Msemen – Marokkaanse pannenkoekjes met laagjes
Msemen zijn Marokkaanse pannenkoekjes uit de pan. Ze worden gemaakt van een soepel deeg met bloem en fijne griesmeel. Door het deeg dun uit te vouwen met olie en boter ontstaan de bekende laagjes.
Je eet msemen warm, vaak met honing, boter, jam of amlou. Ze zijn lekker bij ontbijt, bij de thee of als onderdeel van een Marokkaanse tafel.
Msemen – Marokkaanse pannenkoekjes met laagjes
Ingrediënten
Ingrediënten
Voor het deeg
-
-
- 300 g bloem
- 200 g fijne griesmeel
- 1 tl zout
- 1 tl suiker
- 250–300 ml lauwwarm water
-
Voor het vormen
-
-
- 75 ml zonnebloemolie
- 50 g boter, gesmolten
- 3 el fijne griesmeel
-
Instructies
Bereiding
- Doe de bloem, griesmeel, het zout en de suiker in een kom. Voeg beetje bij beetje het lauwwarme water toe en kneed tot je een soepel deeg hebt.
- Kneed het deeg ongeveer 10–15 minuten. Het moet zacht en elastisch worden.
- Verdeel het deeg in 8–10 bolletjes. Vet ze licht in met olie, dek ze af en laat ze 30 minuten rusten.
- Meng de zonnebloemolie met de gesmolten boter.
- Vet je handen en werkblad in. Druk een deegbolletje plat en rek het met je handen zo dun mogelijk uit. Het deeg mag bijna doorschijnend zijn.
- Bestrijk het deeg met het olie-botermengsel en strooi er een klein beetje fijne griesmeel over.
- Vouw de zijkanten naar binnen en vouw daarna de boven- en onderkant eroverheen, zodat je een vierkant pakketje krijgt.
- Laat de gevormde msemen nog 5–10 minuten rusten.
- Druk ieder pakketje voorzichtig wat platter.
- Bak de msemen in een droge of heel licht ingevette koekenpan op middelhoog vuur. Draai ze regelmatig om tot beide kanten goudbruin zijn en de msemen gaar is.
Lekker warm met honing en boter, maar ook met amlou of jam.
Tips
-
- Gebruik rijpe, zware granaatappels. Die bevatten meestal de sappigste pitten.
- Wees voorzichtig met oranjebloesemwater. Een klein beetje is genoeg. Te veel maakt de smaak snel overheersend.
- Voeg weinig zoet toe. Zeker bij heel rijpe granaatappels is soms zelfs helemaal geen honing of suiker nodig.
- Gebruik kaneel met mate. Het moet een zachte warme toets geven en de frisse smaak van de pitten niet overnemen.
- Pistachenoten of amandelen zijn optioneel. Ze geven een feestelijk accent, maar het gerecht is ook zonder garnering al mooi.
- Serveer in kleine schaaltjes. Dat oogt verfijnder en past goed bij dit lichte dessert.
- Maak het kort van tevoren. Zo blijven de pitten het mooist stevig en glanzend.
Variatie met sinaasappel
Voor een iets uitgebreidere versie kun je partjes sinaasappel toevoegen.
Snijd de partjes in stukjes en meng ze voorzichtig door de granaatappelpitten. De combinatie van sinaasappel, oranjebloesem en kaneel past heel mooi in de Marokkaanse keuken.
Variatie met yoghurt
Wil je er een iets romiger dessert van maken, serveer de granaatappelpitten dan op een lepel dikke yoghurt of labneh.
Voeg in dat geval iets minder honing toe, zodat het dessert fris blijft.
Bewaren
Granaatappelpitten kun je, eenmaal uit de vrucht gehaald, nog ongeveer 1 tot 2 dagen afgedekt in de koelkast bewaren.
Het dessert zelf is het lekkerst op de dag dat het wordt gemaakt. De pitten blijven dan het mooist van kleur en structuur.
