Chefchaouen: het Blauwe Dorp van Marokko

door Nasira

Chefchaouen: het blauwe dorp van Marokko

 

De eerste keer dat ik door de straatjes van Chefchaouen liep, raakte ik al snel de weg kwijt. Niet omdat de stad zo groot is, want dat is ze juist niet, maar omdat elke bocht weer een nieuwe muur, trap of deur in een ander tintje blauw liet zien. Op een gegeven moment hield ik op met proberen te onthouden welke straat ik al had gezien. Ik liep gewoon, en liet me verrassen door de volgende tint blauw die om de hoek opdoemde.

Chefchaouen is een van de meest herkenbare plaatsen van Marokko. Deze kleine stad in het Rifgebergte staat bekend om haar blauw geschilderde huizen, smalle straatjes, trappen en pleinen. Vrijwel overal in de oude medina kom je verschillende tinten blauw tegen, van heel licht en bijna wit tot diep kobaltblauw. Maar Chefchaouen is meer dan alleen een mooie plek om te fotograferen, en dat ontdekte ik al na een paar uur ter plaatse. De stad heeft een lange geschiedenis, een duidelijke Andalusische invloed en een heel eigen karakter, dat anders is dan dat van steden als Marrakech, Fez of Casablanca.

 

Waar ligt Chefchaouen?

Chefchaouen ligt in het noorden van Marokko, in het Rifgebergte, tussen Tanger en Fez, omringd door bergen. De naam wordt vaak uitgelegd als een verwijzing naar de vorm van de omliggende bergtoppen. In de lokale Berbertaal betekent chaouen ongeveer “hoorns”, waarmee de bergtoppen boven de stad worden bedoeld.

De stad ligt op ongeveer 600 meter hoogte. Daardoor voelt het klimaat er anders aan dan in lager gelegen delen van Marokko. Ik had dat totaal niet verwacht: ik had mijn lichtste kleding ingepakt, en stond ’s avonds toch te rillen op het terras. Vooral buiten de zomermaanden zijn de avonden en nachten er relatief koel, dus neem gerust een extra vest mee.

De geschiedenis van Chefchaouen

Chefchaouen werd in 1471 gesticht, als versterkte nederzetting die bescherming moest bieden tegen Portugese aanvallen in het noorden van Marokko. Later vestigden zich er veel moslims en Joden die vanuit Andalusië naar Marokko waren gekomen, nadat zij van het Iberisch Schiereiland waren verdreven. Die Andalusische achtergrond is nog altijd zichtbaar in de architectuur van de oude stad.

Je ziet er witgekalkte huizen, binnenplaatsen, smalle steegjes en woningen die tegen de berghelling zijn gebouwd. Daardoor heeft Chefchaouen op sommige plekken meer weg van een oud Andalusisch bergstadje dan van de grotere medina’s verder naar het zuiden. Toen ik er liep, moest ik eigenlijk steeds denken aan foto’s die ik ooit zag van witte Andalusische dorpjes, alleen dan met blauw in plaats van wit als hoofdkleur.

Waarom is Chefchaouen blauw?

Dit is natuurlijk de bekendste vraag over Chefchaouen, en ik heb er ter plaatse meerdere verhalen over gehoord. Er bestaan verschillende verklaringen.

Een veelgenoemde theorie is dat Joodse inwoners in de twintigste eeuw delen van de stad blauw begonnen te schilderen. Blauw zou binnen de Joodse traditie onder andere verwijzen naar de hemel en het goddelijke. Volgens andere verklaringen werd blauw gebruikt omdat de kleur muggen zou weren, of omdat blauwe muren voor een frisse uitstraling zorgen in het felle zonlicht.

Waarschijnlijk is er niet één simpele verklaring. De gewoonte om gebouwen blauw te schilderen is in de loop van de tijd steeds sterker onderdeel geworden van de identiteit van Chefchaouen. Tegenwoordig worden deuren, muren, trappen, bloempotten en soms complete steegjes opnieuw in verschillende blauwtinten geschilderd. Ik zag op een ochtend zelfs een man rustig een trap opnieuw aan het verven, met een klein kwastje, zonder enige haast.

De medina van Chefchaouen

Het historische centrum van Chefchaouen is relatief klein, waardoor je er gemakkelijk te voet doorheen kunt lopen. De medina bestaat uit een wirwar van straatjes, trappen en doorgangen die tegen de berghelling omhooglopen. Achter bijna iedere bocht verandert het uitzicht weer.

Sommige straatjes zijn volledig blauw. Andere hebben witte gevels met blauwe deuren en kozijnen. Voor de huizen staan vaak potten met planten en bloemen. Hoewel Chefchaouen inmiddels veel bezoekers trekt, wonen en werken er nog steeds gewoon mensen in de medina. Tussen de winkels, cafés en kleine hotels zie je bewoners boodschappen doen, kinderen spelen en ambachtslieden aan het werk. Dat alledaagse leven, tussen alle blauwe muren door, vond ik eigenlijk net zo mooi als de kleur zelf.

Plaza Uta el-Hammam

Het belangrijkste plein van de medina is Plaza Uta el-Hammam. Rond het plein liggen restaurants en cafés met terrassen. Hier staat ook de Grote Moskee van Chefchaouen, herkenbaar aan haar achthoekige minaret. Aan het plein ligt bovendien de kasbah, een versterkt complex met dikke muren en een tuin.

Het plein is overdag al levendig, maar vooral later op de dag komt het echt tot leven, wanneer bewoners en bezoekers er samenkomen. Ik heb daar op een avond gewoon een uur met een glas muntthee gezeten, naar niemand in het bijzonder kijkend, en het was een van de rustigste momenten van de hele reis.

De kasbah van Chefchaouen

De kasbah werd gebouwd om de jonge stad te verdedigen, en bestaat uit dikke muren, torens en een binnenplaats. Binnen bevindt zich een kleine tuin, en in verschillende ruimtes wordt aandacht besteed aan de geschiedenis en cultuur van de regio.

Vanaf een van de torens kun je goed zien hoe compact de oude medina eigenlijk is. Tussen de blauwe daken en witte gevels zijn de bergen vrijwel overal zichtbaar, en precies op dat punt besefte ik pas goed hoe klein deze stad in de bergen eigenlijk is.

Ras el Maa

Aan de rand van de oude stad ligt Ras el Maa, een plek waar water uit de bergen naar beneden stroomt. Eeuwenlang speelde dit water een belangrijke rol in het dagelijks leven van Chefchaouen, en werd het gebruikt voor drinkwater, wassen en irrigatie. Vanaf Ras el Maa kun je verder omhoog wandelen richting de heuvels boven Chefchaouen.

De Spaanse invloed in Noord-Marokko

Het noorden van Marokko heeft een andere geschiedenis dan veel gebieden verder naar het zuiden. Een deel van Noord-Marokko stond in de eerste helft van de twintigste eeuw onder Spaans bestuur. Daardoor hoor je in steden als Chefchaouen en Tétouan nog regelmatig Spaans. Ook in architectuur, straatbeelden en bepaalde gerechten zijn Spaanse en Andalusische invloeden terug te vinden.

Dat maakt Chefchaouen cultureel heel anders dan bijvoorbeeld Marrakech, waar Berberse, Arabische en Zuid-Marokkaanse invloeden veel sterker aanwezig zijn. Ik vind dat zelf een van de leukste dingen van Marokko: elke streek heeft zijn eigen verhaal, en Chefchaouen is daarin echt een buitenbeentje.

Wat eet je in Chefchaouen?

De keuken van Noord-Marokko heeft duidelijk een eigen karakter. Tajines en couscous worden natuurlijk ook hier gegeten. Wie meer wil weten over de verschillende soorten kan op Dar Beldi verder lezen over de bekendste Marokkaanse tajines. Ook traditioneel gestoomde Marokkaanse couscous speelt een belangrijke rol in de Marokkaanse keuken.

Daarnaast zie je in het noorden veel producten uit de directe omgeving, zoals verse kaas, olijven, groenten, kruiden en olijfolie.

Jben, verse kaas uit het noorden

Een product dat sterk met Noord-Marokko wordt geassocieerd is jben, een zachte, verse witte kaas. De kaas is mild en licht friszuur, en wordt vaak eenvoudig gegeten met brood, honing of olijfolie. Ik kreeg op een ochtend een klein schaaltje jben met honing geserveerd bij het ontbijt, en wist meteen dat ik dat thuis zelf wilde leren maken.

Jben kun je ook heel gemakkelijk zelf maken. Op Dar Beldi vind je het recept voor Jben Beldi, Marokkaanse verse kaas. Juist in een bergstreek als het Rif, waar geitenhouderij van oudsher veel voorkomt, past zo’n eenvoudige verse kaas perfect bij de lokale keuken.

Olijven en olijfolie

In het noorden van Marokko groeien veel olijfbomen. Op markten en in kleine winkels liggen verschillende soorten groene, paarse en zwarte olijven. Ze worden niet alleen los gegeten, maar ook verwerkt in salades, marinades en tajines.

Wie meer wil weten over de verschillende soorten en de manier waarop ze worden geoogst en verwerkt, kan verder lezen over olijven in Marokko, van boomgaard tot tafel. Zelf een paar schaaltjes op tafel zetten kan natuurlijk ook, met een van de recepten voor Marokkaanse gemarineerde olijven.

Brood uit de Rif

Brood hoort bij vrijwel iedere Marokkaanse maaltijd, en ook rond Chefchaouen wordt dagelijks brood gebakken. Het wordt gebruikt om tajines en salades mee te eten, in olijfolie te dippen, en ligt vaak midden op tafel zodat iedereen ervan kan nemen.

Een van de bekendste soorten is khobz, het ronde Marokkaanse brood. Op Dar Beldi vind je naast khobz ook recepten voor onder andere matlouh, msemen, baghrir en ksra.

Bissara

Vooral tijdens koelere dagen, en in de bergen van het Rif is dat al snel het geval, is bissara een gerecht dat goed bij Noord-Marokko past. Deze dikke soep wordt gemaakt van gedroogde tuinbonen, knoflook, komijn, paprikapoeder en olijfolie. Bissara wordt goed warm geserveerd en krijgt vaak nog een scheut olijfolie en extra komijn bovenop.

Ook op Dar Beldi vind je een recept voor Marokkaanse bissara. Met een stuk vers brood erbij heb je eigenlijk niet veel meer nodig, en dat heb ik in Chefchaouen zelf ook ondervonden na een lange ochtend wandelen.

Een Marokkaans ontbijt

Een ontbijt in deze streek kan verrassend eenvoudig zijn. Warm brood, een schaaltje goede olijfolie, honing, verse kaas en olijven zijn vaak al genoeg. Daarbij hoort natuurlijk thee.

Wie thuis zo’n tafel wil maken, vindt op Dar Beldi meer over wat er traditioneel bij een Marokkaans ontbijt op tafel staat.

Marokkaanse muntthee

Zoals vrijwel overal in Marokko wordt ook in Chefchaouen veel muntthee gedronken. Groene thee, verse munt en suiker vormen de basis. De manier waarop de thee wordt gezet en geschonken is minstens zo belangrijk als de ingrediënten zelf.

De thee wordt gedurende de hele dag gedronken: bij het ontbijt, na het eten, wanneer er bezoek komt, of gewoon tussendoor. Zelf maken kan met het recept voor Atay b’Na’na, Marokkaanse muntthee.

De markten van Chefchaouen

In en rond de medina vind je kleine winkels en marktkramen met lokale producten. Naast kruiden, olijven en levensmiddelen worden er veel handgemaakte producten verkocht. Vooral geweven dekens, kleding, tassen en wollen producten zijn kenmerkend voor het Rifgebied, en veel textiel wordt nog steeds in kleine werkplaatsen geproduceerd.

De kleuren zijn vaak opvallend: rood, blauw, wit en natuurlijke wolkleuren worden regelmatig gecombineerd in geometrische patronen. Ik kon mezelf bijna niet inhouden bij een kraampje met dekens, en ben uiteindelijk met twee thuisgekomen die eigenlijk helemaal niet in mijn koffer pasten.

Chefchaouen en fotografie

Het blauwe straatbeeld heeft Chefchaouen wereldberoemd gemaakt. Vooral in de ochtend is het licht mooi in de smalle straatjes, de zon staat dan nog laag en de kleuren van de muren zijn zachter. Later op de dag ontstaat juist meer contrast tussen de felblauwe muren en het zonlicht.

Sommige bekende straatjes kunnen behoorlijk druk worden. Wie een paar zijstraten verder loopt, komt vaak in veel minder bezochte delen van de medina terecht, en dat zijn precies de plekken die ik achteraf het mooist vond.

Wanneer kun je Chefchaouen het beste bezoeken?

De lente en het najaar zijn prettige periodes om Chefchaouen te bezoeken. In het voorjaar zijn de bergen rondom de stad groen en staan veel planten in bloei, en de temperaturen zijn meestal aangenaam. Ook september en oktober zijn vaak geschikt, de grootste zomerhitte is dan voorbij, terwijl het overdag nog steeds aangenaam warm kan zijn.

In juli en augustus kan het druk zijn en behoorlijk warm worden, al koelt het door de ligging in de bergen ’s avonds meestal wel af. In de winter kan het juist fris en regenachtig zijn, en vooral ’s nachts kunnen de temperaturen flink dalen.

Hoeveel tijd heb je nodig voor Chefchaouen?

Voor de medina zelf heb je aan één dag genoeg om de belangrijkste plekken te bekijken. Toch is het prettiger om minstens één nacht in Chefchaouen te blijven. In de vroege ochtend en aan het einde van de middag is de sfeer namelijk heel anders dan midden op de dag, omdat veel dagjesmensen dan nog niet zijn aangekomen of alweer vertrokken zijn.

Wie ook wandelingen in het Rifgebergte wil maken, kan gemakkelijk meerdere dagen in de omgeving blijven.

Wandelen rond Chefchaouen

De bergen rondom Chefchaouen maken de stad een goede uitvalsbasis voor wandelingen. Vanuit de medina kun je korte wandelingen maken naar uitzichtpunten boven de stad, en vanuit de omgeving vertrekken ook langere routes door het Rifgebergte. Het landschap bestaat uit bergen, valleien, olijfgaarden en kleine dorpen.

Daardoor is Chefchaouen niet alleen interessant vanwege de blauwe medina, maar ook voor wie meer van het noorden van Marokko wil zien.

Hoe kom je in Chefchaouen?

Chefchaouen heeft geen treinstation, dus de meeste bezoekers reizen per auto, bus of taxi naar de stad. Vanuit Tanger en Tétouan is Chefchaouen goed bereikbaar, en ook vanuit Fez rijden bussen richting de stad.

De rit zelf is al bijzonder. Naarmate je dichter bij Chefchaouen komt, wordt het landschap steeds bergachtiger, en op een gegeven moment zie je in de verte voor het eerst iets blauw tussen de bergen oplichten.

Chefchaouen is meer dan alleen blauw

Het blauw heeft Chefchaouen beroemd gemaakt, maar wie alleen voor de foto’s komt, mist een groot deel van het verhaal. De geschiedenis van Andalusische vluchtelingen, de ligging in het Rifgebergte, de Spaanse invloeden en de eigen keuken maken Chefchaouen tot een bijzondere stad in Noord-Marokko.

Loop daarom niet alleen door de bekende blauwe straatjes, maar kijk ook eens bij de markt, proef de lokale jben, drink een glas muntthee en wandel naar de rand van de medina. Dan zie je al snel dat Chefchaouen veel meer is dan het blauwe dorp van Marokko, en dat is precies wat bij mij is blijven hangen, lang na die eerste verdwaalde wandeling door de straatjes.

Misschien vind je dit ook leuk