Fekkas – Marokkaanse amandelkoekjes

door Nasira
Marokkaanse amandelkoekjes

Fekkas met amandelen en rozijnen – Marokkaanse koekjes

Fekkas zijn knapperige Marokkaanse koekjes die twee keer worden gebakken. Eerst bak je het deeg in lange rollen, daarna snijd je die in dunne plakjes en gaan de koekjes opnieuw de oven in totdat ze droog en krokant zijn.

Je kunt fekkas misschien het gemakkelijkst vergelijken met Italiaanse cantuccini.

Het idee van twee keer bakken is vergelijkbaar.

De smaak is dat absoluut niet.

In deze versie gaan amandelen, rozijnen, sesamzaad, anijs en venkelzaad door het deeg. Een beetje oranjebloesemwater geeft er die zachte bloemige geur aan die zo goed past bij een glas hete Marokkaanse muntthee.

En voor de duidelijkheid: fekkas mogen echt krokant zijn.

Dit is niet het moment voor een zacht koekje dat gezellig doorbuigt wanneer je het oppakt.

Een goede fekkas hoort een beetje tegenstand te geven.

Wat zijn fekkas?

Fekkas, ook wel geschreven als feqqas, zijn bekende Marokkaanse dubbelgebakken koekjes.

Je maakt dus niet eerst tientallen losse koekjes.

Het deeg wordt gevormd tot lange rollen die eerst in hun geheel worden gebakken.

Pas daarna worden ze in plakjes gesneden.

Die plakjes gaan terug in de oven om verder te drogen en krokant te worden.

Die methode zorgt voor de typische structuur en maakt fekkas bovendien heel geschikt om te bewaren.

Dat kwam natuurlijk goed van pas bij koekjes die je graag klaar hebt staan voor bezoek.

En in Marokko is een schaal koekjes naast thee nooit een heel slecht idee.

Waarom worden fekkas twee keer gebakken?

De eerste bakbeurt is vooral bedoeld om het deeg voldoende stevig te maken om het te kunnen snijden.

Tijdens de tweede bakbeurt gebeurt iets anders.

Dan verliezen de afzonderlijke plakjes meer vocht en worden ze droog en krokant.

Bak je de deegrol maar één keer, dan krijg je dus niet dezelfde fekkas.

Hetzelfde geldt wanneer je de plakjes tijdens de tweede ronde te snel uit de oven haalt.

Ze kunnen dan aan de buitenkant droog lijken, maar binnenin nog vrij zacht zijn.

Een beetje geduld hoort bij dit recept.

Amandelen geven de koekjes structuur

Voor deze fekkas gebruik ik hele of grof gesneden amandelen, afhankelijk van de aanwijzingen in de receptkaart.

De amandelen geven niet alleen smaak, maar zorgen ook voor die mooie doorsnede wanneer je de deegrollen straks in plakjes snijdt.

Verdeel ze zo gelijkmatig mogelijk door het deeg.

Je wilt niet dat de ene fekkas uit bijna alleen maar amandel bestaat en zijn buurman alle rozijnen heeft gekregen.

Wanneer de amandelen erg groot zijn, kan grof hakken het snijden straks wat gemakkelijker maken.

Maar maak er geen amandelmeel van.

Je wilt de stukjes noot in het koekje blijven herkennen.

Rozijnen voor een beetje zoetigheid

Rozijnen geven een zachte, fruitige zoetheid tussen alle krokante ingrediënten.

Zijn je rozijnen erg groot, snijd ze dan eventueel wat kleiner.

Dat maakt het straks gemakkelijker om dunne plakjes van de deegrol te snijden.

Ook hier geldt dat de verdeling belangrijk is.

Meng de rozijnen rustig maar goed door het deeg.

Zitten ze allemaal aan één kant van de rol, dan kom je daar bij het snijden vanzelf achter.

Anijs en venkelzaad

De combinatie van anijs en venkelzaad geeft deze fekkas hun warme, aromatische smaak.

Beide hebben iets anijsachtigs, maar ze smaken niet precies hetzelfde.

Anijs is wat uitgesprokener zoet en kruidig.

Venkelzaad heeft eveneens die herkenbare anijssmaak, maar is wat ronder en warmer.

Samen met sesam, amandel en oranjebloesem krijg je een heel ander koekje dan de Italiaanse cantuccini waarmee fekkas qua bereidingswijze soms worden vergeleken.

Kneus de zaden eventueel licht voordat ze het deeg in gaan.

Je hoeft er geen poeder van te maken.

Door ze iets te kneuzen komen de aroma’s gemakkelijker vrij.

Sesamzaad hoort er prachtig bij

Ook sesamzaad past heel goed in deze koekjes.

Roosteren kan de nootachtige smaak versterken, maar houd daarbij rekening met de bereiding in je recept.

Sesamzaad is klein en kan snel van geroosterd naar verbrand gaan.

Als je het vooraf roostert, blijf er dus bij.

Even de keuken uitlopen om iets anders te doen is precies het moment waarop sesam besluit zwart te worden.

Oranjebloesemwater met mate

Een klein beetje oranjebloesemwater geeft het deeg een zachte bloemige geur.

Ook hier geldt onze inmiddels bekende Dar Beldi-regel.

Rustig aan.

Oranjebloesemwater moet een koekje lekker laten ruiken.

Niet het idee geven dat iemand een fles parfum boven de beslagkom heeft leeggeschonken.

De smaak moet mooi samengaan met anijs, venkel, sesam en amandel.

Geen van die ingrediënten hoeft in zijn eentje de baas te spelen.

Maak gelijkmatige deegrollen

Na het mengen vorm je het deeg tot lange rollen.

Probeer ze overal ongeveer even dik te maken.

Dat is belangrijker dan het misschien lijkt.

Een rol die aan de ene kant twee keer zo dik is als aan de andere kant, bakt niet gelijkmatig.

En vervolgens krijg je ook nog eens fekkas van compleet verschillende afmetingen.

Rol het deeg daarom rustig op het werkblad en corrigeer de vorm met je handen.

Hoe netter de rol nu is, hoe mooier je koekjes straks worden.

De eerste keer bakken

Tijdens de eerste bakbeurt hoeven de deegrollen nog niet volledig droog en donkerbruin te worden.

Ze moeten vooral stevig genoeg worden om later netjes te kunnen snijden.

Volg hiervoor de temperatuur en baktijd uit het recept.

Laat de rollen na het bakken vervolgens voldoende rusten.

Dit is belangrijk.

Wanneer je een gloeiend hete, nog heel zachte deegrol probeert te snijden, is de kans groot dat hij breekt, scheurt of wordt platgedrukt.

Maar laat hem ook niet eindeloos liggen totdat hij keihard is.

Dan wordt dun snijden juist weer lastiger.

Gebruik een scherp mes

Voor mooie fekkas heb je vooral een goed scherp mes nodig.

Snijd de voorgebakken rol in gelijkmatige plakjes.

Werk rustig en gebruik een snijdende beweging in plaats van met veel kracht recht naar beneden te duwen.

Dat laatste kan ervoor zorgen dat de plakjes breken.

Kom je tijdens het snijden een amandel tegen?

Ga niet ineens extra hard duwen.

Laat het mes het werk doen.

Een goed scherp mes is hier echt het verschil tussen nette plakjes en een werkblad vol koekjespuin.

Hoe dik snijd je fekkas?

Fekkas worden meestal vrij dun gesneden.

Dunne plakjes worden tijdens de tweede bakbeurt gemakkelijker gelijkmatig krokant.

Maar overdrijf niet.

Wanneer je ze flinterdun probeert te maken, kunnen ze tijdens het snijden gemakkelijker breken, vooral door de amandelen en rozijnen in het deeg.

Probeer vooral alle plakjes ongeveer even dik te krijgen.

Dat is belangrijker dan de laatste millimeter.

Dan zijn ze straks ook ongeveer tegelijkertijd klaar.

De tweede bakbeurt maakt ze krokant

Leg de plakjes na het snijden weer op de bakplaat.

Nu begint de tweede bakbeurt.

Tijdens deze ronde moeten de fekkas verder uitdrogen.

Afhankelijk van je oven en recept kun je ze eventueel tijdens het bakken keren zodat beide kanten mooi drogen.

Houd ze vooral tegen het einde in de gaten.

Ze mogen goudkleurig worden en horen droog aan te voelen.

Maar droog betekent niet verbrand.

Ook daar zit nog een verschil tussen.

Fekkas worden krokanter tijdens het afkoelen

Wanneer je de koekjes uit de oven haalt, kunnen ze nog iets minder hard aanvoelen dan je verwacht.

Geef ze even tijd.

Tijdens het afkoelen verdwijnt nog wat warmte en vocht en wordt de structuur steviger.

Laat ze daarom volledig afkoelen op een rooster voordat je beslist dat ze niet krokant genoeg zijn.

Zijn ze na volledig afkoelen echt nog te zacht?

Dan kunnen ze eventueel nog kort terug de oven in om verder te drogen.

Waarom breken mijn fekkas tijdens het snijden?

Een paar gebroken koekjes zijn geen ramp.

Die moeten tenslotte ook worden opgegeten.

Breekt bijna ieder plakje, dan kan er iets anders aan de hand zijn.

De deegrol kan nog te warm en zacht zijn.

Of juist te ver zijn afgekoeld en daardoor erg hard geworden.

Ook een bot mes maakt het snijden moeilijker.

En hele grote amandelen kunnen de plakjes sneller uit elkaar drukken.

Daarom helpt het om de noten niet overdreven groot te laten en een scherp mes te gebruiken.

Fekkas zijn ideaal om vooruit te maken

Een groot voordeel van fekkas is dat ze uitstekend vooraf gemaakt kunnen worden.

Sterker nog, ik vind ze vaak de volgende dag nog lekkerder.

De smaken van anijs, venkel, sesam en oranjebloesem krijgen dan wat tijd om samen te komen.

Laat de koekjes na het bakken wel volledig afkoelen voordat je ze in een afgesloten trommel doet.

Stop je nog warme koekjes in een dichte doos, dan kan er condens ontstaan.

En vocht is precies wat we niet willen wanneer we net twee bakrondes hebben gebruikt om onze fekkas krokant te krijgen.

Fekkas bij Marokkaanse muntthee

Een paar fekkas naast een glas Marokkaanse muntthee is eigenlijk al genoeg.

Door hun droge, krokante structuur zijn ze heerlijk bij een warme drank.

Je kunt ze natuurlijk ook op een grotere schaal leggen met andere Marokkaanse koekjes en zoetigheden.

Combineer ze bijvoorbeeld met zachte amandelkoekjes, Kaab el Ghazal of sablé confiture.

Dan krijg je meteen verschillende structuren op één schaal.

Zacht, bros, gevuld en lekker krokant.

Twee keer bakken is hier juist de bedoeling

Bij veel koekjes zou je waarschijnlijk schrikken wanneer iemand zegt dat ze nóg een keer de oven in moeten.

Bij fekkas is dat precies het geheim.

De eerste keer bakken we de rol zodat we hem kunnen snijden.

De tweede keer bakken we de afzonderlijke koekjes tot ze droog, stevig en krokant zijn.

Daarna hoef je alleen nog te wachten tot ze volledig zijn afgekoeld.

Zet koffie of Marokkaanse thee, pak er eentje uit de trommel en luister naar de eerste hap.

Bij een goede fekkas mag je hem best een beetje horen.

Handig bij dit recept

Global G2 Koksmes - 20 cm

Geen snijtaak is onmogelijk voor dit koksmes: van het snijden van vlees, vis en groenten, tot het fijnsnijden van verse kruiden. Een échte allrounder in jouw keuken!

Affiliate link
Marokkaanse amandelkoekjes

Fekkas – Marokkaanse amandelkoekjes

Prep 25 minuten
Cook 22 minuten
Total 47 minuten
Krokante Marokkaanse fekkas met amandelen, rozijnen, sesam, anijs, venkelzaad en oranjebloesemwater. Twee keer gebakken en heerlijk bij thee of koffie.
Porties 40 stuks
Gang Zoet & Patisserie
Keuken Marokkaans

Ingrediënten

  • 3 middelgrote eieren
  • 140 g fijne kristalsuiker
  • 100 ml neutrale olie bijvoorbeeld zonnebloemolie
  • 1½ eetlepel oranjebloesemwater
  • 400 g bloem
  • 8 g bakpoeder
  • ½ theelepel zout
  • 100 g ongepelde amandelen
  • 75 g rozijnen
  • 30 g sesamzaad
  • 1 theelepel anijszaad
  • 1 theelepel venkelzaad
Voor de bovenkant
  • 1 eidooier
  • 1 theelepel melk

Method

Bereid de amandelen en rozijnen
  1. Doe de amandelen in een kom en schenk er heet water over.
  2. Laat ze ongeveer 10 minuten staan en giet daarna goed af.
  3. Dep de amandelen droog.
  4. De schil mag gewoon blijven zitten. Juist die donkere stukjes zijn mooi zichtbaar wanneer de fekkas straks worden aangesneden.
  5. Doe de rozijnen in een kommetje met lauwwarm water en laat ze ongeveer 10 minuten weken.
  6. Giet ze af en dep ze heel goed droog.
Rooster het sesamzaad
  1. Rooster het sesamzaad een paar minuten in een droge pan op middelhoog vuur.
  2. Schud regelmatig en haal het uit de pan zodra het licht goudkleurig wordt en nootachtig begint te ruiken.
  3. Laat afkoelen.
Maak de specerijen fijner
  1. Wrijf het anijszaad en venkelzaad kort fijn tussen je vingers of kneus ze licht.
  2. Ze hoeven geen poeder te worden. Door ze iets te kneuzen komt de geur gemakkelijker vrij in het deeg.
Meng de natte ingrediënten
  1. Doe de eieren en suiker in een ruime kom.
  2. Klop kort tot de suiker goed door de eieren is verdeeld.
  3. Voeg de olie en het oranjebloesemwater toe en meng tot een glad geheel.
  4. Het beslag hoeft niet luchtig te worden.
Maak het deeg
  1. Meng de bloem met bakpoeder en zout.
  2. Voeg de bloem in delen toe aan het eimengsel.
  3. Meng eerst met een lepel en daarna kort met je handen.
  4. Voeg wanneer het deeg bijna samenkomt de amandelen, rozijnen, sesam, anijs en venkel toe.
  5. Kneed alleen lang genoeg om alles gelijkmatig door het deeg te verdelen.
  6. Het deeg hoort stevig en enigszins zacht te zijn, maar niet aan je handen te blijven plakken.
  7. Is het echt te zacht, voeg dan hooguit een eetlepel extra bloem per keer toe.
Vorm de rollen
  1. Verwarm de oven voor op 180 °C boven- en onderwarmte.
  2. Verdeel het deeg in drie gelijke stukken.
  3. Vorm ieder stuk tot een lange rol van ongeveer 4 centimeter breed en 2 tot 3 centimeter hoog.
  4. Leg de rollen met voldoende ruimte ertussen op een met bakpapier beklede bakplaat.
  5. Maak je handen eventueel heel licht vochtig wanneer het deeg tijdens het vormen wat plakt.
Bestrijk de bovenkant
  1. Meng de eidooier met de melk.
  2. Bestrijk de deegrollen dun met het mengsel.
  3. Hierdoor krijgen de fekkas na het bakken een mooie goudkleurige buitenkant.
Eerste keer bakken
  1. Bak de rollen ongeveer 20 tot 22 minuten.
  2. Ze moeten stevig genoeg zijn om hun vorm te behouden, maar hoeven van binnen nog niet volledig droog te zijn.
  3. De bovenkant mag licht goudbruin zijn.
  4. Haal de bakplaat uit de oven.
  5. Laat de rollen rusten
  6. Laat de rollen ongeveer 15 minuten op de bakplaat afkoelen.
  7. Wikkel ze daarna losjes in een schone theedoek en laat ze minimaal 2 uur rusten.
  8. Tijdens het rusten wordt de buitenkant iets zachter en verdeelt het vocht zich door het deeg. Daardoor kun je de rollen straks veel netter in dunne plakken snijden.
  9. Heb je de tijd, dan kun je ze ook tot de volgende ochtend laten rusten.
Snijd de fekkas
  1. Verwarm de oven opnieuw voor op 160 °C boven- en onderwarmte.
  2. Gebruik een scherp broodmes met kartels.
  3. Snijd de rollen voorzichtig schuin in plakjes van ongeveer 7 tot 8 millimeter dik.
  4. Zaag rustig door de amandelen heen in plaats van hard naar beneden te drukken. Dan breken de koekjes veel minder snel.
  5. Leg de plakjes plat op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede keer bakken
  1. Bak de fekkas ongeveer 10 minuten.
  2. Draai ieder koekje daarna om.
  3. Bak nog ongeveer 8 tot 10 minuten tot ze droog, goudkleurig en krokant zijn.
  4. Dunnere plakjes zijn eerder klaar dan dikkere, dus kijk tijdens de laatste minuten regelmatig.
Laat volledig afkoelen
  1. Leg de fekkas op een rooster en laat ze volledig afkoelen.
  2. Tijdens het afkoelen worden ze nog krokanter.
  3. Bewaar ze pas in een afgesloten trommel wanneer ze echt helemaal koud zijn.

Notities

Waarom twee keer bakken?
De eerste bakbeurt gaart de deegrol. Tijdens de tweede bakbeurt verdwijnt het resterende vocht uit de plakjes en ontstaat de typische krokante fekkasstructuur.
Laat de rollen rusten voor het snijden
Probeer je ze meteen warm in dunne plakjes te snijden, dan breken de amandelen het zachte deeg gemakkelijk uit elkaar.
Gebruik een kartelmes
Met een gewoon glad mes moet je vaak te veel druk zetten. Een broodmes zaagt veel makkelijker door de hele amandelen.
Rozijnen goed droogmaken
Natte rozijnen brengen extra vocht in het deeg en kunnen rondom kleverige plekken veroorzaken.
Heel knapperig?
Zet de koekjes na de tweede bakbeurt nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven met de deur op een kier.
Niet te veel bloem toevoegen
Een stevig deeg is nodig, maar te veel bloem maakt de fekkas hard in plaats van bros en krokant.
Bewaren
Bewaar volledig afgekoelde fekkas in een luchtdichte trommel. Ze blijven gemakkelijk twee tot drie weken goed.

Fekkas voor bij de thee

Fekkas worden graag bij thee of koffie gegeten. Door hun droge, krokante structuur zijn ze daar eigenlijk voor gemaakt.
Een glas Atay b’Na’na – Marokkaanse muntthee past er natuurlijk uitstekend bij. Wie liever koffie drinkt, kan ook de Marokkaans gekruide koffie van Zoulikha proberen, met kaneel, kardemom en een klein beetje anijs.
Voor een schaal met verschillende koekjes kun je fekkas combineren met Sablé à la Confiture – Marokkaanse zandkoekjes met jam en Kaab el Ghazal – gazellehoorntjes met amandel.
Ook Ghriba Behla – Marokkaanse gebarsten koekjes met sesam en amandel horen helemaal thuis op zo’n schaal.

 

Misschien vind je dit ook leuk