenen of bijenproducten.

Wie weet dat hij sterk allergisch reageert op bijenproducten, pollen of bijensteken moet dus niet denken:

“Het komt uit de natuur, dus ik probeer gewoon een flinke lepel.”

En honing geef je sowieso niet aan baby’s jonger dan één jaar.

Goede honing in de Marokkaanse keuken

Voor mij blijft honing natuurlijk vooral iets heel lekkers.

Op een Marokkaanse ontbijttafel staat hij naast warm brood, msemen, baghrir, kaas, olijfolie en amlou.

Een stukje warme msemen in een schaaltje honing dippen blijft moeilijk te verslaan.

Baghrir is misschien nóg gevaarlijker.

De honderden kleine gaatjes lijken speciaal ontworpen om warme boter en honing op te zuigen.

Amlou zonder goede honing?

Dat zou ik zonde vinden.

Amlou bestaat in de basis uit drie prachtige ingrediënten:

geroosterde amandelen, culinaire arganolie en honing.

Als een recept zo weinig ingrediënten heeft, proef je de kwaliteit van ieder onderdeel des te beter.

Juist daar gebruik ik liever een honing waarvan ik de smaak mooi vind dan een willekeurige zoete siroop.

Baklawa en honing

Bij Baklawa bel Louz wa Assel krijgt honing weer een heel andere rol.

De warme gebakken laagjes filodeeg met noten worden afgewerkt met honing en oranjebloesemwater.

Daar trekt de honing langzaam tussen de laagjes.

Dat is geen subtiele garnering.

De honing is werkelijk onderdeel van de structuur en smaak van het gebak.

Ook daar proef je dus wat je gebruikt. Ik gebruik er zelf altijd Miel de Azahar voor. Sinasappel bloesem, dat combineert zo goed met oranjebloesemwater.

Honing kan zelfs hartig

Honing hoeft bovendien helemaal niet uitsluitend bij koek en ontbijt terecht te komen.

In onze Couscous Tfaya wordt een beetje honing gebruikt bij de langzaam gestoofde uien en rozijnen.

Samen met kaneel ontstaat die typische zoet-hartige tfaya die boven op de kruidige couscous komt.

Zelfs olijven kunnen ermee uit de voeten.

Onze zoet-gemarineerde olijven met balsamico en honing zijn daar een behoorlijk gevaarlijk voorbeeld van.

Eentje proeven wordt daar meestal vanzelf vier.

En in cake

Ook in onze Marokkaanse citroen-muntcake met pistache komt honing terug.

Daar gaat hij in een citroen-honingsiroop die na het bakken over de warme cake wordt verdeeld.

Dat laat eigenlijk mooi zien hoe veelzijdig honing is.

Ontbijt.

Brood.

Gebak.

Couscous.

Olijven.

Desserts.

Eén pot kan behoorlijk wat werk verrichten.

Spaanse honing en Marokkaanse honing

Onze dagelijkse honing komt dus vaak uit Spanje.

Maar dat betekent niet dat ik Spaanse honing beter vind dan Marokkaanse honing.

Integendeel.

Marokko heeft fantastische honingtradities.

Wat mij vooral aanspreekt is weten wat je koopt.

Een goede honing waarvan je de producent, streek en herkomst kent vind ik interessanter dan een anonieme pot waarvan alleen duidelijk is dat er ergens ter wereld bijen bij betrokken zijn geweest.

Daarom koop ik in Spanje graag rechtstreeks bij deze kleine imker.

En daarom zou ik in Marokko precies hetzelfde doen.

Niet automatisch voor de duurste pot gaan.

Niet blind geloven dat “daghmous” op een etiket betekent dat de inhoud gegarandeerd pure daghmoushoning is.

Maar zoeken naar een goede producent, vragen stellen en het liefst kopen waar duidelijk is waar de honing vandaan komt.

Honing is uiteindelijk een product van een landschap

Dat is misschien wel wat die bezoeken aan de bijenkorven in de Spaanse bergen ons het meest hebben geleerd.

Honing wordt niet in de fabriek in een  glazen pot gedaan.

Hij begint buiten.

Bij regen of juist maandenlange droogte.

Bij een helling vol bloeiende kruiden.

Bij bomen die wel of niet in bloei staan.

Bij temperaturen die bepalen wanneer planten nectar produceren.

En vervolgens bij duizenden bijen die daar dag na dag op vliegen.

Als je dat eenmaal met eigen ogen hebt gezien, voelt een pot honing ineens minder als een zoetmiddel.

Het is bijna een eetbare samenvatting van een landschap.

En daar mag wat mij betreft best een goede lepel van op een warme msemen.

Misschien vind je dit ook leuk

Laat een bericht achter